reacties (0)


N-VA was deze week weer volop in het nieuws dankzij de helfie. Tijdens de persvoorstelling van de nieuwe campagne was partijvoorzitter Bart De Wever in zijn element. "Waar hij echter minder tuk op is, zijn politieke debatten", schrijft Lennert De Vroey (20). “Terwijl debat – in de Kamer, op straat of in tv-studio’s – een zegen blijft voor de democratie.”

Vlaanderen kent Bart De Wever als burgemeester, schaduwpremier, sporadische grapjas en gevleugeld debater. Nu mag hij die eerste twee functies erg serieus nemen, de andere eigenschappen krijgen we steeds minder te zien. Nog zelden krullen zijn mondhoeken naar boven. Maar vooral: meer en meer lijkt De Wever het debat te schuwen.

"Democratie onwaardig"

Niet dat BDW niet van een mediarelletje houdt – integendeel. Olie op het vuur gooien kan hij als geen ander. Het is varend onder de vlag van politieke incorrectheid dat De Wever Vlaanderen naar ‘verandering’ wil loodsen.

Waar hij echter minder tuk op is, zijn politieke debatten. Zijn laatste zuiver politiek debat moet dateren van voor de verkiezingen. Toen kwam hij pas erg laat in de vuurlinie, na eerst verstek te hebben gegeven voor een reeks relevante kopstukkendebatten, maar ondertussen wel Paul Magnette de les te lezen.

Als Bart De Wever op tv komt, is het bij voorkeur alleen. In een vraaggesprek heeft hij dan ruim de tijd om zijn praatje af te haspelen. Zo kon hij in Terzake Berbers culpabiliseren, om zich daarna boven het debat – “een democratie onwaardig” – te plaatsen en Zuhal Demir of premier Michel, de arme man, de kastanjes uit het vuur te laten halen.

Opdracht volbracht

Hij schuift ook wel eens aan in het VTM-nieuws, voor min of meer dezelfde formule. En soms is er een verklaring voor de camera’s in de gang van het stadhuis, of voor zijn bewaakte huis in Deurne. De Wever gooit iets in de ether, maar weigert vervolgens om een discussie aan te gaan. Demir, woordvoerder Pohlmann (in zijn wisselcolumn voor De Morgen), federaal fractieleider Vuye, ondervoorzitter Loones (de gedoodverfde opvolger) of desnoods de wispelturige Bracke (te vermijden) dienen de oppositie dan wel mondjesmaat van antwoord.

Afgelopen zondag was hij nog eens te gast in De Zevende Dag, voor het beproefde recept: vakbonden en CD&V’ers gingen op de schop, het Antwerpse politiekorps en de regeringen werden bewierookt. Opdracht volbracht.

De confrontatie met Vermeersch, in de studio van Reyers Laat, was eerder een choreografie waarbij beide heren zich konden opwarmen aan elkanders – en vooral de eigen – intelligentie. Het zal De Wever deugd hebben gedaan om zijn eminentia (“Aristoteles zegt: wij zijn een zoön politicon”) nog eens tentoon te spreiden. Kwestie van de fans van het eerste uur, die bij zoveel populisme misschien de wenkbrauwen dreigen te fronsen, ook nog eens een bloemetje toe te werpen.

De Wever & Vermeersch, deel 2, werd opgenomen op een donderdagnamiddag, rond 16.30 u. Dat moet zowat het tijdstip zijn van de plenaire vergadering in de Kamer, waar De Wever ook een zitje heeft. Maar het voor de democratie zo heilige halfrond is blijkbaar niet zijn favoriete plek. Wetgevend werk, interpellaties, schriftelijke en mondelinge vragen… Bijna een jaar na de start van de zittingsperiode scoort De Wever telkens nul.

Politiek met technocratensausje

Die parlementaire afwezigheid is trouwens niet het enige probleem van BDW’s buitensporige cumule. Met die waaier aan functies zet hij naarmate het uitkomt een ander petje op. Als burgemeester benoemt hij problemen in zijn stad, maar als N-VA-voorzitter, of wie weet als Kamerlid, voelt hij er weinig voor om met Gents burgemeester Daniel Termont in debat te treden. Als hoofd van een loyale regeringspartij verdedigt hij die of die besparingsmaatregel, maar als voorzitter van de grootste formatie neemt hij coalitiepartners onder vuur.

De Wevers moeite met tegenspraak blijkt niet alleen uit de zelfgekozen context van zijn optredens, maar ook uit zijn discours. Dat is nog steeds het geen-alternatiefverhaal van de tering naar de nering en het gezond verstand. Hierbij verwijst hij gretig naar de Franse nachtmerrie of de Scandinavische dan wel Duitse droom. Naargelang het past. Terwijl De Wever als historicus toch beter zou moeten kunnen dan een dergelijke willekeur. Cherry picking van cijfers en best practices om de ingeslagen weg als enige serieuze optie te legitimeren. Politieke overtuiging overgoten met een technocratensausje. “Heel de wereld doet het, maar wij weten het beter”, is bovenal een uiting van het eigen ‘Grote Gelijk’.

De zeldzame keren dat De Wever wel eens van antwoord wordt gediend, is er nog het rollen met de ogen. Een soort non-verbaal delegitimeren en ridiculiseren van het discours van de vrouw of man aan de andere kant van de tafel. Als hij deelnemen aan het debat al niet ‘de democratie onwaardig’ acht, dan is luisteren naar anderen in elk geval toch overbodig.

De machtigste man van Vlaanderen die allergisch is aan tegenspraak, optreedt waar en hoe het hem zelf past en debatten opent om ze vervolgens zélf weer af te sluiten – het is niet alleen ergerlijk, maar ook een beetje zorgwekkend. Want debat – in de Kamer, op straat of in tv-studio’s – blijft een zegen voor de democratie.

© 2015 - StampMedia - Lennert De Vroey



Dit artikel werd gepubliceerd door Opiniestukken.nl op 26/04/2015
Dit arti
kel werd gepubliceerd door DeWereldMorgen.be op 25/04/2015


Reacties

Plaats een reactie