reacties (0)


Met een nieuw rapport op zak, vol goede en/of slechte punten, kijkt de schoolgaande jeugd alweer uit naar twee weken vakantie. Ange (18) is op uitwisseling in de Verenigde Staten en gaat er nu naar een internationale school. Hoewel ze van nature leergierig is, liep haar schoolcarrière tot nu toe niet altijd even gemakkelijk. Ze vraagt zich af waarom de nadruk zo op het behalen van goede punten ligt. "Waarom is bijleren niet evengoed als hoge punten halen?" 

Van kleins af aan ging ik graag naar school. Ik hield van school. Soms irriteerde het me, maar dat ging snel over als ik mijn vrienden weer voor een volledige dag kon zien en nieuwe dingen kon bijleren. Omdat ik een nieuwsgierig persoon ben, vond ik het helemaal niet erg om veel vragen te stellen. Of de leerkracht dat niet erg vonden, is een andere vraag.

Wiskunde was altijd een zwak vak, dat merkte ik al snel. Vanaf het eerste leerjaar kreeg ik extra les tijdens de middagpauze, moest ik extra oefeningen maken en kreeg ik zelden een sticker van de leerkracht. Bijna nooit slaagde ik erin een tafel volledig juist neer te schrijven wat me altijd met een gevoel van mislukking achterliet. Ondanks de lage resultaten en dankzij de moeite die leerkrachten in mij staken, mocht ik toch altijd verder naar het volgende jaar.

Het was alsof ik de award voor domste persoon van het jaar kreeg.

Op mijn volgende school, Sint-Ludgardis Merksem (SLM), kreeg ik snel het gevoel dat punten leerkrachten het inzicht moeten geven of leerlingen studeren of niet. Mijn niveau van wiskunde bleef lager dan dat van mijn klasgenoten en het werd moeilijk om te kunnen volgen tijdens de les. Omdat niet alleen mijn wiskunde, maar al mijn vakken aan de lage kant begonnen te liggen, besloot mijn mama om me het vijfde jaar over te laten doen. Verschrikkelijk vond ik het, vooral omdat ik de enige was van dat jaar die haar jaar moest overdoen. Het was alsof ik de award voor domste persoon van het jaar kreeg.

De tweede keer het vijfde leerjaar: ik leerde niet alleen veel beter, maar ik leerde ook toffe mensen kennen die ik tot op de dag van vandaag vrienden noem. Mijn wiskunde bleef een ramp. Ik vond het moeilijk om theorie anders te bekijken. Om na te denken als een wiskundige. Met andere vakken had ik geen problemen. Op naar het volgende jaar dus.

Het zesde leerjaar was een stuk makkelijker, maar toch voelde het zeer moeilijk aan. Ik realiseerde me dat school meer ging om prestaties dan effectief bijleren tijdens de les. Als we een boek moesten lezen, was ik één van die kindjes in de bibliotheek die het boek met veel kleur en weinig bladzijden wilde lezen.

Ik realiseerde me dat school meer ging om prestaties dan effectief bijleren tijdens de les.

Vanaf het eerste middelbaar vond ik school steeds minder tof. Altijd meer dan zestig procent moeten halen, examens waar je alle leerstof in één keer moest kennen en na het examen opnieuw vergat. Nog steeds presteerde ik slecht voor wiskunde op testen en examens, hoewel ik vaak het juiste antwoord wist tijdens de les. Dat begreep ik maar niet. Ik bleef mijn best doen, maakte oefeningen thuis, toonde mijn samenvattingen aan de wiskundeleerkracht en studeerde meer dan genoeg voor de testen. Toch haalde ik maar net vijftig procent, of vaak zelfs niet.

Zo gingen de schooljaren voorbij. Wiskunde werd nog meer een vak dat ik met heel mijn hart haatte, omdat de input van het studeren niet overeenkwamen met de cijfers die ik kreeg. Ik realiseerde me dat school volledig op cijfers is gericht in plaats van hoe goed je vragen beantwoordde tijdens de les of linken kon leggen.

Natuurlijk werden je prestaties tijdens de les beoordeeld, maar zelden als een cijfer dat kon worden toegevoegd aan je totaal. Het ging er steeds om hoeveel je haalde op taken, testen en examens in plaats van hoeveel je bijleerde door op te letten tijdens de les, een boek te lezen zonder dat er een test op volgde, of je iets aan een situatie uit het dagelijkse leven kon koppelen.

Vreselijk als het je maar niet lukte om zestig procent of meer te halen op een test waarvan de leerkracht zei: "Het is een gemakkelijke test, dus ik verwacht van iedereen minstens 75 procent." Niemand zei het, maar je werd dan gezien als minder intelligent, of zelfs dom of achterlijk...

USA

Na het middelbaar vertrok ik naar de Verenigde Staten en volg nu les aan UWC-USA. Ik merk dat er een nog hogere druk op prestaties ligt. Alle punten worden omgezet naar een punt op zeven, dus met een vier ben je technisch gezien geslaagd. Toch zien velen het als een mislukking, "because you can always strive for a seven, right?".

Ik haal altijd tussen de 45 en 70 procent voor mijn hoofdvakken, dus een vier halen op één van mijn testen vind ik helemaal niet erg. Eén van mijn klasgenoten antwoordde: "Well, you can always do better." En er zijn zelfs leerlingen die niet gelukkig zijn met een zes. Voor velen zijn hoge punten iets dat je intelligentie laat zien. Hoe hoger je cijfer, hoe slimmer je bent en hoe meer je weet. Maar wat als je gewoon geluk hebt? En wat met mensen die een vier of vijf halen, zijn zij dan dom?

Ik ben bereid iets bij te leren, of ik probeer het tenminste. Dus waarom is bijleren niet evengoed als hoge punten behalen?

Ik weet dat ik niet de slimste en intelligentste persoon ben op aarde, op UWC-USA, op SLM of eender waar, maar ik weet dat ik leergierig ben. Nu heb ik vakken mogen uitkiezen en sta dagelijks op met een glimlach omdat ik vakken volg die me interesseren. Ik ben bereid iets bij te leren, of ik probeer het tenminste. Dus waarom is bijleren niet evengoed als hoge punten behalen?

Gaat school echt om bijleren of alleen maar om hoge punten halen? Want als je denkt dat als je hoge punten, je automatisch iets bijleert, leg me dan een keer uit wat je verstaat onder bijleren. Ik weet het niet meer.

Groeten,
Een leerling die graag weer met overtuiging wil zeggen: ik hou van school.

© 2015 - StampMedia - Ange-Vanessa Nsanzineza



Dit artikel werd gepubliceerd door Allesoverjeugd.be op 16/12/2015


Reacties

Plaats een reactie