reacties (0)

Wat denkt de generatie van morgen over het Europese project? Het Vlaams Parlement, het Vlaams-Europees Verbindingsagentschap en Ryckevelde, een beweging die Europees burgerschap promoot, stelden de vraag aan de Vlaamse jongeren zélf, met de essaywedstrijd Junior State of the European Union. Laureate Louise Willocx schreef deze opinie op basis van haar winnend essay.

Ik hou van theater, in de metro zitten, moeilijke woorden, choco, de tv-reeks ‘Borgen’, rode lippenstift en de geur van appelthee. Ik vraag me af wat precies van al die zaken mij Vlaming, Belg of Europeaan maakt, wat onze identiteit bepaalt.
Steeds meer mensen vinden dat we te anders zijn om door één Europese Unie bestuurd te worden, en kiezen voor hun eigen kleine gemeenschap. Omdat we meer en meer enkel de verschillen zien en vergeten dat mensen uit Wallonië, Zweden of Griekenland ook chocofans of theaterliefhebbers kunnen zijn, brokkelt de steun van burgers en de eensgezindheid tussen lidstaten steeds verder af. En net dat gemeenschapsgevoel is essentieel voor het bestaan van een Unie.
We krijgen steeds te horen ‘dat er meer Europa moet zijn’ en dat we moeten evolueren naar ‘de Verenigde Staten van Europa’. Maar hoeveel nieuwe richtlijnen en normen - tot aan de samenstelling van mijn choco toe - er ook van boven worden opgelegd, er zal nooit een hecht Europa zijn als de EU zijn burgers niet betrekt bij dat proces.

Ontgaan

Laten we even de proef op de som nemen. Hebt u het gevoel gisteren iets vergeten te zijn? Gisteren was het de Europese feestdag. Tot daar ons toegewijd burgerschap. Het is slechts een symbool, maar het feit dat het ons compleet ontgaan is, zegt veel over onze Europese identiteit. Die is er simpelweg niet. We mogen dan wel de ene bankencrisis na de andere trachten op te lossen, we weigeren de meest fundamentele crisis te zien: de politieke.
Nationalistische partijen hebben al veel langer ontdekt dat ons Europees burgerschap niks voorstelt, en ze hebben dat gemis opgevuld met een veel sterker gemeenschapsgevoel binnen de eigen grenzen. Maar die grenzen zijn alleen al de jongste 200 jaar hertekend en hertekend, en nog eens hertekend. De verbondenheid die ze gecreëerd hebben, is voor een deel kunstmatig en dus moet het ook voor de EU mogelijk zijn een Europese identiteit te stimuleren.
Om te transformeren van inwoners in Europa tot burgers van de Europese Unie hebben we verbondenheid nodig, meer contact. Ik wil weten hoe de Poolse metro is, ik wil weten of ze in Portugal ook Nutella eten. Ik heb drie concrete voorstellen om daarachter te komen.

Onderwijs

Er is een sterk Europees onderwijssysteem voor een sterke jeugd nodig. Als we vanuit Europa elke jongere in elke lidstaat onderwijs op niveau kunnen garanderen, tillen we ook Europa naar een hoger niveau. Zo’n kwalitatief sterk systeem krijgen we door de sterke punten van de bestaande systemen te verzamelen en de zwakkere punten weg te werken.
Momenteel kennen we enorme niveauverschillen tussen lidstaten. Sommige staan met hun onderwijs aan de wereldtop en in andere bepaalt de portemonnee van mama of papa de kwaliteit van je onderwijs. Met Europees kwaliteitsonderwijs kunnen we lidstaten die achterop hinken de kans geven bij te benen en iedere toekomstige burger een gelijkwaardige sterke start geven. Bij zo’n systeem komt ook automatisch hoogstaand taalonderwijs kijken. Dat is broodnodig om je te ontwikkelen tot een echte EU-burger.
En omdat ze toch hetzelfde programma volgen, hebben leerlingen veel meer mogelijkheden om langdurige uitwisselingen of gezamenlijke groepswerken te maken. Zo creëer je al van jongs af aan een verbondenheid gestoeld op leuke ervaringen en grappige momenten, in plaats van gezamenlijke landbouwnormen of voedselregelgeving.

Media

De media mogen dan wel het hart van de democratie genoemd worden, in het Europese verhaal nemen ze toch een onbeduidende plaats in. Een gezamenlijk medium zou zoveel meer kunnen bijdragen tot een hechte Europese gemeenschap. Een populair Europees tv-station of muziekkanaal zou een toegankelijke en simpelweg plezante manier zijn om burgers te laten ontdekken wat in andere lidstaten leeft. Wie weet vinden Spanjaarden ‘Borgen’ ook een geweldige serie en kunnen we dankzij hen dan weer een goede Spaanse film leren kennen.
Meer contact, meer gezamenlijke interesses, dat brengt ons dichter bijeen als burgers. Beeld je een Studio Brussel in dat vanuit de Europese hoofdstad over heel het continent jongeren de nieuwste Schotse of Roemeense band doet ontdekken. Maar ook een tv-station voor het brede Europese publiek met genoeg sport en amusement kan een toffe manier zijn om lidstaten en hun burgers compleet te herontdekken, om nog maar te zwijgen over Europabrede 7 uur-journaals.

Twaalf  Vlamingen

Ik heb als burger ook het gevoel alsof alles boven mijn hoofd wordt beslist in Europa. We mogen om de vijf jaar twaalf Vlamingen naar het Europees Parlement sturen, in de hoop dat ze daar wat invloed kunnen hebben. Tot daar gaat onze inspraak. Waarom mag ik enkel politici uit mijn eigen miniregiootje sturen? Door dat systeem krijgen miljoenen mensen nooit de kans de toppolitici die het huidige Europese beleid bepalen te steunen of af te straffen.
En de parlementsleden zijn dan wel in politieke fracties ingedeeld en denken als Europeaan, wij burgers worden gedwongen binnen onze eigen landsgrenzen te blijven denken en zien nooit het grotere Europese geheel. Als we daarentegen op andere Europese politici mogen stemmen, wordt het hele politieke debat opengetrokken tot een echt rijk, Europees debat.
Ik hou van zingen op mijn fiets, zolders, Ketnet, liggen in het gras, de appeltaart van mijn oma en cadeautjes. En eigenlijk ook best wel van Europa. Ik hoop dat het de Europese Unie zal lukken ook haar andere burgers weer van Europa te doen houden. Wat daarvoor nodig is, wist Jean Monnet ons precies 63 jaar geleden al te verwoorden: ‘Nous ne coalisons pas des États, nous unissons des hommes.’

Louise Willocx is leerlinge van Klas 6 Grieks-Wiskunde van het Heilige Maagdcollege in Dendermonde en maakt deel uit van de StampMediaredactie.
Dit opiniestuk werd eerst gepubliceerd in De Tijd.


Reacties

Plaats een reactie