© Ange-Vanessa Nsanzineza
reacties (0)

Een op vijf jongeren kampt met psychische problemen. Zeker op de Dag van de Zorg is het goed om eens stil te staan bij de problemen waar zij mee zitten en vooral hoe zij geholpen kunnen worden. Het Jongerenaanbod CAW of kortweg JAC wil een toegankelijke plek zijn voor jongeren van 12 tot 25 jaar, een plek waar ze kunnen binnenwandelen met eender welke zorg of vraag. Ondanks de besparingen willen ze die toegankelijkheid blijven garanderen, want laat dat nu net een belangrijke voorwaarde zijn voor jongeren om hulp te zoeken.

Bij het JAC kunnen jongeren van 12 tot 25 jaar terecht met al hun vragen en zorgen. “Onze hulpverleners voorzien de eerstelijnszorg en kijken aan de hand van het verhaal van de jongere welke verdere hulp al dan niet nodig is”, benadrukt Natalie De Leenheer, coördinator bij het JAC.

Maar sinds Vlaams Minister van Welzijn Wouter Beke (CD&V) in december vorig jaar financiële maatregelen aankondigde in de zorg- en welzijnssector, moet ook het Centrum voor Algemeen Welzijn (CAW) rekening houden met besparingen. Momenteel vallen de besparingen volgens De Leenheer vooral op door de groeiende wachtlijsten voor de instanties waar de sociaal werkers van het JAC de jongeren naar doorverwijzen. Hoe langer jongeren moeten wachten op die doorverwijzing, hoe langer het JAC bijstand wil blijven voorzien. Dat heeft dan weer als gevolg dat de wachttijden dreigen toe te nemen. Besparingen in de tweedelijnszorg zoals therapie zorgen dus voor meer druk op de eerstelijnszorg. “Het grootste deel van onze subsidies gaat naar de lonen van onze medewerkers,” vertelt De Leenheer, “Die hebben we nodig om te luisteren naar alle vragen en zorgen van jongeren.”

“De tijd waarin jongeren op wachtlijsten staan,
proberen we wel te overbruggen met een tussentijds traject.”

Het taboe voorbij

“We proberen de impact van de besparingen te beperken, maar natuurlijk voelen we dat ook in de hulpverlening van het JAC,” zegt Shari Robijns, voorzitter van de werkgroep Jongeren van het CAW. “We proberen de wachttijd te overbruggen met een tussentijds traject. In de mate van het mogelijke bieden we gesprekken aan. Vooral voor jongeren tussen 18 en 25 jaar, een periode waarin veel in hun leven verandert, is het al moeilijk genoeg om te erkennen dat er een probleem is, en om de stap naar professionele hulp te zetten. Eens ze die stap dan toch zetten, is het risico op afhaken groter wanneer ze op een wachtlijst belanden. Op zulke momenten willen we tonen dat we er zijn voor hen,” zegt Robijns.

Besparingen of niet, het JAC wil laten weten dat het er is voor jongeren. In februari lanceerde het een campagne, in eerste instantie om jongeren duidelijk te maken dat ze altijd welkom zijn.” We hebben de campagne niet per se gelanceerd om naamsbekendheid te verwerven,” zegt  Robijns. “Jongeren kennen ons wel, dat zien we aan onze cijfers. Het was vooral onze bedoeling om te benadrukken dat ze altijd welkom zijn bij ons.” Nadat een studie van professor psychiatrie Inez Germeys (KU Leuven) aantoonde dat een op vijf jongeren met psychische problemen kampt, vond de organisatie het nodig om jongeren te herinneren aan de gratis en altijd beschikbare en laagdrempelige hulpverlening van het JAC. “We hopen vooral dat jongeren – eventueel anoniem – in een vroeg stadium naar ons komen met hun problemen en vragen. Nog voor ze niet meer weten hoe ze het moeten aanpakken. We willen de drempel verlagen en de taboes rond psychische problemen doorbreken. En hen helpen aanvaarden dat ze hulp nodig hebben, om hen vervolgens te leiden naar die nodige hulp,” klinkt het. De zorgen en vragen die het vaakst terugkomen zijn van relationele aard: van liefdesrelaties tot thuissituaties. Verder zijn er ook veel individuele problemen, zoals slecht in je vel zitten. Het is overigens die eerder vermelde groep, de 18- tot 25-jarigen, die vooral komt aankloppen met een woonproblematiek. Ze ondervinden problemen bij de eerste keer zelfstandig wonen of zijn buitengezet door hun ouders. Sofaslapers kunnen bijvoorbeeld ook aankloppen bij het JAC.

© Ange-Vanessa Nsanzineza
“We willen de drempel verlagen en het taboe doorbreken:
hen helpen aanvaarden dat ze hulp nodig hebben om hen vervolgens te leiden naar de nodige hulp.”

Niet verloren lopen

Er bestaat tegenwoordig een uitgebreid aanbod voor hulp bij mentaal welzijn. Naast het JAC zijn er ook voorzieningen als Awel, het CLB of de studentenvoorzieningen op school en Therapeuten voor Jongeren (Tejo). Vinden kinderen, jongeren en gezinnen hun weg nog in dat aanbod? Daarvoor verwijst Robijns naar de samenwerkingsakkoorden tussen de verschillende spelers. In principe kunnen kinderen, jongeren en ouders met eender welke zorg bij de dichtstbijzijnde instantie terecht. Zitten ze nog niet helemaal juist? Dan worden ze doorverwezen naar de geschikte hulp. Zo is het voor jongeren misschien evident om hulp te zoeken op school. “Voor minder schoolgerelateerde problemen, verwijst het CLB hen door naar ons, en omgekeerd,” zegt De Leenheer. “Tijdens de vakanties en na de opleiding kunnen ze niet meer terecht op school en vinden ze hun weg sneller naar het JAC.”

In de zorg voor het mentaal welzijn van jongeren is laagdrempeligheid het sleutelwoord. Ook de conclusies van de Vlaamse Jeugdraad ondersteunen deze vaststelling. In een rapport van 2017 stellen zij vast dat 90% van de jongeren persoonlijk contact en voortdurende beschikbaarheid belangrijke voorwaarden vinden om hulp te zoeken.

“Soms heb je gewoon iemand nodigt die luistert naar je verhaal
en erkent dat je het moeilijk hebt.”

Maaike (23) zocht hulp voor de problemen van haar vriend. Dankzij haar studie kende ze het JAC en wist ze dat ze er terecht kon. “Ik leerde over psychische problemen en kon alle symptomen op de lijstjes afvinken. Maar het is niet omdat je studeert om hulpverlener te worden, dat je voor jezelf kunt zorgen,” zegt ze. Een paar jaar geleden stapte ze binnen bij het JAC. Na vijf minuten kon ze al terecht bij een van de hulpverleners. Tijdens dat gesprek deelde Maaike haar zorgen, maar werd het ook duidelijk dat ze hulp voor zichzelf moest zoeken. “De begeleider van het JAC vroeg hoe het met mij ging. Was er iemand om voor mij te zorgen terwijl ik zorgde voor mijn vriend? Had ik nog tijd voor mezelf? We maakten meteen een tweede afspraak om op te volgen hoe het verder zou gaan. Naar die tweede afspraak ben ik niet gegaan, maar we hielden wel contact.”

Omdat Maaike ook kon praten met haar huisarts werd ze niet via het JAC doorverwezen naar verdere psychische hulp. “Ik kan me voorstellen dat meteen professionele hulp zoeken voor veel mensen een te hoge drempel is. Dan is het JAC een ideale optie. Soms heb je gewoon iemand nodigt die luistert naar je verhaal en erkent dat je het moeilijk hebt. Het is moeilijk om uitgebreid te vertellen over psychologische problemen aan vrienden en familie. Zeker als er nog een derde persoon bij betrokken is. Veel mensen denken dat ze wel uit hun situatie geraken door ‘gewoon’ sterk te zijn en door te zetten. Als er dan iemand tegen je zegt dat het knap is dat je erover praat, voelt dat toch aan als een betere oplossing.”


Dit artikel werd gepubliceerd door Weliswaar op 16/3/2020

Dit artikel werd gepubliceerd door De Wereld Morgen op 16/3/2020

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie