(Opinie) “Oogjes dicht”: waarom is seks nog steeds een taboe?
Een pikante scène op tv en meteen roepen je ouders: “Oogjes dicht!” Leren we zo eigenlijk wel iets over seks, of zorgt het juist voor meer taboes, vraagt reporter Hanne Moorkens zich af.
Ik ben de jongste van drie zussen. Toen ik zes jaar oud was, zat ik met hen in de zetel te kijken naar ‘Geordie Shore’ en elke vrijdag keek ik na schooltijd uit naar een nieuwe aflevering van ‘Temptation Island’. Wanneer er een pikante of riskante scène in beeld kwam, zeiden mijn ouders: “Hanne, oogjes dicht.”
Maar is ‘oogjes dicht’ wel een goede manier om kinderen op te voeden over seks? Ieder kind, en ik was daar geen uitzondering op, piept op zo’n moment al giechelend door de vingers naar het scherm. Je kunt als ouder onmogelijk bepalen wanneer of hoe je kind met seks wordt geconfronteerd en al zeker niet in de hyperdigitale samenleving van vandaag. Het is daarom hoog tijd dat we stoppen met ogen te sluiten en de confrontatie aangaan, voor sociale media het zullen overnemen.
Baby maken via de navel
Toen ik hoorde dat mijn zus op haar zevende nog dacht dat een baby via de navel werd gemaakt, besefte ik dat er iets structureel mis zit, zowel bij de ouders als in het onderwijs. Natuurlijk is het ongemakkelijk om als ouder over de bloemetjes en de bijtjes te praten. Toch heb ik liever een ongemakkelijk gesprek aan de keukentafel, dan dat mijn 16-jarige dochter in verwachting is en ik mezelf op mijn veertigste al oma mag noemen.
“Wanneer we de seksuele opvoeding overlaten aan het internet, gooien we jongeren voor de leeuwen”
Jongeren zijn geen domme wezens. Als ze nieuwsgierig zijn, zoeken ze zelf wel uit wat ze willen weten. Vroeger was dat misschien op het schoolplein, vandaag is dat op Tiktok. Dat is gevaarlijk. Uit berichtgeving van de VRT blijkt dat influencers via sociale media massaal misinformatie verspreiden. Zo circuleren er video’s waarin wordt beweerd dat je perfect beschermd bent tegen zwangerschap als je de pil alleen inneemt op de dag dat je seks hebt.
Wanneer we de seksuele opvoeding overlaten aan het internet, gooien we jongeren voor de leeuwen. De gemakkelijke toegang tot pornografie confronteert hen met onrealistische en prestatiegerichte beelden van seks, terwijl sociale media hen overspoelen met onhaalbare schoonheidsidealen en foute mythes over anticonceptie.
Wetenschappelijk onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het Vlaamse expertisecentrum Sensoa halen de grootste fabel rond seksuele opvoeding onderuit: kinderen worden niet vroeger seksueel actief door erover te praten. Integendeel, kwaliteitsvolle relationele en seksuele vorming (RSV) zorgt er net voor dat jongeren hun eerste seksuele ervaring uitstellen, en als ze het doen, doen ze het veiliger. Het leert kleuters over lichamelijke grenzen en helpt jongeren om de taal te vinden om zich uit te spreken bij grensoverschrijdend gedrag.
“Kinderen worden niet vroeger seksueel actief wanneer ze er meer over praten”
Je hoeft het warm water niet uit te vinden. Er zijn tegenwoordig talloze educatieve shows, boekjes en podcasts beschikbaar. Kijk je samen naar een programma en gebeurt er iets grensoverschrijdends? Druk even op pauze. Bespreek wat je ziet, vraag hoe zij erover denken, leg uit wat veilige seks inhoudt en hoe het er in de echte wereld aan toe gaat.
Veiligheid is belangrijk, maar seks draait ook om zoveel meer. Het is cruciaal dat jongeren open kunnen praten over genot, persoonlijke grenzen en hoe ze zich helemaal op hun gemak voelen.
Inclusieve seskuele opvoeding
Daarnaast mag seksuele opvoeding geen exclusief heteroseksueel gebeuren meer zijn. Jongeren worstelen enorm met hun identiteit en vooral jongeren met een niet-heteroseksuele voorkeur. Sensoa benadrukt dat hetero-jongeren overal om zich heen rolmodellen zien, terwijl queer-jongeren pas later hun weg vinden.
Onverdraagzaamheid en een gebrek aan representatie kunnen leiden tot zelfhaat of zelfs depressie. Door seksuele opvoeding inclusief te maken voor alle genders en seksuele voorkeuren, leren we jongeren niet alleen zichzelf te accepteren, maar ook respect te tonen voor een ander.
Seks hoeft helemaal niets negatiefs te zijn. Hoe meer we er een taboe van maken, hoe moeilijker en gênanter het wordt voor alle partijen. Laten we dus stoppen met zeggen dat onze kinderen hun “oogjes dicht” moeten doen. Het is tijd dat volwassenen hun eigen ogen eindelijk opentrekken.
Tijdens de Opinieweek van StampMedia lieten jongeren hun stem horen door opiniestukken en audiocolumns te maken waarin ze een maatschappelijk thema dat na aan hun hart ligt onder de loep te nemen. Lees en beluister alle stukken hier.
(Opinie) De frontale botsing tussen regels en vrijheid
Regels zijn er om te breken, hoe kan je tegenwoordig nog anders? De hoeveelheid wetten en normen die de bevolking binnen de lijntjes probeert te sturen, lopen bij vele burgers de spuigaten uit. De beleidsmakers gaan er van uit dat al die regeltjes nodig zijn, dat we zelf niet meer kunnen inschatten wat juist of fout is. Maar mensen worden door de toevloed aan regeltjes niet alleen boos, ze worden er ook een stukje minder mens door.
Stel je voor: je zit als roker op een terras en aan de tafel naast je zit een kind. Dan ga ik ervan uit dat je niet rookt omdat je rekening houdt met de gezondheid van dat kind, en niet omdat het wettelijk gezien niet mag. En ja, roken is ongezond en verslavend, maar laat op zijn minst de uitbater beslissen of zijn terras rookvrij is of niet. Wanneer je de burger de vrijheid ontneemt om die inschattingen voor zichzelf te maken, verliest hij telkens een beetje de capaciteit om voor zichzelf te denken. Pak de verslavingsproblematiek rond roken aan door bij Marlboro en Camel aan te kloppen, niet bij café De Plezanten Hoek.
Nog zo’n voorbeeld waar het gezond verstand wordt genegeerd is de criminalisering van voetbalsupporters. Uiteraard lopen er ongelofelijke imbecielen rond in een voetbalstadion, dat is overal in de maatschappij zo. Maar wanneer ik hoor dat de harde kern van voetbalclub KV Mechelen zijn prachtige tifo niet mag optrekken omdat de beveiligingscamera het zicht en de controle over de supporters even verliest, dan gaan de alarmbellen in mijn hoofd af.
Zo’n tifo is een prachtig initiatief. Tientallen vrijwilligers, uit alle hoeken van de samenleving, die samenkomen om een kunstwerk in elkaar te flansen waarmee ze hun gezamenlijke club trots kunnen maken. Wanneer zo’n prachtig initiatief wordt onderuitgehaald omdat de veiligheidsdiensten dan voor een paar minuten een camera niet kunnen gebruiken, weet je dat er geen vertrouwen meer is.
“Rechtspraak is iets wat mee evolueert met zijn tijd, maar we mogen ons niet laten vangen aan het reguleren van elk klein detail”
De Codex Hammurabi is het oudste gevonden wetboek uit de mensheid. Het stamt af uit 1780 voor Christus en is de basis van het rechtssysteem van het Babylonische rijk. We zijn nu een kleine 4.000 jaar verder, dat wil zeggen ongeveer 4.000 jaar tijd om regels te bedenken die de samenleving kunnen verbeteren. We zijn nu op een punt gekomen dat de voornaamste regels hopelijk al zijn neergeschreven (op vlak van gelijkheid nog niet helemaal). Rechtspraak is iets wat mee evolueert met zijn tijd, maar we mogen ons niet laten vangen aan het reguleren van elk klein detail.
De meeste regels komen voort uit deze logica: je kan niet allemaal tegelijk een kruispunt oversteken. Daarom is het effectief om verkeerslichten te plaatsen. Stoppen bij rood, rijden bij groen. Heel concrete regels die bij eenieder van ons staan ingeprent. Maar wat doe jij als je als voetganger om 3 uur ’s nachts op een leeg kruispunt voor een rood licht staat en er geen enkel ander voertuig in de verste verte is te bespeuren? Breek je de regels, vertrouw je in je eigen ogen, en steek je over? Of blijf je daar staan wachten, louter en alleen omdat dat de regel is? Het is belangrijk om de wegcode te respecteren, maar het is minstens even belangrijk om zelf na te denken. We moeten ervoor zorgen dat ons gedrag een gevolg is van onze menselijkheid, en niet van de opgelegde regels.
Een minderheid die de aandacht krijgt?
Het is zoals de Nederlandse schrijver en opiniemaker Rutger Bregman beweert in zijn bestseller met de gelijknamige titel: de meeste mensen deugen. Waarom legt het rechtssysteem dan zo de nadruk op een minderheid (criminelen)? Regels zijn nodig om te kunnen samenleven, dat is absoluut waar. Maar waar botst die regelvorming met onze vrijheid? De staat wil graag de controle houden en de kalmte bewaren, wat ik compleet begrijp. Maar beste beleidsmakers, wij zijn geen beesten. We kunnen ook zelf inschatten wat kan en wat niet, we zijn geen computers die met regels dienen geprogrammeerd te worden.
Tijdens de Opinieweek van StampMedia lieten jongeren hun stem horen door opiniestukken en audiocolumns te maken waarin ze een maatschappelijk thema dat na aan hun hart ligt onder de loep te nemen. Lees en beluister alle stukken hier.
Het einde van het Orban-tijdperk in Hongarije: “Fundamentele veranderingen? Dat weet ik niet”
Nadat Viktor Orban vorige week de verkiezingen in Hongarije verloor, komt er na zestien jaar een einde aan zijn politiek tijdperk. Een nieuw hoofdstuk begint, één dat Hongarije opnieuw dichter bij Europa moet brengen. “Genoeg is genoeg.”
Zestien jaar lang leek Viktor Orban onaantastbaar aan de macht in Hongarije. Maar bij de verkiezingen vorige week kwam er een verrassende wending: Péter Magyar en zijn pas opgerichte partij Tisza behaalden de overwinning met meer dan de helft van de stemmen. Een politiek tijdperk komt zo ten einde.
Magyar won de verkiezingen met een tweederde meerderheid. Een uitslag die niet iedereen meteen zag aankomen na zestien jaar Orban aan de macht. “De uitslag kwam bij mij binnen als een verrassing. Ik was opgelucht toen ik het nieuws zag”, vertelt Eliza Neirynck, een studente met deels Hongaarse roots uit Kortrijk.
Opluchting
Ieder jaar gaat ze met haar Hongaarse moeder er op vakantie. Neirynck volgde de verkiezingen online met haar hele familie. “We zaten heel kort op het nieuws. Constant webpagina’s vernieuwen en de peilingen bekijken. Dat maakte het heel leuk, maar ook zeer intens.”
Maar waarom koos het Hongaarse volk nu overtuigend voor Magyar en niet meer voor Orban? “Voor het eerst had ik het gevoel dat er een sterke tegenkandidaat was”, legt de Kortrijkse uit. “Na zestien jaar Orban hadden veel Hongaren het gevoel: genoeg is genoeg.”
“Het stoorde mij dat je onder het bewind van Orban bijna niet meer openlijk trots kon zijn op je achtergrond. Als half-Hongaar raakte dat me persoonlijk” – Eliza Neirynck
Eliza Neirynck is vooral anti-Orban en niet per se pro-Magyar. “Toen ik hoorde dat Magyar had gewonnen, voelde ik vooral opluchting. Orban heb ik nooit echt kunnen steunen: zijn standpunten over LGBTQ-rechten, migratie en de manier waarop hij de democratie afbouwt, staan voor mij haaks op wat vrijheid en gelijkheid betekenen. Het stoorde mij ook dat je onder zijn bewind bijna niet meer openlijk trots kon zijn op je achtergrond. Als half-Hongaar raakte dat me persoonlijk.”
Hobbelig parcours
Rob Heirbout, politiek journalist bij VRT, ziet meerdere factoren voor de machtswissel: “Er zijn problemen met het gezondheidssysteem, de ziekenhuizen die niet goed werken, het openbaar vervoer dat verwaarloosd wordt. Er is heel veel inflatie, dat betekent dat de prijzen van levensmiddelen snel stijgen, terwijl de lonen niet altijd volgen. Dus dat wordt allemaal een beetje toegeschreven aan de partij die aan de macht is.”
Deze onvrede resulteerde in een grote verandering, maar wat betekent dat concreet voor de toekomst? Eliza blijft realistisch: “Hopelijk stijgen de lonen zodat ze leefbaar worden en leven gepensioneerden eindelijk van hun pensioen. Toch waarschuwt ze: Het parlement blijft rechts, dus fundamentele veranderingen? Dat weet ik niet.”
Rob Heirbout vult aan: “Magyar belooft hervormingen in gezondheidszorg en economie, plus een warmer EU-hart. Maar met een versnipperd parlement en Orbans Fidesz als sterke oppositie, wordt het een hobbelig parcours.”
(Opinie) Het rouwverlof in België is nog onpersoonlijker dan ChatGPT
“Er is nood aan een ruimer rouwstatuut dat een wettelijke omkadering biedt waarbij empathie en begrip centraal staan”, vindt Valentine Vanparys.
Het rouwverlof is opgesteld door iemand met nog minder inlevingsvermogen dan ChatGPT. Hoewel verlies niet tastbaar is, is het onoverkomelijk vervlochten met je dagelijkse leven. Hoe kan het dat je bij het overlijden van je partner of kind slechts tien dagen verlof krijgt? Dat is amper genoeg tijd om je de begrafenis te regelen of om je door de administratie te worstelen. Laat staan om effectief te rouwen, je verlies te accepteren en je verdriet te omarmen.
De meest recente aanpassing van het omstandigheidsverlof dateert uit 2021 waarbij het verlof bij overlijden van een partner of kind werd uitgebreid van drie naar tien dagen. De Belgische wetgeving houdt daarbij alleen rekening met officiële documenten van verwantschap of een gedeeld adres. Heb je geen trouwring of sta je niet ingeschreven op hetzelfde adres? Dan kun je het rouwverlof vergeten. Je verlies telt niet voor de wet. Sinds wanneer is onze huwelijksregistratie of onze administratieve woonplaats een correcte maatstaf voor verdriet? Het is een bureaucratische belediging voor de liefde.
Ondanks deze goedbedoelde verlenging blijft het rouwverlof ondermaats. “Rouwverlof zal altijd te weinig zijn”, stelt rouwexpert Manu Keirse in een interview aan Solidaris. Extra verlofdagen blijven toevoegen aan het rouwverlof zal voor tegenstanders van een ruimer rouwstatuut klinken als nagels op een krijtbord. Ze zullen zich steevast verschuilen achter de muur van economische betaalbaarheid en administratieve controle.
Preventie is goedkoper dan uitval
Maar wat blijkt? Preventie is goedkoper dan uitval. Onvoldoende rouwbegeleiding kan uitmonden in presenteïsme, waarbij werknemers aanwezig zijn op de werkplek, maar niet voldoende fit zijn door persoonlijke of gezondheidsproblemen. Presenteïsme verhoogt niet alleen het risico op depressie, burn-out en hartziekten, maar brengt ook productiviteits- en kwaliteitsverlies met zich mee. Bovendien kost één enkele werknemer met een burn-out de werkgever gemiddeld 23.677 euro. Dat blijkt uit cijfers van Securex in 2022. Over economische betaalbaarheid hoef je je dus geen zorgen te maken.
Helaas is een pure verlenging van het rouwverlof niet de oplossing. “Wat echt het verschil maakt, is hoe de werkgever omgaat met het verlies van de werknemer”, stelt Manu Keirse. Aangezien het wettelijke kader je verlies en je verdriet amper erkent, ben je aangewezen op de sympathie van je werkgever. “Als een werkgever niet kan omgaan met dat verdriet, komt de rouwende werknemer heel vaak in ziekteverlof terecht.”
“31 procent van de Belgen voelt zich op het werk onvoldoende gesteund voelt in een periode van rouw”
Keirse illustreert dat met een voorbeeld: “Een koppel verliest hun dochter op de dag van haar eerste communie. Na vier weken gaan ze opnieuw werken. De vader krijgt van zijn werkgever de ruimte om te rouwen, het advies om voldoende te rusten en de mogelijkheid om aan te geven wanneer het even niet meer gaat. De moeder daarentegen wordt slechts aangemoedigd om de draad weer op te pikken. Uiteindelijk groeit de vader geleidelijk aan weer in zijn job. Maar de moeder is helaas nooit meer naar haar job teruggekeerd. Hoewel beide werkgevers goeie intenties hadden, wist de ene alleen meer over hoe je met verlies moet omgaan dan de andere.”
Dat blijkt een veel voorkomend probleem te zijn op de werkvloer. Uit een onderzoek in 2024 bij 2.000 Belgen van DELA blijkt dat 31 procent van de Belgen zich op het werk onvoldoende gesteund voelt in een periode van rouw. Ook daarvoor moet binnen het Belgische beleid meer ruimte worden gemaakt.
Rouw als toestand
“Je lijf rouwt gewoon, punt”, vertelt rouwexpert Jos de Keijser aan De Correspondent. Wetenschappelijk onderzoek van de Hongaarse Universiteit Semmelweis toont dat rouw zich niet alleen psychisch, maar ook fysiek manifesteert. Vermoeidheid, concentratieverlies, een brok in de keel of een knoop in de maag: het zijn geen randverschijnselen, maar kernsymptomen van rouw.
Het rouwstatuut zou voldoende plaats moeten voorzien voor ons ‘rouwende brein’. Rouwen is geen gevoel dat je zomaar even parkeert. Het is geen emotie die je met voldoende tijd en wilskracht onder controle krijgt. Het is een onzichtbare hoedanigheid waaraan je hele lichaam zich moet aanpassen.
“Het huidige rouwstatuut gaat uit van de impliciete veronderstelling dat mensen na een administratief vastgelegde periode van tien dagen weer inzetbaar zijn”
Je staart uren voor je uit, terwijl je denkt aan alles en niets tegelijkertijd. Iedere inspanning is je te veel gevraagd en in je lichaam woedt er een innerlijke strijd om te blijven functioneren. De meest voor de hand liggende taken voelen aan als sisyfusarbeid. Je bent de uitputting nabij, terwijl je gewoon probeert te vatten wat je nu net overkomen is.
Situationeel en flexibel rouwverlof
Het huidige rouwstatuut gaat uit van de impliciete veronderstelling dat mensen na een administratief vastgelegde periode van tien dagen weer inzetbaar zijn. We bezitten zoveel kennis, zoveel documentatie, zoveel expertise en toch laat de Belgische wetgeving ons zo in de steek. Net zoals het rouwproces verschilt van persoon tot persoon, net zoals ons verdriet en ons verlies alle mogelijke vormen kan aannemen, zou ook ons rouwstatuut situationeel en flexibel moeten zijn.
Een oneindige verlenging van het rouwverlof is geen aangewezen oplossing. Rouwen doe je je leven lang. Het verlies en het gemis worden een deel van je bestaan. Bovendien laat verdriet zich niet afbakenen in een wetgeving of definiëren op basis van bloedverwantschap.
Daarom is er nood aan een ruimer rouwstatuut dat een wettelijke omkadering biedt waarbij empathie en begrip centraal staan. Rouwexperts kunnen hierin een cruciale rol spelen. Net zoals er een arbeidsarts waakt over het evenwicht tussen gezondheid en werk, kan bij een overlijden een rouwexpert worden aangesteld om werknemers passende begeleiding te bieden. Daarnaast moet er voldoende flexibiliteit zijn, zodat werknemers bijkomende verlofdagen kunnen opnemen.
Over grenzen heen
In Europa is het rouwverlof nog vaak versnipperd en ontoereikend. Gemiddeld krijgen werknemers in Europa amper drie dagen om een overlijden te verwerken. Een cijfer dat pijnlijk blootlegt hoe moeilijk rouw in beleid te vatten blijft. Dat blijkt uit onderzoek van Funeral Choice uit 2024, een online platform dat nabestaanden ondersteunt bij het plannen en organiseren van uitvaarten.
Sommige landen zoals Kroatië of Slovenië voorzien zeven dagen, terwijl Frankrijk en Portugal uitzonderingen maken bij het verlies van een kind. Elders duiken dan weer pragmatische accenten op. Spanje voorziet extra verlofdagen voor verre verplaatsingen en Slowakije geeft extra tijd voor het regelen van een uitvaart.
Maar in een groot deel van Europa, waaronder ook België, blijft het rouwverlof vaag omschreven. In landen zoals Denemarken of Noorwegen is een rouwstatuut zelfs volledig afwezig in de wetgeving. Daardoor zijn werknemers afhankelijk van de goodwill van hun werkgever. Het lappendeken aan regelgevingen toont vooral aan dat dit geen domein is waarin we klakkeloos andere landen moeten volgen. Het is een kans om zelf een menselijker en doordachter rouwstatuut uit te bouwen.
De vraag is dus niet of we ons een ruimer rouwstatuut kunnen veroorloven. De vraag is of we het ons kunnen veroorloven om te blijven doen alsof rouw zich laat beperken tot tien dagen. Wie van mening is dat de huidige regeling humaan is, is ofwel emotieloos of haalt zijn regelgeving rechtstreeks uit ChatGPT.
Tijdens de Opinieweek van StampMedia lieten jongeren hun stem horen door opiniestukken en audiocolumns te maken waarin ze een maatschappelijk thema dat na aan hun hart ligt onder de loep te nemen. Lees en beluister alle stukken hier.
Zij zijn DFFRNT
Een kledingmerk opstarten midden in een pandemie? Othi Berry en Beau Keller, twee jonge ondernemers uit Antwerpen en oprichters van DFFRNT, déden het gewoon. “We weten niet tot waar dit avontuur ons zal leiden, maar we zijn blij dat we de stap hebben gezet en laten we hopen dat hier een mooi verhaal uit komt.”
“We zijn alle twee al lang geboeid door mode,” zegt Beau. “En met DFFRNT wilden we een atypisch kledingmerk oprichten. Weg met de focus op streetwear. Wij willen tegen de stroom in zwemmen.” DFFRNT combineert kledingstijlen met kunstvormen als fotografie en poëzie. “Daarom spreken we niet alleen over een kledingmerk, maar over een hele levensstijl,” zegt Othi. “DFFRNT moet de kloof tussen mode en kunst overbruggen.”
Maar zijn er niet al zoveel kledingmerken? Wat kan een nieuw merk nog toevoegen? “Wat is veel? Dat ligt voor iedereen anders. Creativiteit kent geen grenzen,” zegt Othi. “Er is genoeg plaats aan de tafel en eten voor iedereen, zolang je elkaars ruimte respecteert, steunt en de wereld beter wil maken met je missie.” Speelt geld daarbij een belangrijke rol? “Zoals met zoveel dingen in het leven speelt geld niet altijd een belangrijke rol. Het creatief proces, en daar voldoening uit halen is voor ons op dit moment het belangrijkste. Zolang je kan doen wat je graag doet en je dromen kan waarmaken, is geld niet het allerbelangrijkste.”
DFFRNT wil mensen helpen empoweren, legt Beau uit. “Met kledij kun je jezelf uitdrukken op een artistiek niveau. Het zorgt ervoor dat je je goed voelt in je vel.”
Is een vergelijking met het iconische kledingmerk United Colors of Benneton hier op zijn plaats? “DFFRNT zal haar eigen koers uitstippelen en bevaren,” zeggen de makers. “Wij doen het op onze manier. We willen geen shockeffect creëren met onze visie en content.”
Kledingmerk als middel
De oprichters zien het kledingmerk dus niet als een doel, maar eerder als een middel om een boodschap te geven. “We willen met DFFRNT mensen inspireren om zichzelf te zijn en om uit hun comfortzone te treden,” zegt Othi. “Jezelf zijn is belangrijk. We willen met ons kledingmerk mensen uitdagen.”
“Het is niet zo dat we vinden dat we zelf een sociale rol moeten innemen, maar we willen DFFRNT wel als medium gebruiken om onze boodschap door te geven,” vult Beau aan.
Maar het zijn geen gemakkelijke voor de jonge ondernemers, dat zien ze zelf ook in. “Het is inderdaad een onzekere periode voor zelfstandigen. Maar we zijn gedreven, gemotiveerd en geloven in onze dromen. Daaruit putten we kracht. Het kan alleen maar beter worden en opgeven staat niet in ons woordenboek.”
“We willen een sterke – ook online – aanwezigheid creëren,” zegt Othi. “En we willen ook via mond-aan-mondreclame een grote doelgroep bereiken. Voor de lockdown dachten we aan verschillende concepten zoals het organiseren van mode-events. Helaas hebben we die plannen moeten uitstellen.”
Toch geven ze niet op en geloven ze in de kracht van sociale media in dit digitaal tijdperk. “We genereren brand awareness voor ons kledingmerk door in te spelen op sociale media aan de hand van influencers, bloggers, partnerships, contentcreatie, etc.”, zegt Othi. “In elk geval hebben wij onze initiële plannen moeten wijzigen om coronaproof te werk te gaan op het gebied van fotoshoots, logistiek en andere organisatorische taken.”
“Laat je zeker inspireren om authentiek te zijn. Alles is mogelijk zolang je er hard voor werkt en erin gelooft. We weten niet tot waar dit avontuur ons zal leiden, maar we zijn blij dat we deze stap hebben gezet en laten we hopen dat het tot een mooi verhaal zal uitbloeien.”
Othi en Beau kijken uit naar betere tijden: “Dat iedereen wel en gezond blijft, en dat dit zeker en vast niet de laatste keer zal zijn dat jullie van ons horen.”
Seppe (12) heeft autisme
Op Wereld Autisme Dag gaat er extra aandacht naar hoe het is om een autismespectrumstoornis (ASS) te hebben. Bij mensen met ASS werken de hersenen net wat anders dan bij de meeste mensen. We spreken van een ‘spectrum’ omdat er veel verschillende vormen van autisme zijn, met andere eigenschappen. Seppe is twaalf en heeft autisme. Hij vertelt zijn verhaal.

Hoe voelt het om autisme te hebben?
“Ik voel dat ik niet hetzelfde ben als mijn vrienden, omdat ik vaak anders op de dingen reageer. Mijn vrienden zitten nu in hun puberteit, maar ik voel dat zo niet. Ik zie dat ze zich tegenwoordig anders gedragen, maar ook dat ze anders denken en spreken dan ik. Ik vind soms dingen moeilijk en begrijp niet alles direct. Ik kan ook niet goed tegen veel lawaai en ook taal is moeilijk voor mij.”
Wanneer ben je te weten gekomen dat je autisme hebt?
“Toen ik ongeveer 10 jaar was, via mijn mama en papa. In het vierde leerjaar heb ik samen met mijn ondersteuningsjuf aan mijn klasgenoten verteld wat autisme is, en ook dat ik dat heb. Soms is het moeilijk voor mijn klasgenoten om ermee om te gaan, maar dat begrijp ik wel.”
Wat vind je het moeilijkst?
“Als iemand vervelend tegen mij doet, word ik heel erg kwaad en wil ik met niemand spreken. Dan begin ik te gillen en te rennen en wil ik met dingen gooien. Minder goede punten hebben vind ik ook niet leuk. Ik wil altijd minstens 70% halen, anders voel ik me ongelukkig.”
Zijn er voor jou ook positieve kanten aan?
“Ik geef nooit op, en ik vind het heel belangrijk om mijn best te doen op school. Ik ben ook een doorzetter. Ik speel G-basketbal en ook daar ga ik er altijd helemaal voor.”
Krijg je hulp van begeleiders?
“Ik had vroeger een logopedist en ik krijg nu veel hulp van mijn ondersteuningsjuf Greet en mijn zorgjuf Leslie. Ook mijn eigen juf, Elly, helpt me waar ze kan.”
Wat vind je leuk om in je vrije tijd te doen?
“Ik speel graag basketbal, voetbal en netbal, maar game ook graag op mijn PlayStation. Ik kijk graag filmpjes op YouTube, en schaken — dat heb ik net op school geleerd — vind ik ook fijn.”
“Ik voel dat ik niet hetzelfde ben als mijn vrienden. Ik reageer op veel dingen anders.”
Hoe is het voor jou om naar school te gaan?
“Als er te veel lawaai is, duren de dagen te lang voor mij. De drukte vind ik overweldigend, en dat de andere leerlingen mij niet altijd begrijpen, vind ik lastig. Mijn lievelingsvakken zijn rekenen en lichamelijke opvoeding, ik hou vooral van balsporten en lopen. Ik vind het niet altijd leuk dat mijn klasgenoten mij niet begrijpen, maar dat is omdat zij geen autisme hebben.”
Jouw klasgenoten weten dat je ASS hebt. Hoe gaan ze hiermee om?
“Soms houden mijn beste vrienden er wel rekening mee, dan komen ze voor mij op als ik ergens moeite mee heb. Ik kan bijvoorbeeld niet zo goed tegen onrecht, en dan helpen ze me.”
Welke ondersteuning en hulpmiddelen krijg je op school?
“Juf Greet helpt me als het moeilijk gaat. Ze zoekt samen met mij naar oplossingen. Ik heb ook een rood kaartje voor in de klas, dat ik aan de juf kan laten zien als ik in een conflict zit waar ik niet uit geraak. En ik heb oorbeschermers, die ik opzet als er te veel lawaai is in de klas.”
Volgend schooljaar ga je naar het secundair onderwijs. Kijk je daarnaar uit?
“Ik vind het enorm spannend, omdat alles nieuw zal zijn, je moet nieuwe vrienden maken en er zijn grotere kinderen op school. Ik ga de richting STEM-techniek volgen en ik kijk vooral uit naar het leren programmeren. Om mij voor te bereiden op de overstap heb ik al een workshop gevolgd die ik heel leuk vond.”
Hoe heb je graag dat andere kinderen met jou omgaan?
“Ik vind het fijn als kinderen rustig blijven en op een rustige manier tegen mij praten, en niet te veel lawaai maken of druk doen. Ik hoop dat ze begrijpen dat dat voor mij belangrijk is.”
DJ Manu van Aalst, aka Manuals: “Werk hard voor je dromen, ook al gelooft niemand je”
In 2019 won Manu van Aalst, aka Manuals, Start To DJ op MNM wat hem een maandelijkse set op de radiozender opleverde. Hij is niet enkel dj, maar ook producer. Met zijn 10.800 volgers op Instagram en 41.900 op TikTok is hij erg actief op sociale media, maar daarnaast studeert hij ook nog Music Management

Manu van Aalst: “Start To DJ is een wedstrijd die bekendstaat onder alle dj’s. Ik wilde er al lang aan meedoen, maar dat kan pas vanaf 18 jaar. Toen ik 18 was, voelde ik me er nog niet klaar voor, het jaar daarna wel. Ik plande allerlei acties in de hoop de kans op een selectie te vergroten. Zo heb ik een remix voor Regi uitgebracht en eentje voor 5NAPBACK, de dj-naam voor Laurens Van Herck die in 2016 Start To DJ won. Uiteindelijk heb ik zelf ook gewonnen, wat ik totaal niet verwacht had, zeker omdat andere dj’s op technisch vlak sterker waren. Bij iedere ronde dacht ik: “Nu lig ik eruit”, maar uiteindelijk is mijn werk toch in de smaak gevallen.” (lacht)
“Mijn droom om dj te worden zit in de familie. Mijn tante, vroeger zelf dj, gaf me ooit een heel klein mix-paneeltje. Mijn nonkel ging vaak naar optredens onder meer naar die van de Nederlandse dj Tiësto: hij bracht zelfs een exclusief T-shirt mee voor mij. Ik wilde iets met muziek doen en in het middelbaar dj’de ik als hobby, hoewel ik als kind architect wilde worden. Ik studeerde dus eerst architectuur, maar dat lukte niet echt. Nu studeer ik Music Management en sinds ik Start To DJ won, zijn er veel deuren voor mij opengegaan.”
“Mijn carrière begon dankzij mijn zus. Grappig genoeg, want zij wou eigenlijk zelf dj worden. Ze had dus een dj-set gekocht om mee te oefenen, maar was dat al snel beu. Toen ik in het vijfde middelbaar voor mijn examens moest studeren, lukte dat niet. Ik zag haar dj-set liggen en dacht: “Ik ga dat eens proberen.” Zo ben ik elke dag beginnen oefenen en uiteindelijk besloten mijn beste vriend Viktor en ik om als dj-duo te beginnen. Zo draaiden we dan op sweet sixteens en kleine fuifjes.”
Nooit naar de les
“Voor de coronacrisis kon ik alles goed combineren met school. Ik had mijn lessenrooster zo gepland dat ik maandag, dinsdag en woensdag les had en donderdag en vrijdag al mijn tijd in het draaien kon steken. Nu is dat moeilijker en ben ik minder gemotiveerd voor school. Ik werkte heel hard aan mijn producties en ging bijna niet meer naar de lessen. De crisis zorgt ervoor dat ik nu meer tijd heb, maar deed me ook beseffen dat ik die tijd liever in mijn muziek steek dan in mijn opleiding. Ik was voor al mijn examens geslaagd, maar het probleem is dat ik voor mijn dagelijks werk een nul kreeg, omdat ik nooit naar de les ging.”
“Later zou ik willen leven van mijn muziek door er fulltime mee bezig te zijn. Mijn grootste doel is de hele wereld zien via mijn muziek. Daarbij vind ik het belangrijk dat je trouw blijft aan de mensen die je vanaf het begin hebben gesteund, zoals mijn vrienden en familie. Ik zou hen dan ook zeker willen meenemen op tournee.”
Beste vrienden
“Mijn papa stond eigenlijk meteen achter mij, voor mijn mama lag het iets moeilijker. Zij was voorzichtiger en wilde dat ik mijn diploma haalde. Ze zag natuurlijk dat ik niet meer gemotiveerd was voor mijn opleiding architectuur, maar wel gelukkig werd van muziek maken. Toen wilde ze dat ik er volop voor ging.”
“Het pesten heeft me extra gemotiveerd om er dubbel zo hard voor te werken en te bewijzen dat ik het wél kon”
“Het is niet altijd makkelijk geweest. Voor ik begon met draaien, werd ik al gepest in het middelbaar en toen ik als dj begon, werd er wat mee gelachen. Dat heeft me wel extra gemotiveerd om er dubbel zo hard voor te werken en te bewijzen dat ik het wél kon. Mijn beste vrienden hebben mij wel vanaf het begin gesteund en daar ben ik heel dankbaar voor.”
Meer dan 41.000 volgers
“Naast draaien op MNM doe ik ook nog veel andere dingen. Sinds de lockdown besefte ik dat het als dj moeilijk is om online content te brengen en relevant te blijven. Toch probeerde ik zo actief mogelijk te blijven op sociale media. Op TikTok en Instagram antwoord ik op bijna elk bericht. Er worden veel livestreams georganiseerd, maar ook andere random events. Op sociale media ben ik heel hard gegroeid, vooral op TikTok. Op een jaartje heb ik daar nu meer dan 41.000 volgers.”
“Ik ben nu al zeven jaar dj, maar als ik op straat herkend word, is het 9 op 10 dankzij TikTok. Dat is gewoon gek, want ik maak nog maar een jaar TikToks en veel mensen op de app weten niet dat ik daarnaast ook dj ben. Nu introduceer ik dus stilaan mijn muziek op TikTok. Ik ben wel altijd blij als ik mensen tegen het lijf loop: voor een foto, een praatje of wat dan ook. Het vreemdste wat ik al heb meegemaakt? Ik zat in het kantoor van mijn management in Hasselt en opeens werd er aangebeld. Twee meisjes hadden de locatie van het kantoor opgezocht en vroegen een foto.”
“Als je echt iets wilt, werk daar dan voor, maak er tijd voor en ga ervoor”
Hard work beats talent
“Ik heb niet veel vrije tijd, want ik ben iemand die zijn agenda volpropt. Als ik vrij heb, doe ik wel eens een fotoshoot met een vriend of geef ik tussendoor lessen aan beginnende dj’s en producers. Echt rust nemen doe ik niet vaak. Een relatie wil ik op dit moment ook niet. Ik ben nochtans echt een relatie-persoon, ik heb enkele lange relaties achter de rug. Toen merkte ik dat ik vooral aan mezelf en mijn carrière wilde werken. Ooit stel ik me daar opnieuw voor open, maar op dit moment even niet.”
“Ik zeg altijd: werk hard voor je dromen. Als je een droom hebt, moet je daar gewoon voor gaan en hard werken, ook al gelooft niemand daarin. Er zijn ook vaak mensen die me laten weten dat ik zoveel talent heb en zij niet. Ik antwoord dan dat ik geen talent heb, maar dat je gewoon veel moet oefenen en hard moet werken. Mijn motto is: hard work beats talent. Als je echt iets wilt, werk daar dan voor, maak er tijd voor en ga ervoor.”
Deze maand kan je op 29 maart luisteren naar Manualsmusic op MNM.
Trein mag niet vertrekken omdat conducteur zegt dat jongen “geen Belg is”
De broers Sadjimou (16) en Jules (13) werden op 14 februari tijdens hun treinrit van Brussel naar Beersel gecontroleerd door een conducteur. Jules vergat zijn portemonnee waardoor hij zonder abonnement en identiteitsbewijs zat. Volgens de jongens wou de conducteur de trein niet laten vertrekken omdat ze niet zeker wist dat Jules “een Belg is”.

Het incident vindt plaats op een zondag op de trein van Brussel naar Beersel. “Toen Jules gecontroleerd werd, zag hij dat hij zijn abonnement en identiteitsbewijs niet bij zich had,” vertelt oudere broer Sadjimou. “Ik had wel alles bij en stond naast Jules. De conducteur was boos en geloofde niet dat Jules een Belg was” zegt Sadjimou. “Ze geloofde ook niet dat we broers zijn.”
Daarna weigert de conducteur de trein te laten vertrekken en eist dat de jongens in Etterbeek afstappen. “Toen ik mijn moeder wou bellen om het probleem telefonisch op te lossen, wilde de conducteur dat niet,” zegt Sadjimou. Er was volgens hen zelfs sprake van chantage. “Ze dreigde met een boete van 60 euro per minuut dat de trein vertraging opliep.”
“Zeggen dat mijn zoon geen Belg is terwijl zijn grote broer er bij staat, is niet oke”
Sadjimou belt uiteindelijk toch zijn moeder die dan met de conducteur spreekt. “Ze kon me niet in het Nederlands te woord staan” vertelt de moeder van de twee jongens. De conducteur laat de broers uiteindelijk verder reizen met de trein. De ouders van de jongens hebben de trein opgewacht aan het perron. “Ik wilde laten zien dat mijn jongens niet gelogen hadden,” zegt de mama. “Eens aan het perron wilde de conducteur er niks van weten en is ze niet eens uitgestapt om met ons te spreken.”
De ouders begrijpen dat conducteurs een lastige job hebben als de passagier geen identiteitsbewijs bij heeft. “Ik weet dat het niet makkelijk is voor hen, zeker niet in tijden van de coronacrisis. Maar insinueren dat mijn zoon geen Belg is terwijl zijn grote broer er bij staat en ik het via de telefoon probeer uit te leggen, is niet oke,” voegt de moeder er nog aan toe. De ouders hebben uiteindelijk een mail gestuurd naar de klantendienst van de NMBS, maar daar hebben ze tot op vandaag nog geen antwoord op gekregen.
Dit artikel gratis overnemen op je website?
De (af)kick van het gokje te veel
Jongeren vinden online steeds meer de weg naar sportweddenschappen en dat is geen goed nieuws, want ook de gokproblematiek neemt bij die groep elk jaar toe. Experts hameren op een strengere regelgeving, maar stuiten daarbij telkens op een kapitaalkrachtige goklobby, en een politiek die wel wil, maar vooralsnog geen eensgezindheid vindt. “Als jongeren nu niet gewaarschuwd worden, dan krijgt onze toekomstige generatie en de maatschappij het zwaar te verduren”, klinkt het bij Wim die zelf jarenlang gokverslaafd was.
Een paar voetbalwedstrijden uitkiezen, een winnaar per duel aanduiden, daar een geldbedrag op inzetten, en hopen dat het wat oplevert. Zo zag de eerste aanraking met gokken eruit voor de 23-jarige Jimmy uit Vlaams-Brabant, “Het krassen van een kraslot buiten beschouwing gehouden, want dat ervaar ik niet als gokken”, voegt hij eraan toe. “Ik was net negentien jaar geworden toen een van mijn vrienden voorstelde om voor een paar euro een weddenschap op een voetbalwedstrijd te plaatsen. Wedden op sport zei me tot dan toe eigenlijk weinig, hoewel ik nochtans een sportliefhebber ben en er eerder al studiegenoten over hoorde spreken. Uit nieuwsgierigheid ging ik in op het voorstel van mijn kameraad om voor wat kleingeld een gokje te wagen, gewoon om eens te ervaren wat zo’n weddenschap eigenlijk inhield.”
“We zetten elk vijf euro in, zodat we in totaal voor tien euro konden spelen. De eventuele winst zouden we achteraf delen. Zoals dat altijd gaat, heb je de eerste keer beginnersgeluk. We wonnen de weddenschap en splitten de winst. Dat was zo’n twaalf euro per persoon, maar dat vond ik toen makkelijk verdiend en mooi meegenomen. Het begin van meer, zo zou blijken. We speelden eerst nog even samen verder, nadien ieder voor eigen rekening. Na een tijdje is die vriend ermee gestopt, omdat hij meer verloor dan won. Ik ben blijven verder spelen, omdat ik ervan overtuigd was dat het mij wel zou lukken om mooie bedragen te winnen.”
“Ik wed nu nog steeds op sportwedstrijden en andere evenementen, maar ben wel van het idee afgestapt dat ik er rijk mee ga worden. Er zijn ook periodes dat ik niet gok als ik het te druk heb met andere zaken, maar de momenten dat ik speel ga ik er wel in op. De spanning en de kick trekken me aan. Gokverslaafd zou ik mezelf niet noemen, omdat het mijn gedrag nauwelijks beïnvloedt, maar ik erken wel dat het meer is dan gewoon gokken voor het plezier. Behalve mijn oudere broer, weet niemand anders er iets van af”, aldus de Brabander.
Jimmy is met zijn verhaal geen alleenstaand geval. Jongeren en minderjarigen gokken steeds vaker, waarbij vooral online wedden op sportwedstrijden een populaire vorm is. Voor een deel van hen primeert de amusementswaarde, maar voor een ander, steeds groter wordend deel is gokken een serieuzer gegeven en loert net zoals bij Jimmy een toekomstig gokprobleem of verslaving om de hoek.
Sportweddenschappen zijn hot
De cijfers van de afgelopen jaren bij jongeren liegen er niet om. Uit de VAD-leerlingenbevraging van het schooljaar 2017-2018 blijkt dat zo’n 21% van de leerlingen tussen de veertien en achttien jaar al eens gokt voor echt geld. Ruim 10% van de twaalf- tot achttienjarige leerlingen uit het secundair onderwijs geeft aan ooit wel eens een sportweddenschap afgesloten te hebben. Dat is een groeiend cijfer, want in het schooljaar 2013-2014 was dat nog een kleine 7%.
Belgisch CLapp-Onderzoek (Children’s Ludoliteracy Acknowledgment & ParentalProficiency) uit 2017 haalt aan dat zelfs kinderen van tien tot twaalf jaar al veelvuldig in aanraking komen met offline (52%) en online gokken (3%).
“Als we kijken naar de volwassen Belgen ouder dan 18 jaar, dan kampt zo’n 2% van hen momenteel met een gokstoornis”, vertelt gokverslavingsdeskundige Ronny Willemen van CGG zorGGroepZin, die spreekt van een mogelijke onderschatting. “In werkelijkheid zullen de cijfers nog hoger liggen, omdat bij velen de problematiek niet geweten is. Wij zien met andere woorden slechts een topje van de ijsberg. Bovendien zoeken jongeren met een gokprobleem vaak pas op latere leeftijd hulp.”
Een gokverslaving wordt ook wel een onzichtbare verslaving genoemd, omdat bijvoorbeeld bij alcohol of tabak het middelengebruik en de gedragskenmerken duidelijker zichtbaar zijn. “Niemand wist dat ik met gokken bezig was in ernstige proporties”, vertelt de 27-jarige Kasper uit Antwerpen die sinds de zomer van 2020 gokvrij is. “Ik heb er uit schaamte nooit met iemand over durven praten en heb mijn gokprobleem altijd verzwegen, zelfs voor mijn toenmalige vriendin. Op een gegeven moment is ze het toch te weten gekomen, tijdens een gesprek over onze financiële situatie. Ze was in shock. We wilden het probleem eerst zelf aanpakken, maar dat lukte natuurlijk niet. Onze relatie ging erop achteruit, omdat haar vertrouwen in mij was afgenomen nadat ik zolang over mijn gokprobleem had gezwegen en gelogen. Ik ben professionele hulp gaan zoeken, maar dat kon onze relatie niet meer redden”, aldus Kasper.
Jong geleerd is oud gedaan, dat geldt ook voor gokken
Een gokverslaafde weet als geen ander hoe hij zijn probleem verborgen kan houden en daar spelen ook het internet en alle online wedmogelijkheden een grote rol in. België is door zijn vroege regulering van het online wedlandschap in 2011 een van de koplopers in Europa wat betreft online gokken. “De toegankelijkheid en de anonimiteit zijn in mijn ogen de twee grootste problemen”, vertelt Kasper. Iets wat experts en deskundigen bevestigen. “We moeten de drempel trachten te verhogen, door onder meer de startleeftijd op te trekken. Momenteel is die voor sportweddenschappen 18 jaar, maar jongeren zijn op die leeftijd nog kwetsbaar om een verslaving te ontwikkelen, omdat hun hersenen nog niet volgroeid zijn. Een startleeftijd van 21 jaar voor alle kansspelen en gokactiviteiten is veel beter”, klinkt het bij Willemen.
Wedoperatoren zien die maatregel minder graag in voege treden en wijzen op een ander gevaar dat het optrekken van de leeftijdgrens met zich kan meebrengen. “We zitten met een illegale gokmarkt die het niet zo nauw neemt met regels rond leeftijdslimieten. De kans is dus reëel dat jongeren daar naartoe trekken”, klinkt het bij Dieter Vanlerberghe, manager van de Belgische legale wedoperator Bingoal . “Wij vinden dat een speler nog altijd zijn eigen keuzes moet maken, ook wat betreft het invoeren van vaste stortingslimieten. Om hen daarin bewuste keuzes te laken maken, moet er ingezet worden op verantwoord informeren.”
Opvallend is dat wedoperatoren in omgekeerde zin wel limieten opleggen, iets waar sommige gokkers zich aan storen. “Mensen die op regelmatige basis veel winst maken, worden door het merendeel van de legale goksites gelimiteerd. Je kan nog maar met een beperkt bedrag inzetten. Dat vind ik een beetje hypocriet. Ook ik heb dat al meegemaakt”, vertelt Jimmy .
Money time
Hoe hoger de bedragen die worden ingezet, hoe meer spanning een weddenschap met zich meebrengt. Ook Willemen is voorstander van zo’n limiet en haalt aan dat mensen niet altijd in staat zijn om zelf een grens te bepalen. In sommige gevallen leidt dat zelfs tot een schuldenberg. “Als mensen 42% of meer van hun maandinkomen inzetten of lenen, kunnen we spreken van een gokprobleem of verslaving.”
Wim, een dertiger uit Limburg die sinds augustus 2020 gokvrij is, kan erover meespreken. “Mijn moeder had en heeft nog altijd een zware gokverslaving. Ze stal vroeger zelfs mijn geld, waardoor ik zo goed als blut was. Zelf begon ik rond mijn 20 jaar op slotmachines en later op sportwedstrijden te gokken. Ik dacht dat het de enige legale manier was om snel aan veel geld te raken. Ik heb jarenlang 70% van mijn inkomen gebruikt om te gokken. Ik heb nooit geld gestolen of moeten lenen, maar financieel was dat een erg moeilijke periode. Ik had duizenden euro’s schulden. Toen ik in therapie ging liet ik me financieel in bescherming nemen. Ik heb sindsdien geen schulden meer gehad en loop met bijna geen geld meer op zak. Hoe minder geld er ter beschikking is, hoe minder je kan uitgeven. Ik ben niet fier op mijn situatie, maar ik ken mensen bij wie het nog veel erger is. Er zijn er zelfs die hun huis of auto moesten verkopen.”
“Wij als gewone burgers en politici zien de financiële en menselijke problemen van anderen niet, maar waar ze die wel zien is bij het OCMW”, vertelt Vlaams Parlementslid Stefaan Van Hecke (Groen). “Mensen komen er aankloppen omdat ze geen geld meer hebben, of omdat ze de spaarboekjes van hun kinderen hebben geplunderd. Dat zijn persoonlijke drama’s die absoluut vermeden moeten worden.”
En of er met veel geld wordt gespeeld. De totale Gross Gaming Revenu (GGR) is het verschil tussen de totale inzetten en de totale uitbetaalde winsten aan de spelers. Het is met andere woorden alles wat de gokbedrijven overhouden aan de inzetten van spelers op online en offline sportweddenschappen. Die GGR was in 2018 ruim 327 miljoen euro, een stijging van bijna 60% op drie jaar tijd. Vooral de omzet van online sportweddenschappen nam erg toe.
Gok met mate, maar niet met maten
Een van de uitlokkende factoren om met hoge bedragen te spelen, zijn de (welkomst)bonussen, zij het dat wedoperatoren in België die sinds maart 2020 niet meer mogen uitspelen om mensen te lokken naar hun site. “Toen ik nog gokte, waren het de bonussen en gratis bedragen die mij verleidden om naar een goksite te gaan. Dat is iets wat ik bij veel lotgenoten hoor terugkomen. Het is goed dat die lokmiddelen inmiddels afgeschaft zijn, maar er zitten nog gaten en omwegen in het systeem”, haalt Arne Nilis aan die sedert 7 februari 2016 gokvrij is.
De verleidelijke reclamespots voor sportweddenschappen zijn wel nog toegestaan, zij het sinds de wijziging van de Kansspelwet in 2019 onder strengere voorwaarden. Zo moeten ze onder meer een leeftijdsindicatie en de verantwoorde boodschap ‘Gok met mate!’ bevatten. “Die slogans zijn zo dubbelzinnig. Bovendien weten mensen totaal niet wat verantwoord gokken is”, hekelt Nilis.
Willemen wil het graag nog drastischer, en is voorstander van een algemeen reclameverbod. “Als je buitenkomt zie je op elke hoek van de straat gokreclame en ook op televisie en internet is het alom aanwezig. Het feit dat je favoriete voetbalclub of speler ook nog eens rondloopt met het logo van een gokkantoor op het shirt, maakt het gekke plaatje compleet. Gokken wordt op die manier genormaliseerd en dat kan niet de bedoeling zijn. We moeten die reclame durven te verbieden.”
Gokbedrijven en sportwereld gaan hand in hand
Het merendeel van de Belgische profvoetbalclubs wordt gesponsord door een gokkantoor en ook de Pro League zelf, het orgaan dat in staat voor de organisatie van het Belgische profvoetbal, werkt samen met twee wedpartners. “Dat is zorgwekkend”, klinkt het bij Nilis die zich destijds ook verzette tegen de monsterdeal tussen Club Brugge en Unibet in 2019. “Dat is een verkeerd en tegenstrijdig signaal geven. Veel clubs werken namelijk ook samen met VZW’s of hebben maatschappelijke doelen voor ogen. Jonge spelers die opkijken naar hun sportidolen zullen altijd geconfronteerd worden met de reclame en sponsoring van gokbedrijven op de shirts. We weten allemaal hoe reclame onbewust zijn werk doet.”
Ook in andere sporten worden ploegen gesponsord door gokoperatoren, denk maar aan de Formule 1 en het wielrennen. Bij Bingoal, actief in het voetbal en het wielrennen, snappen ze dat niet iedereen tevreden is met de sponsoring van wedoperatoren in de sportwereld, maar zij zien dat eerder als een positieve boodschap. “Door de sponsoring en investeringen van ons bedrijf, steunen we de sport en brengen we het legale aanbod in de kijker”, klinkt het bij Vanlerberghe (Bingoal).
Dat het financiële aspect een grote rol speelt, beseft ook de politiek maar al te goed. Van Hecke (Groen) hamert al lange tijd op een totaalverbod op gokpubliciteit en sponsoring in België en geeft toe dat zo’n algemeen verbod een van de moeilijkste wetsvoorstellen is om erdoor te krijgen “maar ook het belangrijkste”, benadrukt hij. “De Formule 1 werd vroeger gesponsord door allerlei tabaksmerken. Toen daar een verbod op kwam, werd er ook moord en brand geschreeuwd. De Formule 1-sport zou kapot gaan, maar kijk: het verbod kwam er en de sector heeft het toch overleefd.”
Het Vlaams Parlementslid van Groen acht een invoering van zo’n totaalverbod op lange termijn realistisch. “We zitten anno 2020 – 2021 ook nog met een coronacrisis, een financiële opdoffer voor heel wat sport- en voetbalclubs. Een overgangsperiode van drie jaar lijkt me haalbaar.”
Ondertussen woedt in steeds meer landen en voetbalcompetities het debat om te streven naar een algemeen gokreclame- en goksponsorverbod. Italië was in 2019 het eerste Europese land dat een totaalverbod invoerde, met uitzondering van de Nationale Loterij. Ook in Spanje en Engeland voeren ze hierover een debat. “Idealiter zou hier op Europees niveau een regeling moeten komen, zodat er geen ongelijken zijn in dit verhaal. Maar als we daarop moeten wachten, kan het nog lang duren. Zelf het initiatief nemen naar het voorbeeld van Italië moet het doel zijn. Hoe meer landen het verbieden of bespreekbaar maken, hoe lager de drempel zal worden voor andere landen om te volgen.”
CD&V-kamerlid Els Van Hoof sluit zich aan bij de mening van haar collega-politicus. “Waarom zou België niet een van die landen kunnen zijn die een voortrekkersrol neemt?”
Gamen is het nieuwe gokken
Gedragstherapeut en oprichter van het platform Verstandig Gamen Simon De Winter waarschuwt voor nog een ander gevaar dat ook in België de kop opsteekt: gamen. De stap tussen gamen en gokken wordt steeds kleiner, omdat gameontwikkelaars gokelementen in hun videospellen verwerken. “Het feit dat jongeren echt geld spenderen om items in games te kopen en de gamesector gokelementen in spelletjes verwerkt om nieuwigheden te winnen, is verontrustend. Er zijn zelfs minigames in spelletjes die erger zijn dan sommige casinospelen, omdat het winpercentage door de makers achter de game afgestemd is op je profiel”, aldus De Winter.
Een van de grootste boosdoeners in games zijn de loot boxes of schatkisten. Zo’n loot box is een pakket dat spelitems bevat. Spelers weten op voorhand niet wat er in zo’n loot box zit. De factoren toeval en geluk primeren. Recente studies tonen aan dat zo’n 17,5% van alle Belgische jongvolwassenen ooit al met echt geld betaalde voor een loot box, 75% van de gamers ervaart het zelf als gokken. Loot boxes zijn bijna overal ter wereld te kopen met echt geld. België nam in 2019 als eerste Europese land het besluit om die mogelijkheid te verbieden, omdat het principe indruist tegen de Belgische kansspelwetgeving.
Volgens De Winter is de beste oplossing om loot boxes en andere gokelementen volledig te schrappen uit games. “Jongeren gaan daardoor niet opeens minder gamen, er zal wel minder aan verdiend worden. Hetgeen nu in de goksector gaande is, moet ook in de gamesector gebeuren. Zowel in België als op Europees vlak weet de politiek niet goed hoe dat in de gamewereld in elkaar zit.”
Illegale markt doorn in het oog
De illegale gokmarkt is voor veel legale wedoperatoren een van de grootste boosdoeners in dit verhaal, en het probleem groeit nog. “Alle legale operatoren moeten zich aan de regels van leeftijdgrenzen, speellimieten en bonussen houden, dat in tegenstelling tot de illegale gokindustrie die dat totaal niet doet. Dat is een strijd met ongelijke wapens. De strenge regels die er momenteel zijn, schieten hun doel voorbij als die illegale markt niet consequent wordt aangepakt”, klinkt het bij Bingoal-manager Vanlerberghe.
Gokverslavingsexpert Willemen nuanceert. “In mijn ogen is die illegale markt niet het grootste probleem, in die zin dat 99% van ons cliënteel actief is of was op legale websites. Er bestaat natuurlijk ook een illegale markt en er moet iets aan gedaan worden om kwetsbare jongeren en burgers daar zoveel mogelijk van weg te houden.” Een kanttekening hierbij is dat de illegale operatoren geen tools aanreiken om spelers door te verwijzen naar hulpinstanties, waardoor jongeren die actief zijn op het illegale circuit minder snel hulp vinden en zoeken, daar waar dat bij legale operatoren wel het geval is, wat maakt dat de hulpvraag er ook hoger ligt.
De Kansspelcommissie (KSC) – de waakhond van de goksector – laat weten dat de situatie gekend is en unaniem afgekeurd wordt, maar haalt aan dat eenduidige oplossingen voor het probleem niet voor de hand liggen en vaak niet doeltreffend zijn.
Van Hecke (Groen) spreek over een en-en-verhaal. “Ik zeg niet dat eventuele verstrengingen geen verschuiving naar de illegale gokmarkt zullen creëren, maar dat is geen sterk argument. Datzelfde hoorden we ook toen we een aantal jaar geleden bezig waren met een verstrenging van de wapenwetgeving. Toen zeiden de lobbies ook: ‘hoe moeilijker je het maakt, hoe groter de kans dat mensen het op een zwart circuit gaan halen.’ Ik vind dat geen reden om bepaalde zaken niet in te voeren, maar wel om te pleiten voor een beleid met een strenge wetgeving die goed gecontroleerd wordt én die de illegale websites en gokindustrieën keihard aanpakt.”
Roes(t)ervaring
“Behalve verstrengingen, moet er ook gefocust worden op preventie en sensibilisering”, haalt Willemen aan. “Het bespreekbaar maken in scholen en sportclubs is daarbij belangrijk, en ik heb ook de indruk dat dit steeds vaker gedaan wordt. Ook campagnes die het thema aankaarten zijn nodig.”

Het Vlaams expertisecentrum Alcohol en andere Drugs (VAD) heeft per leeftijdsgraad een eigen leerlijn opgesteld die leerkrachten en scholen kunnen gebruiken om het thema gokken bespreekbaar te maken bij leerlingen. “In de nieuwe leerlijn ‘verslavingspreventie’ die scholen, leerkrachten, … kunnen gebruiken om rond verslavingsthema’s te werken, raden we aan om enkel klassikaal te werken als gokken in de leefwereld van meerdere leerlingen zit. Merk je als leerkracht dat een van de leerlingen gokt, ga dan best individueel het gesprek aan. Dat blijkt effectiever te zijn dan het thema klassikaal te bespreken”, aldus Ellen Coghe (onderwijs) en Jolien Moernaut (gokken) van VAD.
Een online enquête van de Vakgroep Bewegings- en Sportwetenschappen van de Universiteit Gent en VAD concludeerde in 2019 dat leden van sportclubs vijf keer meer deelnemen (15%) aan sportweddenschappen in vergelijking met de algemene Belgische bevolking (3%). “Ik heb zelf jarenlang op een degelijk niveau gevoetbald. Het onderwerp sportweddenschappen was geen taboe”, verklaart Kasper.
De Koninklijke Belgische Voetbalbond (KBVB) zorgt sinds vorig seizoen dat het thema gokken ook besproken wordt binnen de kleedkamermuren. “We zijn momenteel met twee projecten bezig, één gerelateerd aan profvoetbal, het andere aan amateurvoetbal”, vertelt Thibault De Gendt, medewerker bij de KBVB. “In het seizoen 2019-2020 zijn we rond gegaan bij alle 24 profclubs in België. Samen met de Engelse profvoetballer Scott Davies – die zelf veel geld verloor met gokken en ervaringsdeskundige is – hebben we bij elke club een presentatie gegeven over wedstrijdvervalsing en de gevaren van gokken die eraan gelinkt zijn. Dit seizoen willen we die profclubs opnieuw gaan bezoeken, ditmaal om de belofteploegen te informeren. Het coronavirus steekt daar vooralsnog een stokje voor”, verduidelijkt De Gendt die aanhaalt dat de amateurclubs weldra zullen volgen. “In 2020 zijn we in een project gestapt, gesteund door de Europese Unie en UEFA, dat specifiek gericht is op jeugd- en vrouwenvoetbal en inhoudt dat we de leden van die ploegen bewust willen maken van integriteit in het voetbal. Gokken en weddenschappen afsluiten horen daarbij.”
De Kansspelcommissie en VAD pakten in het verleden al uit met preventiecampagnes. In oktober 2020 bundelden Te Gek – een organisatie die psychische problemen bespreekbaar maakt – en VAD de krachten voor de Te Gek?!-campagne Roes(t) – verwijzend naar een roeservaring. Met de campagne willen beide organisaties de drank-, drug-, en gokproblematiek bespreekbaar maken door middel van georganiseerde activiteiten.
Politieke slakkengang
Experts en politici zijn het erover eens dat extra maatregelen en verstrengingen zich opdringen om het gokprobleem in België aan te pakken. “Jongeren raken te snel en te eenvoudig verleid om een gokje te wagen. De talloze wedmogelijkheden die online zijn terug te vinden maken het er niet beter op. De cijfers omtrent de gokproblematiek bij jongeren liggen hoog en ik vrees dat we de piek nog niet bereikt hebben. Een strengere regelgeving dringt zich op”, klinkt het bij ervaringsdeskundige Nilis.
Van Hoof (CD&V) laat weten dat nieuwe maatregelen op komst zijn, maar dat het wellicht tijd zal vragen. “Het is een proces van lange adem, maar ik denk dat we er wel in zullen slagen om de nodige maatregelen door te voeren. Een belangrijk gegeven zal zijn om geen ongelijkheid in de wetsvoorstellen te creëren, want de goklobby springt daar met al zijn goedbetaalde advocaten maar al te graag op, wat het proces alleen maar vertraagt. Net zoals bij de aanpak van tabak destijds, zullen ook in de goksector stap voor stap zulke voorstellen gerealiseerd worden, maar dat is niet meteen voor morgen”, aldus de Leuvense politica.
Eensgezindheid in de politiek – op alle beleidsniveaus en bevoegdheidsdomeinen – zal een ander cruciaal element worden om de voortgang en de aanpak van de gokproblematiek niet te bemoeilijken, alsook het afwegen van alle financiële belangen.
Wedoperator Bingoal geeft aan eventuele verstrengingen te zullen volgen, maar benadrukt de wil om alle sectoren gelijk te behandelen. “Wij denken dat we op een gezonde manier een plaats kunnen hebben in de maatschappij”, laat Vanlerberghe, de leidinggevende tak van Bingoal, weten “Als er nog verstrengingen worden doorgevoerd, zullen wij ons daar ook aan houden, maar dan moeten die voor iedereen gelden en op studie-gebaseerde beslissingen worden genomen. Met iedereen bedoelen we ook de illegale operatoren.”
Het laatste woord is voor Wim, die een duidelijke boodschap meegeeft. “Gokken is een gevaarlijke spel, een ziekte. Ik heb het van dichtbij meegemaakt. Eerst bij mijn moeder, nadien ook bij mezelf. Iedereen is er vatbaar voor en het maakt alles kapot. Als jongeren nu niet gewaarschuwd worden, dan krijgt onze toekomstige generatie en de maatschappij het zwaar te verduren. Gokken wordt steeds op een slinksere manier gepromoot en dat moet echt aangepakt worden.”
“Wat mezelf betreft wil ik in de toekomst lezingen geven om mijn ervaringen te delen. Er zullen nog moeilijke momenten en teleurstellingen komen, de drang om te gokken zal er altijd zijn, maar daar moet ik ook mee leren omgaan. Ik ben op de goede weg en ben trots op waar ik nu sta”, besluit Wim.
(*Jimmy, Kasper en Wim zijn fictieve namen om de privacy van de getuigen te bewaren).
Racisme vertaald naar comic
Tijdens de Week tegen Racisme hebben de Lab X jongeren hun verhaal vertaald naar comics. Bekijk hieronder de resultaten!