Mohamed Barrie
reacties (0)
Mohamed Barrie

Laten we eerlijk zijn: wij Antwerpenaren zijn verwend met onze trams. Dit geldt alleszins voor mij. Als ik ooit openlijk zou zeggen dat ik van Antwerpen hou dan is dit omwille van haar trams. Ze zijn een bron van inspiratie en frustratie en soms zijn ze ook mijn redding.

Soms kom ik te laat door toedoen van de tram en soms is hij juist op tijd om mij tijdig te doen arriveren waar dan ook in Antwerpen. Ik heb een beetje gepiekerd toen De Lijn mijn geliefde tramregeling met bolletjes verving door schermen die niet werken.

Soms ben ik op de tram te vinden met een boek, soms ben ik er aan het rondkijken met een brede grijns. Want ik zie, ik zie wat velen niet zien. Ik moet glimlachen als kinderen sociale normen doorbreken, zoals: niet met vreemden praten in de tram. Of wanneer ze plots naast me komen zitten en duizend en één vragen stellen: “Meneer, wat je lees je? Jij bent echt wel donker, hé? Speel je bij City Pirates?...” Of als ze louter naar me kijken en hun tong uitsteken. Ik glimlach en steek lichtjes mijn tong uit.

Soms denk ik wauw wat een pallet aan geuren. Soms zijn ze aangenaam, andere keren doe ik snel een raampje open en denk ik bedankt om voor heel de tram parfum te spuiten. Maar soms denk ik niet en staar ik in de verte. 

Wat zijn mijn tramverhalen eigenlijk?

Laten we starten met de eerste keer dat ik een tram nam. Ik was twaalf, straight outta Freetown (Sierra Leone). Omdat mijn broer, zus en ik per tram naar de zomerschool moesten, besloot mijn vader mij te testen. Als oudste moest ik zorgen dat we veilig heen en weer geraakten. Mijn vader nam me eerst mee naar onze zomerschool. Vlak naast de schoolpoort legde hij een tramkaartje. Ik kreeg een duidelijke boodschap: we keren nu terug naar huis en vervolgens mag je helemaal alleen opnieuw hiernaartoe komen. Als je dit tramkaartje kan terugvinden, ben je snel weer thuis. Maar anders mag je naar huis joggen. (Je bent toch een sporter.)

Ik heb een goed geheugen, daar niet van, maar ik was best wel gestresseerd. Eenmaal ik mijn weg van thuis naar het Zuid opnieuw had gevonden, begon mijn zoektocht naar een schoolport vlak aan het gebouw waar StampMedia nu is gehuisvest. Grappig dat ik er nu als reporter zit. Soit, terug naar de twaalfjarige Mohamed op zoek naar zijn ticket. Ik verdwaalde heel even, maar gelukkig herkende ik het pleintje aan Sint-Andries. Toen ik de baskets zag, was het net alsof ik het einde van een woestijn bereikte. Vanaf daar rende ik naar de schoolpoort. Toen bleek dat mijn tramticket er niet meer lag.

Mijn hart miste een paar slagen, tot ik merkte dat het ticket een stukje was weggewaaid. Er verschenen weer sterretjes in mijn ogen: I found it, mijn gouden ticket. Eenmaal thuis kreeg ik een goedkeurende blik van mijn vader. Hij duwde me een Buzzy Pazz in handen. Just like that. Ik werd lid van Antwerpen trammenstad.

 

Mohamed Barrie

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie