© Dries Basraoui

Honderden jongeren gingen de straat op om te protesteren tegen het huidige onderwijsbeleid. De actie werd door sommigen weggezet als een “spijbelactie” of als een staking met een magere opkomst, maar de betekenis ervan gaat veel dieper, schrijft Nora Kaddaoui. “De weerstand tegen het scholierenprotest heeft minder te maken met lessen missen en meer met moeite hebben met kritische stemmen.”

Enkele politici en onderwijzers stelden de voorbije dagen dat jongeren beter niet zouden staken en gewoon “naar de les zouden moeten gaan”. Dat is teleurstellend en een misvatting over wat jongerenengagement betekent. 

Jongeren maken zich zorgen om hun educatie. En terecht. Onderwijs bepaalt onze kansen, toekomst en plaats in de samenleving. Net daarom zouden die bezorgdheden ernstig moeten genomen worden in plaats van ze te minimaliseren. Het recht op onderwijs staat niet haaks op het recht op vrije meningsuiting. Net zoals volwassenen hebben jongeren het recht om hun stem te laten horen, ook via protest. 

Wie scholieren en studenten oproept om “gewoon naar de les te gaan”, suggereert daar vaak bij dat er andere manieren zijn om gehoord te worden. In theorie klopt dat. In de praktijk is dat veel minder evident. Uit eigen ervaring en gesprekken met andere studenten weet ik dat participatie-initiatieven zoals leerlingen- en studentenraden niet altijd naar behoren functioneren. Soms worden ze ingezet om studenten een gevoel van inspraak te geven, zonder daar effectief mee aan de slag te gaan. 

“Soms worden studentenraden ingezet om studenten een gevoel van inspraak te geven, zonder daar effectief mee aan de slag te gaan”

Wanneer dat vertrouwen ontbreekt, gaan jongeren andere vormen van engagement opzoeken. Spijtig, want wanneer deze interne initiatieven goed functioneren, versterken ze net vertrouwen en dialoog bij studenten. Het idee dat jongeren beter zwijgen en hun plaats kennen, botst met de realiteit van de geschiedenis. Doorheen de jaren hebben studenten herhaaldelijk bewezen welke impact hun stem kan hebben en hoe onderwijs en engagement elkaar versterken. 

Denk maar aan de studentenprotesten tegen de oorlog in Vietnam die een belangrijke rol speelden in het publieke debat en voor politieke druk zorgde. In Zuid-Afrika vormde de Soweto-opstand een keerpunt in de strijd tegen apartheid, nadat scholieren zich verzetten tegen een ongelijk onderwijssysteem. Ook vandaag blijven jongeren zich organiseren en uitspreken over onrecht. Van Gen Z-protesten in onder andere Marokko, Nepal en Madagaskar tot studentenbezettingen dichter bij huis, waar studenten actievoeren tegen universiteiten die samenwerken met zionistische organisaties. 

Onderwijs en engagement hebben elkaar daarbij niet verzwakt. Wie leert nadenken, leert ook kritisch kijken. Wie leert op de schoolbanken over de samenleving, wil er ook inspraak in. Dat is een essentieel onderdeel van democratisch burgerschap. Waarom wordt dit dan als een probleem gezien? 

Misplaatste verontwaardiging 

De weerstand tegen stakende jongeren heeft minder te maken met lessen missen en meer met moeite hebben met kritische stemmen. Kritische jongeren worden snel als lastig ervaren. Ik spreek uit ervaring. Dat bleek ook uit reacties op de scholierenstaking, waarin de actie werd geridiculiseerd of herleid tot spijbelen, alsof het onmogelijk is dat jongeren weloverwogen kiezen voor protest. 

“Jongeren moeten vooral luisteren en volgen, en mogen pas later deelnemen aan het maatschappelijk debat”

Die reflex is problematisch. Het komt van het idee dat jongeren vooral moeten luisteren en volgen, en pas later mogen deelnemen aan het maatschappelijk debat. Kritiek wordt aanvaard zolang ze geuit wordt op de gewenste manier. Zodra jongeren collectief en publiek hun stem laten horen, wordt hun engagement in vraag gesteld. Nochtans tonen jongeren die zich organiseren, vragen stellen en actie ondernemen net betrokkenheid. Als jongere herken ik die drang om gehoord te worden. We willen mee nadenken over de beslissingen die onze toekomst bepalen. 

Jongeren die zich organiseren doen dat omdat ze zich ongehoord voelen. Als jongere willen we niet alleen leren over democratie, maar ze ook ervaren door te kunnen wegen op beslissingen die ons aangaan. Wanneer onze vraag om betrokkenheid wordt weggewuifd, tast dat ons vertrouwen aan.


Dit artikel werd gepubliceerd door De Wereld Morgen op 23/01/2026.

vorige