reacties (0)


Na zeven weken is het sociaal conflict bij rubberfabrikant Lanxess van de baan. Sinds 6 maart staakten daar ruim 250 werknemers, excl. bedienden. Aanleiding was de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (cao) voor nieuwe arbeiders, die oorspronkelijk niet onderhandeld werd met de sociale partners.

Twee derde van de stakers keurde nu een voorstel goed dat door een sociaal bemiddelaar werd bereikt, nadat de directie vorige week nog had gedreigd met een sluiting. De vakbonden spreken van een overwinning voor de arbeiders. Dat het voor hen de voorbije weken geen pretje was, beschrijft Nicolas Cosson (25) in onderstaand ervaringsverslag. “Van een dag gewoon werken kom je minder vermoeid thuis dan van een dag aan het piket.”

Vrijdag 18 april 2014. De arbeiders van Lanxess Rubber in Zwijndrecht beginnen aan hun zevende stakingsweek. Aanleiding genoeg voor mij om eens een kijkje te gaan nemen bij het stakingspiket.

Ik ben een nieuwsjunkie, doch probeer af te kicken en mijn consumptie van (des)informatie te milderen. Het zal voor mij de eerste keer zijn dat ik met stakers aan hun piket ga praten, in plaats van er over te lezen in de media of er een 15 seconden reportage over te kijken op het journaal.

Vooroordelen over stakers

Er heersen rond stakingen en stakers nogal wat vooroordelen. Om er maar enkele te noemen:

  • Stakers zijn lui.
  • Stakers zijn niet werkwillig: staken is een excuus om vakantie te nemen
  • Daarop voortbordurend: stakers drinken gewoon de hele dag pintjes rond een kampvuur.
  • Stakers verspillen zo iedereens tijd en geld.
  • Stakers stellen onmogelijke eisen en wat ze krijgen is nooit voldoende.
  • Stakers staken hun eigen bedrijven kapot: ze zorgen er zo zelf voor dat ze hun job en hun inkomen verliezen.
  • Stakers kelderen de competitiviteit van bedrijven in ons land.
  • Stakers schrikken nieuwe investeringen uit het buitenland af.
  • Klap op de vuurpijl: de vakbond betaalt stakers om ganser dagen niets te doen.

Ik ben een bureauwerker en geen arbeider, de haven is me vreemd. Ik fiets er meteen in verloren, zelfs al ligt Lanxess op een erg bereikbare plek aan de rand van het havengebied: in Zwijndrecht, op de grens tussen stad en chemiebedrijven. Een kwartier fietsen van het stadscentrum, zo blijkt later op mijn terugweg. Heen deed ik er anderhalf uur over.

Pintjes

Omstreeks 15u30 arriveer ik bij het piket. Wanneer ik aankom, lijkt één vooroordeel alvast meteen bevestigd: stakers drinken pintjes rond een kampvuur. Naast dat kampvuur staat een materiaaltent met een voorraad eten en… nog meer pintjes. Dat wekte bij mij eerder nostalgie naar chirokampen op dan medelijden met de stakers. Pintjes drinken, met een stok in een vuur porren, terwijl een stakingsbijdrage voor ontvangen: welke man doet dat niet graag?

Na even praten moet ik mijn beeldvorming al wat bijstellen. Ze hebben er geen plezier in, ondanks de aanwezigheid van pintjes en kampvuur. De meeste stakers lijken er tegen hun zin te staan. Ik stel enkele vragen aan een paar stakende arbeiders, onder andere over werkwilligen versus stakers. Eergisteren was er, onder politiebegeleiding, een optocht van mensen die wilden werken.

“Wij zijn allemaal werkwillig!”, klinkt het. Ik vraag door. “We zouden veel liever gewoon weer aan de slag gaan, maar dat kan niet als de directie dreigt de rechten af te pakken die wij in dit bedrijf gedurende 50 jaar hebben opgebouwd”, klinkt het. En nog: “U moet weten dat we normaal een mooi loon krijgen, nu vallen we terug op een stakingsbijdrage van maximum 900 euro per maand. Leuk is anders. Die sterke inkomensdaling laat zich voelen in het gezin van de stakende arbeider.”

De staker als ontheemde, het kan wel kloppen. Niet meer thuis in het bedrijf waar je al jaren werkt, en wrijvingen thuis door de financiële aderlating. Maar als het tegen hun zin is, en ze liever gewoon zouden verder werken: waarom doen de arbeiders dat dan niet gewoon? “De huidige directie in incompetent,” luidt het, “ze blazen eenzijdig voorgaande akkoorden op.”

Eis: niets

De directie wil dat er ingeleverd wordt door de werknemers: minder vergoeding voor dagen van arbeidsduurvermindering, lagere bijdragen voor het werken met gevaarlijke stoffen en het werken in een drieploegenstelsel. De eisen komen dus van de directie, niet van de vakbonden. In een Hegeliaans actie-reactieverhaal: de actie kwam volgens de bonden van de directie, de staking is de reactie daar op. De stakers eisen niets nieuw, enkel dat nieuwe werknemers dezelfde rechten krijgen als de werknemers die er al jaren aan de slag zijn.

De vakbonden eisen niets, enkel een status quo. De garantie dat bestaande rechten blijven bestaan en dat het overleg plaats vindt volgens procedures die daarvoor al tientallen jaren gebruikt worden. De vakbonden zien deze staking als een testcase: als de directie bij Lanxess er in slaagt voorgaande cao’s en afspraken zomaar op te blazen, zonder gevolgen, zal dat een precedent zijn voor andere (chemie)bedrijven in de regio. De manoeuvres van de directie van Lanxess zijn volgens hen een testcase: “Ze willen zien hoe ver ze kunnen gaan.”

Front

Aan het piket geen tekenfilmtaferelen. Wel menselijkheid met een minder hoog entertainmentgehalte: oudere werknemers willen dat hun jongere collega’s gelijke voordelen krijgen, en willen daar zelf een stuk loon voor opgeven door te staken. De vakbonden proberen één front te vormen, groen en rood broederlijk naast elkaar.

In vroegere jaren gingen stakingen er grimmiger aan toe. Deze stakers willen alles volgens het (wet)boekje doen, want ze vinden dat ze het recht aan hun zijde hebben. Ik vraag de arbeiders of ze misschien nog andere acties overwegen, zoals een uit de mode geraakte en illegale lock-in van de directie, bijvoorbeeld. “Dat heeft geen zin: wij hebben al gelijk gekregen van de rechter. De directie gaat haar boekje te buiten, daarvoor moeten wij niets tegen de wet doen.”

De kiem van een revolutie is in geen geval te vinden aan dit stakingspiket. De stakers staan gewoon op hun rechten, en voelen zich buitengesloten bij het loonoverleg. Na een half uurtje aan het piket krijg ik van een grijzende arbeider een pintje aangeboden. Ik laat het smaken.

"Vuil en vermoeid"

De Lanxessgroep maakt wereldwijd verlies, maar Zwijndrecht is één van de meest winstgevende vestigingen. Hier maken ze niet enkel het gewone butylrubber, maar ook het meer geavanceerde halobutylrubber. “Dat mogen ze in de vestiging in Singapore niet eens produceren, omdat het productieproces te gevaarlijk is”, leggen ze me uit.

Als ik op vertrekken sta, raakt net bekend dat de directie dreigde de fabriek te sluiten. Door de staking. “Onzin”, weten ze aan de poorten van het bedrijf. “Hier is geen crisis. Nu dreigen ze de fabriek te sluiten, maar ze zijn hier nog een uitbreiding aan het plannen. De directie is volop bezig met de aanvraag voor een milieuvergunning.”

Na een uurtje ben ik het al beu aan het piket, ondanks dat pintje en het gezellig ogende kampvuur. De stakers staan hier, beurtelings, al zeven (!) weken. Het is gelukkig een relatief mooie dag, met helder weer. En toch voel je dat meteen: de gure wind waait op de open banen in de haven vele keren harder dan in de stad. “En elke dag stink je”, vertelt één van de stakers. “De geur van dat kampvuur kruipt in je kleren. Ik ga alleen daarom al liever gewoon werken, dan wekenlang in de kou voor de poort te staan: van een dag gewoon werken kom ik minder vuil en vermoeid thuis dan van een dag aan het piket.”

© 2014 – StampMedia – Nicolas Cosson


Dit artikel werd gepubliceerd door De Wereld Morgen op 02/05/2014


Reacties

Plaats een reactie