reacties (0)

Sinds Freak Show, het vierde seizoen van American Horror Story op televisie van start is gegaan, zijn freakshows weer een ‘hot’ item. De show won in totaal al 39 awards over de verschillende seizoenen. Maar wat is een freakshow nu eigenlijk?

Het vierde seizoen van American Horror Story debuteerde op 8 oktober 2014 en speelt zich af in Florida, in het jaar 1952. Met de start van een nieuw succesvol seizoen is er weer meer aandacht voor freakshows, die sinds de achttiende eeuw opkwamen in de VS en Europa. In Engeland bestonden de shows al sinds het midden van de zestiende eeuw.

Maar wat is een freakshow nu eigenlijk? Voor zij die de term niet kennen: een freakshow is een tentoonstelling van rariteiten en zeldzaamheden. Die vinden hun vorm in personen met een fysieke handicap, interseksuele kenmerken of andere buitengewone ziektes en aandoeningen. Vaak trekken deze tentoonstellingen ook rond, met bovengenoemde acts die als voornamelijk doel hebben het publiek te choqueren.

Tentoongestelde personen

De shows werden populair in Europa en VS tijdens de achttiende eeuw. Tijdens de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen de shows tot bloei. De tentoongestelde personen hadden meestal een talent dat weinigen kunnen nadoen (degenslikkers, vuurspuwers) of een zeldzame handicap of ziekte. Ook werden vaak dieren met lichamelijke afwijkingen getoond, of wezens die bewaard werden op sterk water. Soms waren de tentoongestelde ‘items’ een pure hoax, ondanks de stellige bewering van de gezelschappen dat ze enkel authentieke voorwerpen en personen tentoon stelden. Het bekendste voorbeeld van zo’n hoax is het “fossiele skelet van een zeemeermin”, dat jarenlang tentoongesteld werd op een enorm aantal shows.

3773081210_59f388c342_o

Vroeger behoorden de freakshows tot de hoofdattracties van elk pretpark dat iets betekende. Coney Island, het oudste pretpark ter wereld, bezat zelfs een volledige miniatuurstad genaamd ‘Liliputia’. Daar woonden zo’n driehonderd personen met dwerggroei. Tegen betaling konden bezoekers een blik werpen op de wereld van die ‘kleine mensen’, een wereld gecreëerd als parodie op de ‘grotemensenwereld’.

Een deel van de tentoongestelde freaks werd goed verzorgd, omdat ze bekeken werden als koopwaar. De directeur moest namelijk zijn brood verdienen met de exposanten. Maar het grootste deel van de tentoongestelde kermisfenomenen verging het verre van goed. Ze werden uitgebuit en slecht behandeld. Soms werden twee leden uit de shows zelfs verplicht om te trouwen, om zo een nog grotere attractie te vormen: “Komt dat zien, het extraordinaire koppel! De kleinste vrouw ter wereld en haar man van maar liefst twee meter veertig groot!”.

In Vlaanderen werden onder andere twee meisjestweelingen tentoongesteld. Want waarom zou je die wegsteken en laten opvoeden in een klooster? Hen op een kermis tentoonstellen – levend of op sterk water – is zo veel spannender. En belangrijker: het levert veel geld op. Bij de rondtrekkende shows waren zelfs gevallen van mishandeling en prostitutie. Dat werd ontdekt door Erik Vlaminck in zijn archiefonderzoek, dat de inspiratie vormde zijn boek ‘Suikerspin’ (2008).

Banaan naar Afrikaantjes

Behalve personen met een handicap of ziekte werden vaak personen van buitenlandse origine voorgesteld. Zelfs in België: in 1897 bouwde koning Leopold II drie Congolese dorpen na in Tervuren. Daar ‘leefden’ meer dan 200 Afrikanen van verschillende stammen. Die bleven ruim twee maanden in België, gekleed in niets anders dan een strooien rokje. Een deel van de ‘bewoners’ stierf aan een longontsteking en tuberculose. Maar de dorpen bleven toeschouwers/nieuwsgierigen trekken, dus bleven ze te bezichtigen voor bezoekers. Terwijl bezoekers stonden te gapen, gooiden ze al eens een occasionele banaan over de omheining naar de ‘arme Afrikaantjes’.

Niet alleen in België werden buitenlandse, exotisch dorpen nagebouwd. Ook in Amsterdam waren een Javaans en een Surinaams dorp te vinden in 1883. In 1889 kon je in Parijs een Senegalees dorp gaan bewonderen. Mensenhandel avant la lettre.

De meest beruchte mensenhandelaar was de Duitser Carl Hagenbeck. Die stuurde in 1876 een kompaan naar Egypte om Nubians te ‘sprokkelen’, een stam die bekend staat voor zijn erg donkere huid. De Duitser ging met hen op tournee in Parijs, Berlijn en Londen. Het overweldigende succes van de show bracht hem ertoe enkele Kawesqar-indianen uit Chili te kidnappen in 1881 en hen ook de wereld rond te slepen.

De enige ‘freak’ die niet ontvoerd werd door Hagenbeck was Abraham Ulrikab, een Inuït uit Labrador. Hij stemde vrijwillig in en verhuisde met zijn gezin naar Europa, deels omdat hem veel geld beloofd werd, alsook medewerking aan een wetenschappelijke en medische studie. Snel bleek dat zijn beslissing niet slechter kon uitdraaien: de familie werd door Hagenbeck achter slot en grendel gestoken in de zoo van Berlijn. Een van de familieleden werd geregeld afgeranseld met een zweep. Binnen de vijf maanden was de volledige familie overleden als gevolg van de pokken.

Kritiek, begrip en sympathie

Tijdens de jaren 1960 en 1970 kwam meer en meer kritiek op de freakshows. De ziekten en aandoeningen van de tentoongestelde personen konden namelijk verklaard worden. Daarom werden de freaks niet meer als griezelig en afstotelijk beschouwd, maar kregen ze sympathie.

freakshows overzicht620

Toch zijn freakshows nog niet verdwenen. Shows zoals Extraordinary people worden nog steeds op televisie uitgezonden, zonder enige schroom. De personen in de show worden nu wel voorgesteld als heldhaftig, om de beschuldigingen van sensatiezucht in te dijken. Ook toeren er ook nog verschillende freakshows door Amerika, zoals The Brothers Grimm Sideshow, al zijn die toch net wat minder extreem dan de shows van vroeger.

Op Coney Island in New York vinden we meerdere freakshows terug. Volgens Rachel Adams in haar boek ‘Sideshow U.S.A.: Freaks and the American Culture Imagination’ zien we een nieuw begin van de vroegere freakshows. Een heropleving zelfs: de tentoongestelde personen en kunsten worden terug leven ingeblazen en geparodieerd in verschillende media op televisie en online. Waar de freakshow leek te verdwijnen na de Eerste Wereldoorlog, onthult Adams in haar boek dat freakshows steeds terugkeren. In literatuur, kunst, … de shows blijven zichzelf heruitvinden en verdwijnen daardoor nooit volledig.

In film en literatuur wordt de freak gebruikt als metafoor voor fundamentele vragen over jezelf en anderen, identiteit en verschillen. Adams concludeert dat de freakshows niet half zo ver uit het straatbeeld zijn verdwenen als gedacht, wat enorm confronterend is voor personen die vroeger het slachtoffer van spot zouden zijn geweest in de shows. Een eeuw na de vermeende verdwijning van de freakshows ziet Adams de heropleving als een vorm van levende geschiedenis en een bewijs van de inventiviteit van de Amerikaanse cultuur. Maar helaas weerspiegelt die heropleving ook de potentie voor wreedheid en onrechtvaardigheid.

Venice Beach

De bekendste freakshow van deze tijd is waarschijnlijk die van Venice Beach. Die is eigendom van muziekproducer Todd Ray. Samen met zijn vrouw, dochter en zoon baat hij zijn museum uit waar ook verschillende shows worden gegeven. Sinds de opening in 2006 reist de familie Ray de wereld rond op zoek naar abnormale dieren, mensen met ongewone lichamelijke eigenschappen en opmerkelijke talenten. De Venice Beach Freakshow heeft enorm aan bekendheid gewonnen sinds februari 2013, toen ze haar eigen reality TV-serie kreeg.

Wie zich in New York bevindt en langs de Venice Beach Freakshow gaat, kan nog snel een omweggetje maken naar Coney Island. Daar, in het museum Coney Island USA, vind je een enorme collectie van foto’s en decorstukken die de herinnering aan de freakshow levend houden. De weerzin die deze collectie bij de meeste mensen oproept, herinnert bezoekers eraan waarom zulke mensonterende shows best verdwijnen. Personen met een ziekte of genetische mutatie blijven door freakshows als abnormaliteiten bekeken worden. Een vertekend of beangstigend beeld van personen met een ziekte, handicap of genetische mutatie is evenwel het laatste dat personen die eraan lijden nodig hebben.

© 2015 – StampMedia/AP Hogeschool  - Tekst: Dorien Gyles. Cartoon: Karolien Favoreel


Reacties

Plaats een reactie