© Pixabay
reacties (0)

Door al die online-schandalen zou je haast vergeten dat er nog zoiets als fysieke privacy bestaat. We hechten allemaal belang aan een plek voor onszelf, waar niemand ons lastigvalt. Maar dat is niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Mieke Vanhabost (57) is een van de bewoners van Cohousing Gummarushof Mechelen: “Een voormalig schooltje omgetoverd tot een samenwoonproject. Om erin te kunnen stappen, heb ik mijn huis al moeten verkopen. Als tijdelijke oplossing deel ik nu een pand met vijf andere mensen die ook in het project zitten. Ieder heeft een eigen kamer, de benedenverdieping is gemeenschappelijk. Toch heb ik ook daar mijn  hoekje gemaakt, een tafel waar niemand aan mag komen. Daar ben ik heel streng in, omdat er anders dingen verdwijnen. Verder zijn er duidelijke afspraken over het betreden van elkaars kamer: altijd eerst kloppen en nooit binnengaan als er niemand is. In het uiteindelijke project zullen er 35 aparte woonunits zijn. Enkel de tuin, het common house (met logeerplek en wassalon), het atelier en een polyvalente ruimte zullen gedeeld worden. Zo zitten we elkaar minder dicht op de huid.”

Zaid Allaf (20) is de oudste van vier in een Marokkaans-Belgisch gezin: “In de Marokkaanse cultuur is  privacy minder een thema. Veel mensen hebben andere dingen aan het hoofd dan een moment of plek voor zich alleen. Mijn broer van negen slaapt bij mij op de kamer, maar daar heb ik nooit echt last van gehad. Daarnaast is het heel gewoon dat familie voortdurend onaangekondigd bij elkaar binnenvalt. Soms is het lastig als je op zondagavond thuiskomt en er plots tien kinderen in de woonkamer zitten. Maar ik ga vaak als laatste naar bed en dan heb ik steeds een moment voor mij alleen.”

Rens Baeyens (24) zat op internaat Hoebanx in Hasselt: “In volle puberteit kan je wel wat privacy waarderen. Dan helpt het niet dat je kamer niet op slot kan. Is dat geen basisrecht? Zelfs als laatstejaarsstudent moest je om 22 uur naar bed. Nadien kwamen de opvoeders steevast controleren of het licht uit was en of je nog op je gsm bezig was. We kregen gewoon de kans niet om te bewijzen dat we met een stuk vrijheid om konden gaan.”

"Onze kotbazin woont naast ons en komt voortdurend binnen. Ze heeft altijd wel een excuus: de kat eten geven, de douches poetsen, de vuilniszakken... "

Quinten Engels (22) is de tweelingbroer van Seppe: “Pas toen Seppe voor het eerst een vriendin had, kregen we elk een aparte kamer. Als 22-jarige is een eigen plek geen overbodige luxe. We hebben sowieso al dezelfde vriendengroep, daardoor is het moeilijk om dingen verborgen te houden. Vorige week ben ik op date geweest. Mijn vrienden waren op de hoogte en die vertelden dat natuurlijk door aan Seppe. Tja, heel erg is dat nu ook weer niet. Over het algemeen heb ik wel het gevoel dat ik voldoende privacy heb.”

Margot Van de Kelder (22) woont op kot met vier andere studenten: ‘Onze kotbazin woont naast ons en komt voortdurend binnen. Ze heeft altijd wel een excuus: de kat eten geven, de douches poetsen, de vuilniszakken... Een kotgenoot had eens twee vrienden uitgenodigd om te blijven slapen. Toen die aankwamen, zette de kotbazin ze zonder pardon buiten. Ze heeft een camera op onze voordeur gericht. Als die louter zou dienen om overlast te voorkomen, dan zou ik er geen probleem mee hebben. Maar ik vind het niet kunnen dat ze constant naar de beelden zit te kijken om zich te kunnen bemoeien.’

De circusdirecteur Ricky Cannone (41) leeft al heel zijn leven samen met zijn artiesten. “Tien maanden per jaar reizen we rond, alleen in juni en juli wonen we thuis. We vormen een hechte gemeenschap van 22 mensen, maar toch heb je genoeg ruimte voor jezelf. Iedereen heeft zijn eigen woonwagen en na de show trekt iedereen zich daar terug. Of je gaat al eens uit eten of naar de cinema. Circusmensen zijn nogal op zichzelf. Zoals overal waar mensen nauw samenwerken, heb je intriges en roddels, maar dat beperkt zich tot een minimum. Meestal zeggen we alles rechtuit. Niemand bemoeit zich met andermans zaken, en is er een probleem, dan zijn we er voor elkaar.”

Pol Biesemans (78) werd in een vorig tijdperk grootgebracht als jongste van zeven: “Privacy was toen niet aan de orde. Het is niet te vergelijken met de huidige generatie. Ik lag met drie broers samen in twee tweepersoonsbedden. Nu willen jongeren de badkamer niet delen, toen hadden we niet eens een badkamer. We moesten ons wassen aan de wastafel in de keuken. Rond mijn 16 jaar kreeg ik voor het eerst mijn eigen plaatsje op zolder. Niet dat we ongelukkig waren, maar ik hecht nu wel meer waarde aan privacy: een plek hebben om iemand te ontvangen zonder dat er anderen bij zijn, een telefoontje kunnen plegen zonder dat iemand meeluistert.”

Anton-Marie Milh (26) is broeder-student in het Dominicanenklooster in Brussel: “Er zijn vaste momenten waarop we samen eten en bidden. Tussenin hebben we wel wat vrije tijd. Dan mogen we het klooster verlaten. Ikzelf ben nog bezig aan mijn doctoraat en dus besteed ik daar veel tijd aan. We hebben allemaal een eigen kamer, maar geen eigen bezit. Het is niet altijd makkelijk om met iedereen samen te leven, maar de keuze voor het Hogere is ons bindmiddel.”

 

Disclaimer: dit artikel gaat over privacy en maakt deel uit van de PIDmag Privacy, gemaakt door de studenten van de Master Journalistiek aan de KU Leuven campus Sint Andries. 

Voor een collectief gevoel van anonimiteit besloten de studenten de artikels niet te ondertekenen. 

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie