BRUSSEL - De Vlaamse regering reikte in 2012 meer extra subsidies uit aan radio- en tv-projecten dan de jaren daarvoor. Opmerkelijk hierbij is dat bijna 40% van deze extra middelen naar de openbare omroep (VRT) ging. Bovendien zouden de financiers inspraak bij de inhoud van programma’s krijgen.

Uit een berekening van Vlaams Parlementslid Bart Tommelein (Open Vld) werd duidelijk dat de Vlaamse ministers afgelopen jaar 3,8 miljoen euro hebben geïnvesteerd in radio en televisie. Verder bleek dat 1,2 miljoen euro van dit budget naar de VRT ging. Dat is een bedrag dat de VRT in ontvangst neemt bovenop de jaarlijkse overheidsdotatie.

Sponsoring

Tijdens de periode van 2009 – 2011 ging 18,5 % van het totale bedrag van extra subsidies naar de VRT. Afgelopen jaar was dat al bijna 40% van het totaal.

Bovendien kon de VRT rekenen op heel wat sponsorgeld van het Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing, een Vlaamse Openbare Instelling. Concreet is VLAM een partner bij de programma’s Dagelijkse kost, Groenland en Fabriek Romantiek. Bij Dagelijkse kost bijvoorbeeld bestaat de samenwerking erin dat op dinsdag en donderdag Vlaamse seizoenproducten in de gerechten worden verwerkt.

Financiering                                                                      

De VRT kent een gemengde financieringsvorm. De extra overheidssubsidies behoren tot de categorie ‘institutionele financiering’. Dat betekent dat een overheid of overheidsdienst een deel van de kostprijs van een programma draagt en zijn expertise aanbiedt bij het uitwerken van het programma. In ruil daarvoor wordt in het programma gebruik gemaakt van een aantal producten of thema’s waarrond de overheidspartner werkt. Dat zou de partner helpen in het verwezenlijken van bepaalde overheidsdoelstellingen.

Naast overheidssubsidies haalt de VRT nog inkomsten uit andere bronnen, zowel uit commerciële als niet-commerciële activiteiten. Wat de commerciële communicatie betreft, mag VRT jaarlijks netto maximaal 68,4 miljoen euro omzet uit deze activiteiten genereren.

Onafhankelijkheid

Of deze institutionele financiering de redactionele onafhankelijkheid in het gedrang brengt, wordt ten stelligste door de VRT tegengesproken. “De VRT maakt ten allen tijde en zonder uitzondering haar programma’s in redactionele onafhankelijkheid. Dit principe wordt ook bij extra financiering contractueel vastgelegd en nadien gerespecteerd door alle betrokken partijen”, meldt de VRT.

Ook in het programmacharter van de VRT, waarin de deontologische richtlijnen voor programma’s werden uitgeschreven, staat dat met institutionele financiers afspraken gemaakt kunnen worden, maar steeds zonder afbreuk te doen aan de redactionele onafhankelijkheid. Om de uitvoering van het programmacharter te bewaren, wordt een kwaliteitsmanagement uitgevoerd waardoor de deontologie, en dus ook de onafhankelijkheid, gecontroleerd kan worden.

Los over

Voor de VRT is het belangrijk dat ze ook in de toekomst van institutionele financiering gebruik kan blijven maken. Vermits deze subsidies vooral gegeven worden aan programma’s die tot de basistaken van de VRT behoren, vraagt Tommelein zich echter af in hoeverre deze subsidies noodzakelijk zijn. “Met een basisdotatie tussen de 275 en 294 miljoen euro zou de publieke omroep toch op zijn minst haar basistaken moeten kunnen uitvoeren. Dat ze daar op slinkse wijze nog extra overheidsgeld voor opstrijkt, is er volgens mij los over”, aldus Tommelein.

© 2013 – StampMedia – Laura Lefever