© Matthias Quackels

Sinds psychologische hulp (deels) terugbetaald wordt, vonden al 180.000 mensen de weg naar een psycholoog. Toch werden daarmee de wachtrijen nog niet opgelost, met gemiddeld honderd dagen wachttijd voor jongeren. De vraag daarbij is ook of meer preventie en toegankelijke hulp op jonge leeftijd ervoor zorgen dat mensen met psychische problemen makkelijker hun plek in de samenleving vinden.

Heel wat jongeren vandaag geven aan zich mentaal kwetsbaar te voelen. De nood aan kwaliteitsvolle en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg voor kinderen en jongeren is groot. Hoe komt het dat een kind met duidelijke tekenen van psychische problemen in veel gevallen niet de juiste hulp krijgt dat het nodig heeft?

Kinder- en jeugdpsychiater Ellen Vranken verwijst daarvoor naar ‘De mythes voorbij’, een boek van professor Ronny Bruffaerts (KU Leuven). Hij vertrekt vanuit de geestelijke gezondheidsproblemen in de samenleving en legt de nadruk op het voorkomen ervan. Psychische stoornissen ontstaan vaak op jonge leeftijd. In zijn boek verwijst Bruffaerts naar de lagere schoolleeftijd als de vroegste periode waarin psychische problemen kunnen ontstaan.

Stigma

“Aan geestelijke gezondheid kleeft een groot stigma”, zegt Vranken. “In onze samenleving is het voor veel jongeren moeilijk om grenzen, frustraties en emoties te tonen. Alles moet altijd positief zijn, het lijkt wel alsof je geen ‘nee’ meer mag zeggen. We zijn zeer individualistisch geworden, hebben veel rechten, staan daar ook op en willen het allemaal zelf kunnen. Door het recht op en de nood aan zelfrealisatie, valt de verbinding met onze medemens vaak weg.”

“Door het recht op en de nood aan zelfrealisatie, valt de verbinding met onze medemens vaak weg” – Ellen Vranken (Kinder- en jeugdpsychiater)

We durven dan wel eens een doktersbezoek of een bezoek aan de psycholoog uit te stellen. Omdat we met schaamtegevoelens zitten, of eenvoudigweg omdat het te duur is. Toch zijn het niet de belangrijkste redenen waarom mensen geen hulp zoeken, zegt Vranken. “Zes op de tien mensen met psychische problemen zijn ervan overtuigd dat ze hun problemen zelf kunnen oplossen. Dat blijkt uit internationaal onderzoek. Meer dan de helft beweert dat ‘er geen enkel probleem is’, en hebben volgens hen geen professionele hulp nodig. Slechts twaalf tot zestien procent zegt dat ze hulp uitstellen omdat ze het niet kunnen betalen.”

Interne motivatie

Maar meer hulp en minder stigma, is daarom nog geen garantie op succes. Volgens Christian Denoyelle, leidend jeugdrechter in Antwerpen, kan iemand die niet gemotiveerd is om therapie te volgen, niet herstellen. “Niet alle jongeren willen geholpen worden”, zegt hij. “De jeugdrechter moet in zo’n geval dan de jongere extern motiveren, door bijvoorbeeld indirect te dreigen met een opname in een andere instelling. Vaak draaien jongeren dan bij en aanvaarden ze toch de hulp die ze nodig hebben. Op die manier vermijden we alsnog een gedwongen opname.”

Volgens Ellen Vranken is de geestelijke gezondheidszorg in ons land de laatste jaren beter georganiseerd. Maar daardoor is ook de vraag naar hulp toegenomen. “Waar trek je de grens binnen de psychiatrische hulpverlening? Welke problemen zijn ernstig genoeg om tot een opname over te gaan? De maatschappij geeft nauwelijks nog grenzen aan, biedt geen collectieve veilige plek en er heerst het gevoel dat iedereen zijn eigen problemen zelf maar moet kunnen oplossen. Dat zorgt ervoor dat jongeren pas laat aan de alarmbel trekken. De samenleving moet van koers veranderen en het individualisme terugdringen.”

“Niet alle jongeren willen geholpen worden.” – Christian Denoyelle (Jeugdrechter)

De coronapandemie heeft een grote impact gehad op het mentaal welzijn van jongeren. Denoyelle: “Het meest merkwaardig vind ik de stijging die we sindsdien zien in het aantal gedwongen opnames van jongeren in de psychiatrie. Ze komen daardoor vaak terecht op een gesloten afdeling van het ziekenhuis. Het aantal plaatsen in de jeugdpsychiatrie is beperkt, en vaak komen 12-tot 17-jarigen dus terecht op de afdeling voor volwassenen.” 

De stijging van opnames in de psychiatrie zorgt al jaren voor maandenlange wachtlijsten. “Het is schrijnend”, zegt Denoyelle. Hij hoopt dat er snel verandering in komt. Volgens hem is het niet alleen een kwestie van meer aandacht voor de geestelijke gezondheidszorg, maar ook een van keuzes maken. “De overheid investeert nog te weinig in geestelijke gezondheidszorg en geeft nog steeds meer erkenning aan lichamelijke zorg. Er zijn nochtans genoeg werkpunten om aan te pakken. Als men een pandemie als corona kan oplossen, zal ook dit lukken. Het is een kwestie van willen en het systeem aan te passen.”

“De overheid investeert nog te weinig in geestelijke gezondheidszorg en geeft nog steeds meer erkenning aan lichamelijke zorg” – Christian Denoyelle (Jeugdrechter)

Inzetten op secundaire preventie

De vroegtijdige samenwerking tussen voorzieningen en sectoren verbrokkelt volgens Vranken. “De Medisch Pedagogische Instituten - die buitengewoon onderwijs bieden - en het gewoon onderwijs werken te weinig samen op het gebied van geestelijke gezondheid. Misschien omdat ze zich allebei op hun kerntaak richten, misschien uit angst voor het onbekende? Het gevolg is dat secundaire preventie, met name de vroege opsporing en aanpak van problemen, op veel plaatsen wegvalt. Communicatie is hier essentieel.”

Ook voor Bruffaerts is het onderwijs een belangrijke schakel in de vroegtijdige aanpak van psychische problemen bij kinderen en jongeren. Een van zijn aanbevelingen in ‘De mythes voorbij’ is dat het onderwijs op zoek moet gaan naar aangepaste, doeltreffende methodieken over psychische gezondheid. Dat is een belangrijke stap om zowel bij leerlingen als leerkrachten de basiskennis over geestelijke gezondheid te verbeteren. Op die manier worden problemen sneller herkend en erkend en kan de stap naar hulp sneller worden gezet.

vorige volgende