© Wikimedia
reacties (0)

Op dinsdag 26 mei ontstond een oorlog tussen Amerikaans president Trump en zijn favoriete medium Twitter, dat besloot om enkele tweets van de president te voorzien van bijkomende informatie of waarschuwing indien die als misleidend werden beschouwd. Trump reageerde woedend en tekende als gevolg een decreet om de immuniteit van internetplatformen in te perken. Maar heeft die ingreep gevolgen voor de vrijheid van meningsuiting en de democratie?

De Amerikaanse president Trump gebruikt het sociale mediaplatform Twitter vaak om zijn volgers rechtstreeks te bereiken zonder tussenkomst van journalisten. De president was dus niet blij  toen het platform besliste om zijn tweets te factchecken. Hij beschuldigt Twitter van ‘inmenging in de verkiezingen’ en ‘onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting’. Trump vindt dat een te klein aantal spelers een monopolie hebben om berichten van gebruikers te censureren, vervormen, beperken of wijzigen. De president ervaart de acties van Twitter als censuur en verklaart dat als een gevaar voor de democratie.

Niet alleen Twitter, maar ook Snapchat besliste om Trump’s account niet langer te promoten en ook op TikTok ontstaat er tegenwind.

Immuniteit van sociale media

Het is niet de eerste keer dat een debat woedt over de verantwoordelijkheid van sociale mediaplatformen voor wat hun gebruikers online plaatsen. In 2018 beloofde Twitter-baas Jack Dorsey om in te grijpen wanneer er misleidende of foutieve informatie werd verspreid tijdens verkiezingen. Toch is dit de eerste keer dat Twitter zo hard optreedt tegen de president. Niet alleen Twitter, maar ook Snapchat besliste om Trump’s account niet langer te promoten en ook op TikTok ontstaat er tegenwind.

Daar recht tegenover staat Facebook. De CEO, Mark Zuckerberg, probeert zich zo afzijdig mogelijk te houden in het debat. Hij vindt dat het niet aan Facebook is om politici te factchecken. Momenteel loopt er een onderzoek naar het bedrijf wegens mogelijks misbruik van zijn dominante positie. Dat kan deels verklaren waarom de CEO aanvaringen met het Witte Huis wil vermijden. Toch komt het platform steeds meer onder druk te staan. Op maandag 1 juni protesteerde het personeel van Facebook door het werk neer te leggen. Ook enkele ex-medewerkers van het bedrijf formuleerden hun kritiek in een open brief die verscheen in The New York Times. Daarnaast deed democratisch presidentskandidaat Joe Biden een oproep aan Facebook om duidelijke regels op te stellen die voor iedereen gelden.

 

Gelijkaardig debat in Europa

Ook in de EU wordt er nagedacht over hoe er meer verantwoordelijkheid kan gelegd worden bij internetplatformen. Dirk Voorhoof, emeritus professor media-en auteursrecht en journalistieke ethiek aan de UGent, verwijst naar de moeilijke balans tussen de vrijheid van meningsuiting en het tegengaan van desinformatie. “Zowel in België, Europa als de VS is er een sterk doorgedreven bescherming van de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid voorzien in de grondwet en internationale verdragen. Die vrijheden kunnen slechts in beperkte omstandigheden worden ingeperkt. In België kan dat ook enkel achteraf omdat preventieve censuur nooit is toegestaan. In geval van bijvoorbeeld racisme en aanzetten tot haat kan er nadien wel een sanctie volgen. Dat geldt niet enkel voor gedrukte media maar ook voor internetteksten zoals tweets.”

"Een internetbedrijf kan niet dezelfde verantwoordelijkheid dragen als bijvoorbeeld een uitgever van een krant. Een krantenuitgever heeft volledige controle over wat in zijn medium verschijnt, een internetbedrijf niet."

“De EU is nu op zoek naar de balans tussen enerzijds internetbedrijven een grotere verantwoordelijkheid te laten dragen voor wat er op hun platforms verschijnt, en anderzijds vermijden dat ze te doorgedreven gaan monitoren  en inhoud verwijderen als gevolg van die verantwoordelijkheid. Een internetbedrijf kan niet dezelfde verantwoordelijkheid dragen als bijvoorbeeld een uitgever van een krant. Een krantenuitgever heeft volledige controle over wat in zijn medium verschijnt, een internetbedrijf niet, omdat er wordt gewerkt met user generated content (inhoud aangeleverd door de gebruikers van het platform, red.).”

 

Ook Ike Picone, assistent professor journalistieke en mediastudies aan de VUB, bevestigt dat het beter is als er in sommige gevallen gemodereerd wordt. “Een democratie heeft wel degelijk een aantal regels, gestoeld op waarden zoals gelijkheid, maar ook redelijkheid, feitelijkheid en humanisme, die een publiek debat verheffen tot meer dan scheldtirades. In die zin verschuilt Twitter zich niet langer achter de vrijheid van meningsuiting om de verspreiding van desinformatie tegen te gaan. Die netwerken tonen dat iedereen een mening kan hebben, maar dat niet elke mening democratisch is.”

Toch is Picone niet zeker of de bedrijven gereguleerd moeten worden: “Misschien, maar in eerste instantie vanuit een economisch standpunt, omdat het dan bedrijven worden met te grote commerciële macht die andere bedrijven - en dus ook andere manieren van sociale media beheren - uit de markt concurreren. Verder blijft het internet vooralsnog vrij, en bewijzen ook sociale netwerken als TikTok, Snapchat en Discord dat er nog alternatieven zijn. Zo’n vaart zal het dus niet lopen met een beperkte kring van bedrijven die gaan bepalen wat al dan niet mag gezegd worden.”

"President Trump heeft het over censuur terwijl er geen sprake is van censuur. Twitter voegde informatie toe aan de tweets van de president, maar die kunnen nog door iedereen gelezen worden."

Begripsverwarring

Op het eerste zicht lijkt Trump de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid te willen beschermen door de immuniteit van sociale mediaplatforms te herbekijken. Hij beweert censuur te willen tegengaan om zo het Amerikaanse First Amendment (onderdeel van de grondwet dat vrijheid van meningsuiting en persvrijheid garandeert, red.) en de democratie veilig te stellen. Volgens Voorhoof is er op dat punt sprake van begripsverwarring: “President Trump heeft het over censuur terwijl er geen sprake is van censuur. Twitter voegde informatie toe aan de tweets van de president, maar die kunnen nog door iedereen gelezen worden. Meer verantwoordelijkheid leggen bij internetbedrijven gaat in eerste instantie om aanzetten tot transparantie, factchecken en toevoegen van informatie, en niet over censureren.”

 

“Trump’s reactie blijkt dus paradoxaal,” vertelt Voorhoof “Hij zou internetbedrijven willen weerhouden om in te grijpen door ze aan banden te leggen, in tegenstelling tot ze verantwoordelijker te maken. De liberale democratie is gestoeld op het idee van een sterke pers, debat en een free market place of ideas, die moeten worden uitgebalanceerd met het bestrijden van handelingen die het democratisch debat in gevaar brengen zoals hate speech, aanzetten tot geweld en desinformatie. Door die balans niet in rekening te nemen, lijkt Trump het First Amendment dus eerder aan te vallen dan het te beschermen.”

De impact hiervan moet volgens Voorhoof wel genuanceerd worden: “De president ondertekende een decreet dat die herziening in gang moet zetten. Het decreet is slechts een aanzet tot een wetswijziging, en dat is de bevoegdheid van het parlement. Mogelijks belandt een wetswijziging die ingrijpt op de online expressievrijheid dan ook nog bij het Amerikaans Grondwettelijk Hof, dat altijd al de expressievrijheid in de VS stevig heeft gesteund." 

 

Trump’s vete met de pers

Maar zijn aanval op de sociale media is niet de enige manier waarop Donald Trump de democratie in gevaar brengt. Trump stigmatiseert de pers als ‘vijanden van het volk’ en beschuldigt hen vaak van ‘fake news’ te verspreiden. Volgens professor Voorhoof kan dat nefast zijn voor de liberale democratie. “Door regelmatig de pers aan te vallen, dreigt de president die belangrijke pijler van de democratie onderuit te halen. De pers functioneert als waakhond van de politiek en heeft tot doel mensen te informeren. Wanneer de president media bestempelt als onbetrouwbaar, en tegelijk ook de rechterlijke macht, internationale organisaties en wetenschappelijke rapporten over dezelfde kam scheert, kan dat dus gevaarlijk zijn. En dat discours sijpelt duidelijk door bij de achterban van president Trump, waarbij het vertrouwen in de media sterk daalt.” Ook Ike Picone bevestigt dat: “De uitingen van de president dragen bij tot een cultuur waar het bon ton is om nieuwsmedia en ook wetenschap niet serieus te nemen. Daardoor kunnen mensen die ook zo denken zich nu beroepen op het feit dat een Amerikaanse president hen steunt in die gedachte.

"Het Committee to Protect Journalists stelt dat journalisten tijdens de Black Lives Matter-protesten vaak werden aangevallen, zowel door ordehandhavers als door burgers."

Gevaarlijk beroep

Figuren zoals president Trump die de geloofwaardigheid van de media naar beneden halen, en sociale media gebruiken om traditionele media te omzeilen voor het verspreiden van desinformatie, maken het voor journalisten steeds moeilijker om hun beroep uit te oefenen. Uit het Digital News Report 2019 van Reuters blijkt dat het vertrouwen in de media niet enkel daalt in de VS - vooral bij de president zijn conservatieve achterban- , maar ook in België. Dat gaat gepaard met stijgend geweld tegenover journalisten. Het Committee to Protect Journalists stelt dat journalisten tijdens de Black Lives Matter-protesten vaak werden aangevallen, zowel door ordehandhavers als door burgers. Professor Voorhoof voegt toe dat ook in Duitsland journalisten werden aangevallen en uitgescholden als ‘Lügenpresse’, een term die werd gebruikt door Hitler in Nazi-Duitsland. In Hongarije slaagt president Orban er steeds beter in om de media aan banden te leggen. De Raad van Europa rapporteert de laatste tien jaar een daling in de veiligheid voor journalisten en een stijging in straffeloosheid. Al nuanceert Voorhoof wel dat die stijging ook het gevolg kan zijn van een hoger rapporteringspercentage. Ook in België krijgen journalisten te maken met intimidatie en bedreigingen, zowel offline als online.

Voorhoof ziet dat alles als een gevaar voor de democratie: “Het onderuithalen van een democratie gaat vaak samen met het inperken van de persvrijheid, vrijheid van meningsuiting en mensenrechten. Daarom is het belangrijk om kwaliteitsmedia in stand te houden en te blijven inzetten op onafhankelijke journalistiek, onderzoeksjournalistiek, factchecking en mediawijsheid.” Ook Ike Picone benadrukt het belang van investeren in journalistiek: “Enerzijds moeten we investeren in goede journalistiek die niet altijd commercieel rendabel is. Anderzijds moeten we mensen ook terug bewust maken van de waarde van democratisch publiek debat. Dat wil zeggen: de vrijheid om je mening te uiten komt met de verantwoordelijkheid om dat op een verantwoorde manier te doen.”


Dit artikel werd gepubliceerd door De Wereld Morgen op 25/06/2020

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie