Murga Danst Antwerpen Noord bij elkaar

30 april 2010

Op zaterdag 1 mei kan je in het Oude Badhuis in Antwerpen Noord gaan genieten van Murga Danst. Een murga is een straatfanfare die werkt rond muziek, dans, woord en kostuums. Met het evenement willen de murga’s de buurten van Antwerpen Noord bij elkaar brengen. We praten met Tine De Pourcq over Murga Danst.

Murga Parade 2008 (foto: Haryo Sukmawanto)

Murga Parade 2008 (foto: Haryo Sukmawanto)

Beluister de audioreportage…

Audio clip: Adobe Flash Player (version 9 or above) is required to play this audio clip. Download the latest version here. You also need to have JavaScript enabled in your browser.

Voor meer informatie kan je terecht op noordlink.wordpress.com en www.murga.be

© 2010 – StampMedia /Plantijn – Jasmin Paulussen

===

Deze reportage werd gepubliceerd door Noordlink op 01/05/2010

Kledingruilbeurzen worden populair

30 april 2010

Kledingruilbeurzen zitten in de lift. Kleding betalen met kleding, dat is het principe. Steeds meer jongeren nemen deel aan de ruilbeurzen. Vzw Emma organiseerde op 25 april een kledingbeurs in jongerencentrum Kavka, al leed de opkomst deze keer onder de ‘Antwerp Ten Miles’ die op dezelfde dag plaatsvond in Antwerpen.

© 2010 – StampMedia – Fleur Broes

===

Deze videoreportage werd gepubliceerd door Noordlink op 03/05/2010

Enkele weetjes over Franstalige literatuur in België

30 april 2010

(REKTO:VERSO) Carmelo Virone is schrijver en criticus. We vroegen hem, als Frantalige Belg, om de literatuur in Wallonië te typeren. Wat zijn haar voornaamste kenmerken vandaag? Een korte introductie.

Hoe noem je de hedendaagse literatuur in Wallonië? Waalse literatuur? Dat is nogal moeilijk. Je kunt de actuele situatie van de literatuur in Wallonië niet beschrijven zonder ook Brussel onder de loep te nemen. De symmetrie tussen Vlaanderen en Wallonië is dan ook niet groter op literair gebied dan op institutioneel vlak. Dat is zelfs eenvoudig uit te leggen. Het begint al bij de naamgeving.

De Vlaamse literatuur is literatuur die geschreven wordt in Vlaanderen. Waalse literatuur daarentegen wordt geschreven in het Waals. Deze streektalige, dialectische literatuur (men spreekt tegenwoordig van ‘endogeen taalgebruik’) houdt slechts stand in een beperkte kring van amateurs. Haar voorkeurgenres zijn poëzie en theater, de revue incluis. Langzaam maar zeker neemt de interesse voor deze literatuur echter af omdat het Waals zelf steeds minder gesproken en begrepen wordt. Om te spreken over boeken ‘van hier’ die in het Frans zijn geschreven, gebruikt men nu in het algemeen de term ‘Belgische literatuur in het Frans’. Die benaming suggereert immers dat de literatuur haar eigenheid bezit, verbonden met een eigen geschiedenis. Zo wordt ze niet gereduceerd tot een onderdeel van de literatuur die in Frankrijk verschijnt. Het Koninkrijk is de Republiek niet. Paradoxaal genoeg betekent kiezen voor die tweede benaming bovendien dat het de taal is die de eenheid van de literatuur vrijwaart, en niet het grondgebied. Want de Belgische literatuur in het Frans omvat zowel auteurs die in Wallonië en Brussel wonen of geëmigreerd zijn (naar Frankrijk, bijvoorbeeld), als zij – steeds zeldzamer weliswaar – die in Vlaanderen wonen maar in het Frans schrijven, bijvoorbeeld de Antwerpenaar Guy Vaes of de Gentse Nicole Verschoore. In Périphériques Nord, onlangs uitgegeven door de Universiteit van Luik, overstijgt Jean-Marie Klinkenberg de traditionele onderscheidingscriteria (van dialect en geografie) door te spreken van de ‘Franstalige literatuur in België’. Naast de studies van Jacques Dubois en Marc Quaghebeur is deze essaybundel een van de belangrijkste referentiewerken voor wie zich interesseert in de identificatie en de werking van onze literatuur, in het bijzonder wat betreft haar verhouding tot Parijs.

Leven van de pen

Ook al weten we dan niet precies hoe we deze literatuur het best benoemen, het staat wel vast dat ze leeft en dat ze het goed doet. Zo goed zelfs dat we er onmogelijk een panorama van kunnen schetsen in enkele lijnen. Wel kunnen we enkele tendensen onderscheiden die zich de laatste jaren manifesteren.

De meest zichtbare tendens is de wens van vele schrijvers om te leven van hun pen, en dat terwijl het voor de vroegere generaties duidelijk was dat een schrijver niet kon overleven zonder een serieuze baan (jurist, leraar, journalist…). Enkelen slagen daar wonderwel in, zoals Amélie Nothomb, die sinds haar eerste roman Hygiène de l’assassin (1992) een bestseller per jaar publiceert. Voor anderen is het moeilijker, maar niet onmogelijk. Twee strategieën lijken te domineren. Enerzijds zien we dat auteurs steeds meer kiezen voor populaire genres, die genieten van de beste commerciële verspreiding: de roman natuurlijk, veeleer dan poëzie, maar ook het theater, zelfs al is het potentiële publiek daar beperkter, omdat de inkomsten van auteursrechten er directer zijn, tenminste in het geval van een voorstelling: onnodig te wachten op de feedback van de boekhandels om te weten hoeveel men zal verdienen. Anderzijds aarzelen de schrijvers niet om verschillende disciplines te beoefenen. Ze schakelen met evenveel talent over van poëzie naar jeugdliteratuur, zoals Carl Norac, of, zoals Philippe Blasband, van de roman en het toneelstuk naar scenario’s en de realisatie van films. In dit pluridisciplinaire perspectief schrijven ook andere auteurs zich in, zoals Chantal Myttenaere, Anita Van Belle, Benoît Peeters, Nicolas Ancion, Thomas Gunzig of, onder de jongsten, Kenan Görgün.

Een ander opvallend fenomeen is de de massale opkomst van vrouwen in het literaire veld sinds het midden van de jaren 1980. Met de literaire comeback van schrijfster Jacqueline Harpman, na bijna twintig jaar stilte, en met het verschijnen van een boek als Hopital silence (1985), waarin Nicole Malinconi haar belevenissen ter sprake brengt in een kraamafdeling met clandestiene abortussen, treden vrouwen opnieuw op het voorplan. Hun boeken vallen zowel bij critici als bij het grote publiek in de smaak en genieten van een reële erkenning in Frankrijk. Bovendien hebben vrouwelijke auteurs (Pascale Fonteneau, Nadine Monfils, Barbara Abel, …) een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de politieroman, net als in de Angelsakische landen.

Nog een ander verhaal is dat van de dichters. Omdat het zo moeilijk is om te leven van hun kunst, proberen zij hun (haast onbestaande) publiek te vergroten door nieuwe ankerpunten te creëren die tegelijk graadmeters zijn van literaire waarde. Zo hebben vele dichters (Karel Logist, Jan Baetens, Rossano Rosi, …) het regelmatige vers en de vaste vormen in ere hersteld, in navolging van hun grote voorbeelden Liliane Wouters en William Cliff. Ze voegen daar hun eigen criteria aan toe, onder meer geïnspireerd door Raymond Queneau. Anderen zoeken juist door diverse vormen van oraliteit meer toegang tot het publiek, bijvoorbeeld door middel van performance/lezingen – een praktijk waarin Jean-Pierre Verheggen als pionier fungeert. Zo vallen, ondanks hun zeer uiteenlopende stijlen, zowel Vincent Tholomé, Laurence Vielle als Pascal Leclerq binnen deze tendens te situeren, althans wat de gevestigde literatuur betreft. Tegelijk geeft de poetry slam met zijn onderbouwde rijmen en opmerkelijke scandering aan veel jongeren, vaak afkomstig uit populaire bevolkingsgroepen en uit de migratie, de kans uiting te geven aan, hun verzet en hun eisen te verwoorden.

© 2010 - REKTO:VERSO - Carmelo Virone

Dit artikel verscheen eerder op rektoverso.be en kadert in een samenwerking tussen StampMedia en een aantal onafhankelijke nieuwsmedia waaronder REKTO:VERSO.

‘Belgische recepten werken niet altijd in Congo’

29 april 2010

“Belgen zijn de oorzaak van de economische afhankelijkheid van Congolezen”, zegt de Congolees Paul Munsi. “Congolezen zijn uiteindelijk baas in eigen land”, stelt Peter Verlinden. Deze uitspraken komen uit het debat in de UHasselt op 28 april, over welke hoop er nog is voor Congo na 50 jaar onafhankelijkheid.

Sprekers zijn Kris Smet, Peter Verlinden, Paul Munsi en Walter Zinzen. Onderwerp van het debat is ‘de gedroomde toekomst voor Congo’.

Paul Munsi en Kris Smet

Paul Munsi en Kris Smet

Tijdens de eerste helft van het debat rijst de vraag of, 50 jaar later, een tweede, economische onafhankelijkheid nodig is? In zijn antwoord verwijt de Congolees Paul Munsi de Belgen dat zij de oorzaak zijn van de economische afhankelijkheid die er nu is: “Jullie zijn boos vertrokken en hebben niets achtergelaten waarmee we ons land onafhankelijk konden opbouwen.”

“Als ik drie dagen na de onafhankelijkheid één van de Volkswagen Kevers wou besturen die jullie achterlieten, zou ik niet weten waar ik wisselstukken kon vinden om mijn wagen te herstellen”, vervolgt Munsi. “Er was een groot gebrek aan technische informatie. Zelfs de plannen voor de riolering in Kinshasa hadden jullie meegenomen.”

‘Model van Canada’

Kris Smet merkt op dat er nu meer Congolese ingenieurs zijn in Zuid-Afrika dan in Congo zelf. Walter Zinzen vermeldt ‘het grote drama van Congo’: haar rijkdom. “De grondstoffenroof is geglobaliseerd. Zowel de VS, China, Kazachstan als België hebben daarin hun aandeel”, zegt hij. Hij voegt daaraan toe: “Zelfs de koffie in Congo is van het merk Nescafé en komt uit Singapore. Alles verdwijnt weer en niets blijft over voor de Congolezen.”

Voor Peter Verlinden zijn de Congolezen uiteindelijk baas in eigen land. “De roof is mogelijk omdat de huidige machthebbers dat toelaten. Het probleem van Congo ligt niet bij de Chinezen die commercieel ingesteld zijn, maar bij de Congolezen zelf”, stelt hij.

Hij gaat verder: “Wij zijn niet verantwoordelijk voor hun leed. We hebben Congo niet leeggeroofd. Met de rijkdom die er is, kan dat land zelfs naar het Canadese model gaan. Onze verantwoordelijkheid ligt in het verleden en die is dat wij de Congolezen hun eigenheid afgenomen hebben.”

Zelfvertrouwen

Volgens Verlinden is er door het verlies van die eigenheid nu ook een minderwaardigheidscomplex bij de Congolese bevolking. “De houding van de ‘blanken weten het beter’ zit er nog altijd in”, zegt hij.

Voor Smet hoeft het niet zo somber te zijn als het gaat over het Congolees zelfvertrouwen. Als voorbeeld noemt ze de gynaecologie in Congo: “Belgische gynaecologen kunnen veel van hun Congolese confraters leren over behandelingen na genitale verminkingen.”

Ook corruptie in de politiek komt ter sprake. Paul Munsi krijgt de vraag hoe Congo daaruit kan geraken. “Dat is te gecompliceerd”, antwoordt hij. Het publiek knikt instemmend wanneer Munsi zegt dat we de fout niet mogen maken door Europese democratie te vergelijken met wat Congo kan zijn. Hij wijst op de dorpshoofden die in Congo nog alle macht hebben. “Belgische recepten werken niet altijd in Congo”, zegt hij.

‘Moreel verantwoordelijk’

Is het niet logisch dat Belgen vandaag meehelpen aan de bouw van Congo? Walter Zinzen: “Wij zijn moreel verantwoordelijk, niet in de eerste plaats voor het koloniaal verleden, maar voor wat we na de onafhankelijkheid gedaan hebben.” Hij legt uit: “Dat Mobutu stal, wist iedereen, ook de Belgische journalisten. Maar we hielden hem een hand boven het hoofd. We hebben alles zien kapotgaan. Als we de kans krijgen om een deel te repareren, moeten we dat doen.”

Dat doen we volgens hem beter niet door miljoenen euro’s naar Congo te sturen via de Congolese regering. “Steunen kunnen we soms ook met simpele dingen. Als iemand een stoel nodig heeft om een rapport te schrijven, geef hem dan die stoel.”

Welke hoop ziet Paul Munsi voor de toekomst? “Ik ken projecten in Congo waar jongeren actief zijn die de mentaliteit van hun landgenoten willen veranderen, zodat ze meer opkomen voor hun rechten. Maar daarvoor hebben ze niet altijd genoeg geld. Het kan zijn dat ze soms geen fiets hebben om naar een ander dorp te gaan om mensen daar te sensibiliseren”, vertelt hij met een diepe zucht. “Maar ik heb hoop”, besluit hij nog.

Paul Munsi kwam in 1993 als Congolese asielzoeker in Limburg. Oud-journaliste Kris Smet focuste zich op geweld tegen vrouwen tijdens haar verblijf in Congo. Haar echtgenoot Walter Zinzen was Congo-expert bij de VRT. Die functie is nu voor Peter Verlinden. Moderator Roger Huisman is lid van de buitenlandredactie van Het Belang Van Limburg.

Het debat komt voort uit een samenwerking tussen het Platform Congo-Hasselt, Vormingplus Limburg, het Internationaal Comité, de stad Hasselt en de UHasselt.

© 2010 – StampMedia – Hasna Ankal

===

Dit artikel werd gepubliceerd door Het Belang van Limburg - online op 30/04/2010
Dit artikel werd gepubliceerd door MO* - online op 30/04/2010
Dit artikel werd gepubliceerd door Gündem - online op 30/04/2010
Dit artikel werd gepubliceerd door Congo Forum op 01/05/2010

[Opinie] Onafhankelijke media slaan handen in elkaar

29 april 2010

Stampmedia stapt in een los samenwerkingsverband met MO*, Apache en REKTO:VERSO. Wow. In zee met de zware jongens en meisjes van de journalistiek: met de professionele onderzoeksjournalisten van Apache; met de buitenlandspecialisten van MO*; met de gepokt en gemazelde cultuurvreters van REKTO:VERSO. En wij, het jong gebroed van StampMedia, mogen in dat selecte clubje mee ons ei leggen? Welja… En waarom dan niet? Aan het verschil in journalistieke ambitie zal het niet liggen. Die is doorgaans torenhoog bij de gemiddelde StampMediareporter.

Er wordt gezegd dat het niet goed gaat met de media. Geruchten over de vervlakking en commercialisering van redacties doen de ronde. Journalisten met burn-outs geven massaal lezingen waarin ze kond doen van onhoudbare tijdsdruk op redacties, over marketingmanagers die keuzes opdringen rond onderwerpen, of erger nog, interveniëren in de verslaggeving. Geruchten zijn er ook over opgedraaide eindredacteurs met te veel viagra in hun bloed die koppen boven artikels zozeer ‘opwerken’ dat ze de lading van het stuk eronder niet meer dekken. Enzovoort.

Bij StampMedia weten we niet of dat allemaal klopt. We willen het ook niet weten. Want als onze reporters met media-ambities alleen maar aan de slag kunnen bij de gewaardeerde collega’s van MO*, Apache en REKTO:VERSO, dan is er slechts voor weinigen een carrière in de media weggelegd… En dat is misschien wel een boodschap waar de mediabonzen van deze wereld even een nachtje hun slaap voor moeten laten.

StampMedia levert nieuws aan iedereen. Wij zijn een media-agentschap. En onze reporters zijn stuk voor stuk jonge wolven die het goed voor hebben met de wereld. Nogal wiedes. Het zijn jongeren. Zij moeten nog een leven lang verder. En of ze nu geloven in een maakbare samenleving of niet, om die ietwat belegen uitdrukking nog eens te gebruiken, ze willen er iets van maken. Ze zijn kritisch, betrokken bij wat er gebeurt in hun straat, hun stad, hun wereld. En die wereld zou er baat bij hebben om naar hen te luisteren.

Te meer omdat StampMedia één van de weinige mediaorganisaties is waar je alle soorten mensen terugvindt. Bij ons is diversiteit geen papieren doelstelling. Brede definitie welteverstaan. Diversiteit in kleur, sociale en economische achtergrond, nationaliteit, religie, seksuele oriëntatie enzovoort. Stop dus met het (jonge) mensen aan te rekenen waar ze vandaan komen of welke beperkingen ze meeslepen en begin naar hen te luisteren. Natuurlijk, je moet investeren in opleiding en begeleiding. Maar vooral moet je hen een kans geven hun klok te laten luiden, over wat er in hun leven gebeurt en ook over hoe zij de wereld zien. Op een journalistiek verantwoorde manier, dat spreekt.

StampMedia is opgetogen met het nieuwe samenwerkingsverband. Het nieuws dat wij brengen is heel complementair aan dat onze partners. We betrachten ook dezelfde journalistieke kwaliteitsnormen. En bovendien: de journalisten van MO*, Apache en REKTO:VERSO zijn vakmensen naar ons hart. Ze werken elk voor een project dat een mens hoop geeft voor de toekomst. En dat is wat we nodig hebben. In een interview in Scoop, het Vlaams mediatijdschrift, zei de coördinator van StampMedia het nog zo: “vertrouwen van jongeren moet je koesteren.”

© 2010 – StampMedia – Koen Stuyck

Voor meer informatie:
MO.be (Gie Goris, 0478 56 67 21)
Apache (Georges Timmerman, 0473 94 36 77)
StampMedia (Stefan Kolgen, 0475 93 25 39)
REKTO:VERSO (Wouter Hillaert, 0495 84 57 06)

[Fotoreportage] Sledderlo

29 april 2010

De Genkse woonwijk Sledderlo kampt al verscheidene jaren met een slechte reputatie. Het afgelopen decennium zijn er echter positieve evoluties merkbaar. Het straattheater Yawar en het aanbrengen van graffiti in de wijk zijn twee voorname impulsen voor deze tendens.

Beide initiatieven bestaan al enkele jaren en zorgen ervoor dat steeds meer jongeren zich voor cultuur gaan interesseren. Dankzij Yawar werden er in Sledderlo drie nieuwe theatergroepen opgericht.

© 2010 – StampMedia – Boumediene Belbachir & Esra Dinc

===

Deze reportage werd gepubiceerd door Het Belang van Limburg - online op 29/04/2010
Deze reportage werd gepubliceerd door Gündem - online op 29/04/2010

Koop geen Prince in een zak

28 april 2010

Op worldticketshop.nl worden tickets voor het concert van Prince op de wei van Werchter aangeboden voor 150 euro. De verkoopprijs via de officiële weg van Go For Music bedraagt 80 euro. Koop en –verkoopbastions van concerttickets zoals Worldticketshop.nl bewijzen nogmaals niet koosjer te zijn.

Prince (foto Wikimedia Commons)

Prince (foto Wikimedia Commons)

Na acht jaar komt Prince nog eens naar ons land. Fans kunnen via enorm veel wegen aan kaarten geraken om hun idool aan het werk te zien tijdens Werchter Boutique op 10 juli. Go For Music biedt tickets aan in twee prijsklassen: de normale voor 80 euro en de ‘Golden Circle’ (dichtst bij het podium) voor 120 euro. Golden Circles zijn uitverkocht. Tickets voor 80 euro zijn nog beschikbaar. Waarom normale tickets op Worldticketshop.nl al worden aangeboden voor 150 euro is een raadsel.

Zeker is wel dat woekerprijsprocedures de kop zullen opsteken zo snel als de Go For Music tickets uitgeput zijn. “Onze kaarten van 150 euro voor Prince hebben nu geen succes,” vertelt een verkoper van worldticketshop.nl. aan de telefoon. Wanneer deze uitverkocht zijn bij Go For Music kunnen wij de onze aan de man brengen. Wij hebben bepaalde contacten met mensen die hun tickets niet meer nodig hebben. Omdat wij deze kopen aan een hogere prijs moeten wij ook meer aanrekenen wanneer we ze aanbieden op onze website.”

I love my Ticket

I Love My Ticket’ is een organisatie waar klachten over ticketverkoop kunnen gemeld worden. Ze werken ook preventief door te waarschuwen voor frauduleuze doorverkopers. Op hun website staat een zwarte lijst van tussenhandelaren die zonder toestemming verkopen. Wordticketshop.nl is één van de vele Nederlandse online bedrijven op de lijst.

Bij onze noorderburen zien ze nog geen graten in het doorverkopen van tickets. “Al is er nu wel een
wetsvoorstel ingediend dat ook in Nederland het doorverkopen met woekerwinsten aan banden moet leggen”, vertelt Chantal De Pauw van het Ministerie van Economische Zaken. ‘I Love My Ticket’ is een samenwerking tussen TeleTicket Service, Go For Music, Live Nation en het ministerie van Economische Zaken.

Uit angst voor een effectieve wet creërde Worldticketshop.nl samen met vier gelijkaardige doorverkoopsites een kwaliteitslabel: EUSTA. Volgens De Pauw is het EUSTA-label niet veel meer dan een bevestiging van de bestaande consumentenwetgeving. “Je zou je de vraag kunnen stellen wat het nut is van een gedragscode die zegt dat men de wet zal respecteren. Anderzijds staan er wel enkele garanties in die de consument redelijk wat bescherming bieden: bijvoorbeeld dat de koper 120 % terugkrijgt als hij geen toegang krijgt tot het evenement.”

Klachten

Toch blijkt het EUSTA-label geen garantie voor vertrouwen bij consumenten. Dat bewijzen meerdere negatieve reviews van boze klanten . Een voorbeeld: Een fan van Depeche Mode kocht 14 maanden voor het concert van zijn favoriete groep een ticket voor 200 euro via worldticketshop.nl. De officiële prijs was een kleine 60 euro. De kaart is in die 14 maanden nooit tot bij de klant geraakt. Ondanks meer dan vijftig mails en telefoons. De klant kreeg ook maar een gedeelte van zijn overgeschreven 200 euro terug. Het bewuste ticket werden later op de site aangeboden voor 400 euro. Verscheidene klanten hebben het over boevenpraktijken.

© 2010 – StampMedia/Plantijn – Tomas Bachot

===

Dit artikel werd gepubliceerd door Showbizzsite.be op 28/04/2010
Dit artikel werd gepubliceerd door Ticketsenconcertkaarten.nl op 29/04/2010

[Dossier] Belgacom en Telenet versus jongeren

28 april 2010

Jongeren stellen zich veel vragen bij de beperkte downloadcapaciteit in België, blijkt uit een enquête van Netlog. Ook de relatief hoge prijzen vanhet sms-verkeer zijn een doorn in het oog van het jonge volkje. StampMedia legde de grieven voor aan Belgacom en Telenet. [DOWNLOAD dit dossier in PDF-formaat]

(foto cc hebedesign)

(foto cc hebedesign)

Onlangs pakte Belgacom uit met een verhoging van de downloadcapaciteit. Telenet volgde snel. Ondanks de beloofde verhogingen lopen we nog een eind achterop tegenover onze buurlanden. In Nederland en Frankrijk kan je al onbeperkt downloaden. In Nederland ligt het gemiddelde verbruik op 180GB per maand. Dit lijkt geen problemen op te leveren bij de providers. Kan extra concurrentie de beperkte downloadcapaciteit in België teniet doen?

Duopolie

Hebben nieuwe bedrijven wel een kans op de Belgische markt naast Telenet en Belgacom? Jan Margot van Belgacom vindt dat Belgacom voldoende inspanningen levert, maar dat Telenet beter zou kunnen. “In 1994 werd de vroegere RTT, de voorganger van Belgacom, omgevormd tot het autonome overheidsbedrijf Belgacom. Belgacom hangt voor tarieven en tal van andere zaken af van de overheid. Telenet, een bedrijf dat vroeger alleen kabeltelevisie aanbood, en later ook internet en telefonie, is aan geen enkele regel onderworpen. Telenet is ook niet verplicht andere operatoren toe te laten op haar netwerk. Die verplichting geldt wel voor Belgacom: andere operatoren kunnen hun diensten aanbieden op het netwerk van Belgacom. Er zijn dus 2 netwerken, waarvan er slechts één is opengesteld voor de concurrentie.”

Evelyne Nieuwland van Telenet repliceert: “Er zijn wel degelijk kansen voor andere operatoren. Op een aantal markten zoals vaste telefonie en zeker mobiele telefonie is Telenet een relatief kleine speler. Belgacom laat uitschijnen dat Telenet op geen enkel vlak gereguleerd is maar wij zijn zoals elke operator aan verschillende regels en wetgevingen gebonden, zoals de Telecomwet en het Mediadecreet. Op de TV-markt moeten wij een aantal ‘must carry’ kanalen aanbieden en zijn de prijzen gereglementeerd. Belgacom is dominant in meerdere markten en wordt dus ook gereglementeerd in deze markten (telefonie en breedband).”

Marktverdeling van de operatoren

Marktverdeling van de operatoren in België

Telenet kan andere operatoren weigeren op de kabel te komen. Is dat dan geen probleem voor de concurrentie? Nieuwland: “Het feit dat de kabel tot op vandaag niet gereguleerd is komt vooral doordat de kabel geen nationale dekking heeft en het marktaandeel vele malen kleiner is dan Belgacom. (zie illustratie) Belgacom heeft zijn netwerk en zijn klantenbestand geërfd uit de monopolieperiode. Telenet daarentegen heeft netwerk moeten kopen en bouwde zijn klantenbestand zelf uit. De toegang tot de kabel is technisch gezien ook een stuk moeilijker: er is geen één op één verbinding met elke klant zoals dit bij Belgacom het geval is.”

Volgens Nieuwland is het openen van de kabel niet aangewezen omdat vandaag een volwaardige infrastructuurcompetitie tussen aanbieders met volwaardige en gelijkaardige producten speelt. “De consument kan dus kiezen tussen volwaardige en bijna identieke aanbieders.”

Prijs-kwaliteit niet je-dat

Toch vinden jongeren dat de prijs/kwaliteit verhouding op het gebied van internet te wensen overlaat in België. Beide operatoren ontkennen dit. “Internet in België heeft topkwaliteit”, zegt Margot. “99,85% van de Belgische bevolking heeft toegang tot snel internet tegen een zeer goede prijs-kwaliteitsverhouding.”

Nieuwland haalt internationale studies aan. “Op basis van OESO vergelijkingen (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling )scoren we eerder gemiddeld op vlak van prijs/kwaliteit. Het is ook niet gemakkelijk om internetproducten en de kwaliteit ervan te vergelijken. Ook op vlak van kwaliteit van de dienstverlening zijn er grote verschillen. In het buitenland ligt de prijs soms lager, maar is de dienstverlening een stuk minder.”

Vrije kabel

Zou er niet beter een onafhankelijke beheerder komen van de kabel en de telefoonkabel? Margot vindt dat geen goed idee. “Dat de kabel niet wordt opengesteld is niet normaal, en verstoort de concurrentie. Het netwerk scheiden van de operatoren is echter geen goed beleid: in landen waar het gebeurd is stellen we vast dat er niet meer geïnvesteerd wordt in het netwerk.”

Nieuwland: “Belangrijk is dat diegene die de diensten aanbiedt ook diegene is die de nodige investeringen doet om kwaliteit van het netwerk, en dus de diensten, op pijl te houden. Zeker in een sector met snelle technologische evoluties is het belangrijk dat die ontkoppeling niet gebeurd in tegenstelling tot de gas en elektriciteitssector.”

Hoe komt het dat er hier nog steeds limieten zijn op de downloadcapaciteiten terwijl die er niet meer zijn in de buurlanden? “In de buurlanden wordt FUP gebruikt”, zegt Nieuwland. FUP staat voor Fair Use Policy en houdt een gemiddeld gebruik van je internetverbinding in. Dat betekent dat af en toe een film of muziek downloaden kan, maar niet constant. “Maar FUP houdt ook enigszins beperkingen in. Telenet wil dat iedereen maximaal kan genieten van internet, dus we managen het internetverkeer zo dat het niet mogelijk is dat een kleine groep van klanten een groot gedeelte van de bandbreedte inneemt en de snelheid vertraagt voor alle klanten. De meeste providers managen het verkeer op dezelfde manier. Dit helpt om het internetgebruik ’fair‘ te houden voor iedereen.”

Intussen hebben zowel Belgacom als Telenet abonnementsformules met onbeperkte downloadcapaciteit onder Fair Use Policy aangekondigd.

Short Text Message

Sms is groot gemaakt door jongeren. Nochtans betalen ze vandaag nog steeds meer dan jongeren in onze buurlanden. Houdt Belgacom (Proximus) de prijs van zijn sms-diensten kunstmatig hoog? Margot: “De sms-tarieven zijn de laatste jaren stelselmatig gedaald. Belgacom bepaalt die niet zelf: ze zijn gebaseerd op de kosten en worden ook vastgelegd door de regelgever (BIPT).”

© 2010 – StampMedia – Ken de Kort

===

Dit artikel werd gepubliceerd door Belg.be op 28/04/2010
Dit artikel werd gepubliceerd door RadioVisie.eu op 03/05/2010

Allochtone Vlamingen over de val van de regering

27 april 2010

(MO*) De mening van de Belgische autochtonen over het ontslag van de regering-Leterme II is alomtegenwoordig in het nieuws, maar wat vinden de allochtonen in België over de val van de regering?

Yves Leterme (© Gie Goris)

Yves Leterme (© Gie Goris)

Hassan Amaghlaou
Voorzitter Limburgse integratieraad

De val van de regering is een voorspelbaar verhaal. Ik weet niet of de regering BHV niet kan of niet wil splitsen. België blijft in de eeuwige greep van de twee grote gemeenschappen. Wie het hardst roept krijgt de meeste aandacht. Ik geef geen van beide partijen de schuld voor de val van de regering, de Franstaligen en de Nederlandstaligen moeten alle twee hun verantwoordelijkheid opnemen.

De politici moeten zich realiseren dat een electorale profilering taboe is. Bepaalde ethische vraagstukken zoals de splitsing van BHV en het asielbeleid moeten opgelost raken zonder dat een gemeenschap daar winst of verlies door maakt.

Voor mij mogen ze zelfs alle gemeenschappen afschaffen zodat er maar één Belgische gemeenschap overblijft. Dan kan iedereen zijn taal, accent en culturele eigenschappen behouden. Vroeger bevonden de Vlamingen zich in een onderdrukte positie, nu voelen de Walen zich benadeeld in het land. Je kan altijd één slachtoffer en één dader aanduiden. Het hangt er enkel vanaf welke bril je op die moment draagt.

Rachida Lamrabet
Auteur van onder andere ‘Vrouwenland’ en juriste van Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding

Ik betreur het enorm dat het zo moest lopen. De mensen zijn momenteel met belangrijkere dingen bezig dan Brussel-Halle-Vilvoorde. De val van de regering is een slechte timing. We zitten nog steeds in een economische recessie en kunnen ons nu geen land zonder regering permitteren.

Het is een echt politiek spel. Open Vld heeft ontslag genomen uit de regering om te laten zien dat ze woord houden wat BHV betreft en dat ze niet over zich heen laten lopen. Maar de partij had dat niet mogen doen, het gaat hier niet over leven en dood. Het is onverantwoord om nu strikte deadlines te eisen.

Het probleem BHV moet opgelost worden, maar daar is tijd voor nodig. Ik had gehoopt dat de koning het ontslag van de regering zou weigeren en een compromis zou zoeken. Nu de regering is gevallen kan men niet anders dan verkiezingen uitschrijven. Ze moeten met een propere lijn beginnen, hoewel dat niet makkelijk zal zijn.

Mohamed Ikoubaan
Werkt bij vzw Moussem (brengen kunst en cultuur uit Maghreblanden en Midden-Oosten)

De meeste mensen zijn al die regeringscrisissen beu. Maar ik begrijp wel dat België een ingewikkeld systeem heeft waarbij de gemeenschappen met elkaar rekening moeten houden. België is geen natiestaat meer. Het gaat over twee verschillende gemeenschappen, de Franstalige en de Nederlandstalige, die niet veel meer met elkaar te maken hebben. Aan de andere kant heb je Brussel dat tweetalig is en waarvoor nog steeds geen oplossing is.

Nu is er geen andere uitweg dan terug verkiezingen organiseren, maar toch zal dat het probleem niet oplossen. De huidige spanningen zullen na de verkiezingen nog steeds aanwezig zijn. De partijen zijn veel te regionalistisch opgesteld in plaats van Belgisch. In de toekomst zal BHV het probleem blijven en zo komt er misschien wel terug een staatshervorming.

Er zal binnenkort geen aardverschuiving zijn in de politiek. Volgens mij gaan we op termijn niet anders kunnen dan het land splitsen. De gemeenschappen staan te ver van elkaar om nog goed samen te werken, vandaag spreken we niet meer van één natie. De nieuwe politieke generatie is niet meer in staat om de verschillende gemeenschappen te besturen.

Chaïma Haskal
Studente Erasmushogeschool Brussel

Het is ronduit belachelijk. Het is niet de eerste keer dat de regering valt, vorig jaar was het hetzelfde. De regering kan niet samenwerken en de mensen hebben er geen vertrouwen meer in. België is erkent als een drietalig land en die kans moet benut worden. Alles draait altijd om BHV. De regering moet dringend tot een akkoord komen die voor zowel de Franstaligen als de Nederlandstaligen gunstig is. Hoe zo een akkoord er moet uitzien weet ik niet maar ik denk dat veel mensen heel het gedoe beu zijn.

Naima Charkaoui
directrice Minderhedenforum

Als er nieuwe verkiezingen komen betekent dat voor ons forum in eerste instantie dat wij een nieuw eisenpakket kunnen maken. Ik zeg niet dat het goed is dat de regering is gevallen maar het is voor ons toch een gelegenheid om nieuwe eisen te stellen. Het nadeel is natuurlijk dat een aantal lopende dossiers stopgezet zullen worden. De volgende regering moet hier dan misschien terug vanaf nul beginnen. In het beste geval gaan een aantal dingen die nu niet mogelijk zijn er dan wél door komen. Daar hebben we nu nog geen zicht op. Men is bijvoorbeeld al lang aan het nadenken over de monitoring van de deelname van etnische minderheden op de arbeidsmarkt. Maar elke keer als de regering valt moeten we vanaf nul beginnen, het gaat helemaal niet vooruit. Wij willen vooral dat er meer aandacht gaat naar diversiteit en naar deelname van etnische minderheden op de arbeidsmarkt. Het is nu afwachten of er nieuwe verkiezingen gaan komen of niet.

© 2010 - MO* - Joke Droeshout

Dit artikel verscheen eerder op MO.be en kadert in een samenwerking tussen StampMedia en een aantal onafhankelijke nieuwsmedia waaronder MO*.

Geldkraan De Speelvijver in Antwerpen Noord toegedraaid

27 april 2010

De Speelvijver in Antwerpen Noord kreeg te horen dat de Vlaamse geldkraan wordt toegedraaid. De ontmoetingsplaats voor kinderen en ouders zal het met drie medewerkers minder moeten doen. Een ramp voor een bijzonder initiatief van inloopteam Samik. Ze kijken nu vol verwachting naar hun laatste strohalm, de stad Antwerpen.

Aida Akrouti en dochtertje Nalak voelen zich gelukkig in De Speelvijver.

Aida Akrouti en dochtertje Nalak voelen zich gelukkig in De Speelvijver.

De Speelvijver valt zonder de subsidies van de Vlaamse Overheid. Dat besliste minister van Sociale Economie Freya Van den Bossche. In juli van vorig jaar werd het proefproject onder voormalig minister van Sociale Economie Kathleen Vandenbempt uitgebouwd. Die ministerwissel zorgt nu voor moeilijkheden. “Van den Bossche zag het activeren van werknemers als prioriteit van het project, vertelt medewerkster van De Speelvijver Manù Monteiro. “Dat is niet ons doel. Wij willen kinderen en ouders uit het Noord met problemen helpen.”

Speeldromen

In de Speelvijver kunnen kinderen zowel binnen als buiten hun speeldromen de vrije loop laten. Ouders kunnen ondertussen rustig met elkaar praten of met hun jonge spruit meespelen. De Speelvijver is drie dagen op de week geopend. Dat komt nu in gevaar. “Met drie collega’s minder zullen we zaterdag onze deuren niet meer kunnen openen”, geeft Monteiro aan. “De groei van ons centrum zal enorm geremd worden.”

Dave Franck is één van de medewerkers die mogelijk het schip moet verlaten.”Dit is mijn droomjob. Ik kan buiten in het zonnetje met kinderen spelen, vertelt Franck enthousiast. “Het is ongelofelijk wat je deze families allemaal kan geven. Veel ouders zijn onwetend of kunnen de taal niet. Zo hielpen we een moeder met vijf kinderen die onvoldoende geld had voor eten en luiers.”

Families

De onfortuinlijke slachtoffers zijn de kinderen en ouders die hier drie keer per week hun zorgen achter kunnen laten. De Tunesische Aida Akrouti en haar dochtertje Nalak zijn daar het levende bewijs van. “Thuis was Nalak vaak agressief en moeilijk te controleren. Hier vond ze rust en kan ze volledig genieten door te spelen met andere kinderen.” Akrouti kwam drie jaar geleden naar België. “Zonder familie was het hier in het begin heel moeilijk. Ik kwam niet vaak buiten en had weinig contact met anderen. Mijn wereld veranderde compleet sinds ik De Speelvijver leerde kennen. Samen met de medewerkers, andere kinderen, mama’s en papa’s zijn we een grote familie.”

“Ik leerde hier enorm veel vriendinnen kennen”, vertelt Melisa, de mama van Hamza. “Toen ik van Bosnië naar hier kwam was ik vaak verdrietig. Ik zat alleen thuis met Hamza omdat mijn man ging werken en ik niet wist waar naartoe. De Speelvijver bood de oplossing. In een jaar tijd dat ik hier met mijn zoontje kom verbeterde mijn Nederlands enorm.”

Reddende engel

De Speelvijver organiseerde zaterdag 24 april een kinderfeest. ”Op deze manier wilden we tonen wat we betekenen voor de kinderen en ouders in de buurt”, zegt Monteiro. “Zo willen we politici laten zien wat we hier op poten hebben gezet. Wij hopen dat de Stad Antwerpen de subsidies van de Vlaamse Overheid zal overnemen.” Deze week komen verschillende diensten van de Stad samen en beslissen ze over de zaak, aldus de woordvoerder van de bevoegde schepen Voorhamme.

© 2010 – StampMedia/Plantijn – Tomas Bachot

Volgende pagina »