De Gelder laat naast een stad ook een dorp achter in puin. Niet alleen Dendermonde werd gebroken door zijn gewelddaad, ook Sinaai, het dorpje waar hij woont, draagt er de littekens van.

Sinaai is een bosrijk en rustig dorpje. De boeren, warme bakkers en slagers doen vermoeden dat de tijden hier stilstaan. Maar schijn kan bedriegen. Her en der vind je woonwijken gevuld met jonge gezinnen. Aangedreven door de stadsvlucht zoeken ze hun heil in een boerendorpje als Sinaai. De lokale jeugdverenigingen vermaken de kinderen en jongeren. Diegene die zich daar niet toe geroepen voelt, springt op een bus naar Sint-Niklaas.
Sinds vrijdag verlopen de dagen zoals ze altijd al zijn verlopen. De bakker verkoopt zijn brood, de scouts houden hun zondagse vergaderingen en de bomen zijn nog steeds kaal van de vrieskou. En toch is niets nog hetzelfde. De wijk waar De Gelder woont, blijft verdwaasd achter. Wat iemand tot zulke daden kan drijven, is niet hun hoofdzorg. Een sluimerend onveiligheidgevoel is dat wel. Zijn onze kinderen nog ergens veilig? Zelfs in het kleinste boerengat bestaat de kans dat je kind eenzelfde lot kan ondergaan als dat van de baby’s in Dendermonde. Onlangs hoorde ik een geluid van een krakend takje aan het keukenraam. Waar ik vroeger zou gedacht hebben dat de buurtkat weer in onze tuin zat, ging ik nu door het raam kijken om mezelf ervan te overtuigen dat er geen dreigend kwaad stond te gluren.

Toen de eerste feiten over de dader bekend geraakten, stond mijn wereld een moment stil. Het ging om een twintigjarige jongeman uit Sinaai. Hij kwam uit een normaal gezin en stond op een kantelpunt in zijn leven. Hij moest bewijzen dat hij klaar was om volwassen te zijn. Er is geen enkel verschil tussen zijn leven en dat van mij.
Een paar dagen laten verklaarden de media dat De Gelder waarschijnlijk aan een psychose leidt. Voor een tweede keer stond mijn wereld een moment stil. “Vereenzaming, zich afzetten van de ouders.” In deze kenmerken kon ik delen van mijzelf terugvinden. Ik heb me ook afgezet tegen mijn ouders door hele avonden alleen op mijn kamer door te brengen. Ik ben mijn middelbare school doorgekomen met slechts een paar goede vrienden. Zelfs teruggetrokkenheid is me een tijdlang niet vreemd geweest. Moet ik nu concluderen dat ik in een opwelling dezelfde vergijpen zou kunnen begaan als De Gelder? Ik heb gezocht naar een reden die me tot soortgelijke daden zou kunnen aanzetten. Gelukkig vond ik die niet. Toch is het geen lachertje om te weten dat een leeftijdsgenoot, iemand die hetzelfde levenspatroon heeft als jij, tot zo’n daden kan overgaan.

Iemand oprecht haten is moeilijk. Iemand niet haten kan nog moeilijker zijn. Het maakt me kwaad te weten dat iemand die een soortgelijk leven leidt tot moorden kan overgaan. Ligt de oorzaak dan toch bij de ‘tijden waarin we nu leven’? Zal deze zaak weer gevolgen dragen voor een verdere stigmatisering van ‘de jeugd van tegenwoordig’? Ik hoop van niet. Hoewel dergelijke drama’s steeds vaker lijken voor te komen, geloof ik in het goede van de jeugd. De Gelder is naar alle waarschijnlijkheid ziek in zijn hoofd. Het is aan de samenleving om zo iemand op te vangen en te genezen. De media roept moord en brand. Een terechte reactie op dergelijk schrijnend drama. De daden van De Gelder zijn van een onmenselijk karakter. Maar zelf blijft De Gelder een mens. Het is verschrikkelijk moeilijk hem niet te af te schilderen als monster. Maar de samenleving moet de waarden en normen waarop ze gebouwd is hoog blijven houden. Zelfs voor personen die geen deel uitmaken van de normale wandel van die samenleving. Wanneer we De Gelder voor het leven veroordelen tot monster stellen we zelf een onmenselijke daad. Wanneer hij werkelijk ziek is moet hij geïnterneerd worden. Dat is het enige juiste oordeel dat we kunnen vellen. Hoe onterecht het ook lijkt. De samenleving kan geen maatregelen treffen tegen dergelijke gebeurtenissen. Ze zijn in het verleden al gebeurd en zullen in de toekomst blijven gebeuren. Het Dendermondse drama is geen les. Het is iets waarmee we moeten leren leven en wat nog lang in ons geheugen gegrift zal staan. De enige maatregel die we kunnen treffen, is het begeleiden en opvangen van mensen die psychologisch niet in orde zijn. Tot slot moeten we oppassen dat we de jeugd niet veroordelen en stigmatiseren als kleine monsters die op elke moment kunnen doorslaan. Anders treft u elke jongere in het hart.

© 2009 - StampMedia – Vincent Van Nauw


Deze column werd gepubliceerd door JeugdWerkNet op 30/01/2009
Deze column werd gepubliceerd door CAW Metropool op 31/01/2009