Goed en betaalbaar openbaar vervoer voor iedereen, daar streefden de overheid en De Lijn het afgelopen decennium naar. Missie geslaagd, zou ik zeggen. Want nooit eerder vervoerde De Lijn zo veel passagiers. Er werd gezorgd voor een breed aanbod en betaalbare ritprijzen voor iedereen. De invoering van het Dina-abonnement en de Buzzy Pas had veel succes. Ook sommige gemeenten of werkgevers sprongen mee op de kar om derdebetalersregelingen te voorzien.

Met de stijgende energiekosten van de laatste paar jaren, zagen steeds meer mensen het goed uitgebouwde openbaar vervoer als geschikt alternatief om zich te verplaatsen. De Vlaming liet dan ook volop de auto aan de kant staan, of ruilde zijn nummerplaat in voor een gratis busabonnement. Niet elke Vlaming heeft immers een firmawagen voor de deur staan. Voor velen is de bus of de tram het enige vervoersmiddel. Denk aan jongeren, ouderen, mensen die zich geen auto kunnen permitteren. Ze hangen volledig af van het openbaar vervoer om naar school te kunnen, te gaan werken of een minimum aan sociaal contact te onderhouden. En dan is het fijn als De Lijn basismobiliteit waarborgt, zodat je nog kan blijven meedraaien in deze mobiele maatschappij waar afstand eigenlijk geen rol meer speelt.

Samenleving verliest

Maar nu er bespaard moet worden – het grote woord in deze tijden van crisis – speelt de overweging om deze solidariteit terug in de kast te stoppen. Om zij die geen eigen vervoer hebben, weer langer in de kou te laten staan, letterlijk en figuurlijk dan. Maar, beste overheid, als er iets aan het huidige systeem verandert, verliest de samenleving hoe dan ook. Want minder en duurder openbaar vervoer werkt de ongelijkheid in de hand. Wie het kan betalen, gaat terug meer met de auto en maakt de files nog wat langer. Zeker geen opsteker voor de mobiliteit en het milieu dus. Wie er geen geld voor heeft, zal moeten thuisblijven. Al helemaal niet bevorderlijk voor het sociale netwerk en de onderlinge solidariteit, terwijl hier de laatste jaren zo aan gebouwd werd.

Stijgende armoede

Uit het jongste rapport van de Europese Commissie over de arbeidsmarkt en de sociale situatie blijkt dat van de totale Belgische bevolking 14,6 procent in armoede leeft. De kans dat een Belg in de armoede terecht komt, bedraagt 20,8 procent. Voor alleenstaande ouders is dat zelfs 35 procent. En dit cijfer is nog steeds stijgende. Een reden des te meer om niet te snoeien in openbare diensten, maar om te blijven bouwen aan de solidariteit binnen onze groeiende samenleving.

Selectieve toekenning

Maar dat er ondanks de stijgende armoede in ons land toch bespaard moet worden, is helaas een feit. Samenlevingsopbouw ziet in het dossier van De Lijn wel een mogelijkheid om slim en solidair met de budgetten om te gaan. We vragen aan de overheid om de maatregel van de gratis Omnipas voor 65+ te herbekijken. We twijfelen er niet aan dat een gratis busabonnement voor gepensioneerden het sociaal contact en mobiliteit bevordert, maar we pleiten ervoor om bij de toekenning hiervan selectiever te zijn en het gratis abonnement te koppelen aan het inkomen. Want zou het niet socialer zijn als we met deze besparingsmaatregel de sociaal zwakkeren en armen blijven helpen, in plaats van dat zij die het financieel niet nodig hebben de vruchten van plukken van dergelijke sociale voordelen en services?

© 2012 - Samenlevingsopbouw Antwerpen Stad - Ellen De Proost
De auteur is communicatie coördinator van Samenlevingsopbouw Antwerpen stad vzw.


Dit artikel werd gepubliceerd door Nieuws.be op 09/01/2012