reacties (0)


Twee dagen. Zo lang heeft het geduurd vooraleer Hayat (20) ‘De Jihadkaravaan’ had uitgelezen. “Het boek sleepte me mee doorheen de jeugd van de auteur, door een Palestijns verleden en een Belgische toekomst. Maar ik bleef met veel vragen achter.” Vragen die beantwoord zijn in een interview met de schrijvers, Montasser AlDe’emeh en Pieter Stockmans.

“Mijn allereerste gesprek met Montasser ging over kinderen”, steekt Pieter Stockmans van wal. “Kinderen hebben nog de zuiverheid en puurheid die we alleen hebben als we nog niet worden beïnvloed door ideologieën, politiek en vooroordelen. Hoe ouder we worden, hoe meer informatie we binnen krijgen. Binnen die informatie zitten steeds vooroordelen - wie niet kritisch met die informatie omgaat, neemt die vooroordelen onbewust over.”

“Wat we zeker niet mogen doen, is ontkennen dat we beïnvloed worden door negatieve vooroordelen en emoties”, vervolgt Stockmans. “Dat is wat Montasser bewezen heeft, meteen ook de boodschap van ons boek. Iedereen zit met vooroordelen. Het is de plicht van elk individu om te reizen naar de kern van zijn vooroordelen. Ik vind het moedig dat hij bijna blind in zijn eigen val was gelopen, maar wel doelbewust op zoek naar nieuwe kennis. Iedereen zou dat moeten doen om zelfbewust te worden. Je merkt dan dat alles relatief is en niets absoluut.”

Volgens Stockmans denken extremisten dat hun denkbeelden absoluut zijn. “Daarom is er geen plaats meer voor dialoog. Door terug te keren naar hoe ze zo geworden zijn, kom je tot het besef dat we allemaal ‘gemaakt’ zijn door omstandigheden. Pas dan kun je met elkaar in gesprek treden.”

Montasser AlDe’emeh beaamt: “Het was geen gemakkelijke reis - eentje met vallen en opstaan. Ik denk dat het boek aantoont dat mensen tijdens de reis naar de wortels van hun eigen vooroordelen te snel opgeven. Op reis naar de wortels van de haat kunnen mensen misleid worden, vermoeid raken. Ze kunnen in elkaar stuiken, letterlijk en figuurlijk, zoals ik zelf heb meegemaakt. Dat neemt niet weg dat je moet blijven vechten.”

Het is volgens AlDe’emeh een eeuwig gevecht tegen jezelf. “Om te zeggen dat je de haat volledig hebt overwonnen, is arrogant. Haat is een onderdeel van de mens dat eeuwig onderdrukt moet worden. Wie denkt voor altijd de haat te hebben overwonnen, wordt misleid. Je moet altijd erkennen dat die haat er is en dat je die moet bestrijden. Toch mag een mens niet moedeloos worden. Moed is nodig om de reis te kunnen ondernemen.”

AlDe’emeh heeft de reis naar eigen zeggen ondernomen omdat hij “alles” haatte. “Ik haatte de omstandigheden waarin ik was opgegroeid. Ik haatte de wereld. Ik haatte de haat. Ik haatte het systeem dat ervoor zorgde dat mensen als een kudde in dezelfde richting liepen. Het was normaal om te haten of vooroordelen te hebben. Het was zelfs normaal om slachtoffer van de omstandigheden te worden. We stellen ons nooit de vraag of het wel legaal of islamitisch is dat Israëlische burgers sterven door raketten die worden afgevuurd. Waarom niet? Omdat de Palestijnse kwestie ‘heilig’ is. Toch heb ik de Palestijnse strijd nooit als illegitiem beschouwd. Een Palestijn die in een vluchtelingenkamp leeft of dertig jaar in een Israëlisch gevangenis heeft gezeten, zou ik nooit verplichten om liefdevol te zijn omdat ik dat ook gedaan heb.”

“Iedereen maakt die keuze voor zichzelf. Wel problematisch is, dat het Palestijnse nationalisme – dat terecht is – een soort nieuwe religie wordt”, valt Stockmans hem bij. “Wanneer je kleine nuances aanbrengt, word je al snel weggezet als een verrader. Dit is vergelijkbaar met wat jihadisten doen: anderen afvallig verklaren omdat ze niet puur genoeg zijn. Neem nu Montasser’s vader. Hij werd als kleine jongen op brutale wijze uit zijn land verdreven. Heel zijn leven groeide hij ontworteld op. Welke mens die de verdrijving bewust heeft meegemaakt, kan het aan om het geloof in de terugkeer op te geven? Maar het gevaar is dat mensen die andere manieren zoeken om daarmee om te gaan, worden verketterd.”

De Koran als leidraad

Montasser: “Voor mij was de Koran mijn leidraad. Je hebt mensen die de Koran gebruiken om te radicaliseren, maar bij mij was het net omgekeerd. De Koran heeft mij geholpen om te nuanceren. Zo staat er in de Koran te lezen dat God degenen bemint die vergeven. Er staat dat moslims alle mensen mogen vergeven. Zo hoor je ook een ander niet onrechtvaardig te behandelen, omdat men jou onrechtvaardig behandelt. Dat is de Koran.

“Sommige mensen gaan naar verzen die oproepen tot gewelddadig verzet. Die verzen zijn niet per se problematisch. Zo kennen we ook het oorlogsrecht dat iedereen erkent en mensen het recht geeft zich te verzetten bij onrecht. Het valt dus te bezien hoe men die verzen interpreteert. Bijvoorbeeld Al-wala' wa-l-bara' (afwijzing van mensen die jou actief bestrijden) wordt vaak doorgetrokken naar niet-moslims die moslims niet eens aanvallen. Je moet je als gemeenschap afzetten tegen mensen die jou bestrijden in oorlogssituaties. Al-wala' wa-l-bara', het wij-zij denken, is dus niet per se slecht, maar voor interpretatie vatbaar.

Pieter: “Montasser is het levend voorbeeld dat de Koran mensen evengoed kan helpen om kennis en nuance in te zien in een wereld van absoluut denken. Blijkbaar heeft de Koran, volgens sommigen een boek van geweld, hem geholpen om van dat geweld terug te keren.”

“Mensen die de Koran haten, raad ik ten zeerste aan ons boek te lezen.”

“Mensen die de Koran haten, raad ik ten zeerste aan ons boek te lezen. Montasser haalde in de eerste fase van zijn leven ook de verzen eruit die geweld legitimeerden, omdat hij op dat moment in zijn leven daarnaar op zoek was. Toen hij op een ander moment in zijn leven naar iets anders op zoek was, heeft hij dat ook in de Koran gevonden.”

Verlichting door kennis

Montasser: “Het zit diep in de mens om te focussen op wat ons bang maakt, in plaats van te focussen op wat ons kan inspireren. We focussen te veel op verzen die gewelddadig verzet oproepen in de Koran en negeren de andere waarden in dat boek. Het gevaar is dat we een selffulfilling prophecy creëren.

Pieter: “Vergelijkbaar is de manier waarop wij naar de Arabische Lente kijken. We worden enkel geïnspireerd als de inspiratie zo zichtbaar is als op het Tahrirplein. Maar wanneer het geweld, de haat, de extremisten en dictators weer zichtbaar worden, fixeren we ons daar terug op. We worden weer gevangenen van onze angst voor islamisten en we gaan dictators steunen die zeggen dat zo ons daar tegen gaan beschermen.”

Je moet de intellectuele inspanning doen om voorbij te gaan aan wat je bevestigt in wat je al weet.”

“We hebben een innerlijke tendens om te focussen op wat ons bevestigt in onze angst en dat is net wat we zeggen in het boek. Je moet de intellectuele inspanning leveren om voorbij te gaan aan wat je bevestigt in wat je al weet. Anders blijft je leven heel beperkt. Ook Montasser had er moeite mee om te blijven zitten wanneer zijn denkbeelden werden uitgedaagd. Maar dat zijn net de momenten waarop je de kracht moet hebben om te blijven luisteren. En soms zullen nieuwe inzichten en nuances je zelfs ‘verlichten’.”

Montasser: “Ik ben dan ook blijven zitten en later ben ik zelf kennis gaan opzoeken bij Julien Klener. Maar ik begrijp mensen die radicaliseren. Gezien ik ooit zelf ultra-radicaal dacht, kan ik moeilijk enkel veroordelen. Ik moet ook empathisch zijn. Als ons verhaal of mijn verhaal niet belangrijk was, had ik nooit besloten mijn privéleven met de buitenwereld te delen. Maar ik geloof dat het mensen kan inspireren om die reis ook te ondernemen.”

“Daarom sta ik ook open voor autochtonen die met haat zitten, bijvoorbeeld mensen die een hoofddoek ook verbinden met een politiek symbool, theocratie of islamisering. We moeten begrijpen waar die vooroordelen vandaan komen.”

Pieter: “Klopt. We moeten die vooroordelen ernstig nemen omdat mensen met frustraties zitten. Het is niet omdat iemand handelt op basis van vooroordelen dat die persoon daarom een racist is. Als we zeggen dat iemand racist is en daarom ook een slechte persoon, doen we net hetzelfde als de demonisering van Syriëstrijders. We maken van hen een soort van duivel en daardoor stoppen we te snel met graven naar de bron van de frustratie. Demoniseren is schadelijk omdat we dan geen beleid ontwikkelen om het kernprobleem aan te pakken: hoe ontstaat racisme, hoe ontstaat religieus extremisme? We kunnen niet meer empathisch zijn, en dus gaan we ook nooit oplossingen vinden.”

Montasser: “We moeten mensen met vooroordelen niet zelf onmiddellijk veroordelen, maar hen net stimuleren, met ons boek bijvoorbeeld, om moedig te zijn en te doen wat ik heb gedaan als Palestijn: nieuwe kennis opzoeken die je eigen vooroordelen uitdaagt of ontkracht. Dat is niet makkelijk. Voor mij was dat misschien nog moeilijker, gezien ik mijn land verloren heb. Wat hebben Belgen verloren? Zij zitten in hun eigen land.”

Pieter: “het is net omdat sommigen voelen en denken dat “dé anderen” hun land overnemen, dat zij zich zo gedragen. Kijk maar naar Dylann Roof; hij zit in zijn eigen land, behoort tot de dominante groep van de samenleving en toch heeft hij het gevoel slachtoffer te zijn. Dat is wat alle extremisten voelen. Ze voelen dat ze slachtoffers zijn. Daardoor gebruiken ze een soort van defensieve houding om agressief te kunnen zijn. Dat is wat Belgische Syriëstrijders ook doen. Ze wentelen zich in hun slachtofferrol om geweld te legitimeren.”

Samenleving en identiteit

Montasser: “We schrijven dat het verhaal van de Palestijnen ons verhaal geworden is, omdat sinds de jaren zestig heel veel moslims geïmmigreerd of naar hier gehaald zijn en het verhaal van Palestina het verhaal van veel moslims is. Als we dat niet integreren in onze instituten dan marginaliseren we hen en nemen we hen niet serieus. Het zijn ook deze instituten die moeten zorgen dat deze kennis bij jongeren terecht komt.

Pieter: “Als dat gebeurt, merk je dat zij dat waarderen. Kleine gebaren hebben Montasser een gevoel van ‘thuis zijn’ gegeven. Men moet moslimjongeren het gevoel geven dat zij serieus genomen worden in onze maatschappij.”

Montasser: “Dat was ook het geval met de Oostfronters. Zij vertrokken omdat men hun pijn en frustraties niet serieus nam. Daarom zagen zij in de nazi’s een soort verlossing en hoop op beterschap. Het is dus niet enkel een verhaal van moslimjongeren, maar ook van jongeren die zich slecht voelen, die zelfmoord plegen of gaan vechten.”

We vragen om jongeren te accepteren en hun identiteit te erkennen, zodat ze hier een onderdeel van de samenleving kunnen zijn.”

“We vragen om die redenen om jongeren te accepteren en hun identiteit te erkennen zodat ze hier kunnen blijven en hier een onderdeel van de samenleving kunnen zijn. Als jouw hoofddoek niet wordt geproblematiseerd, dan ga je ook niet de neiging hebben om ergens anders heen te gaan, omdat je toch geaccepteerd wordt zoals je bent. Dat snappen mensen niet, ze denken dat ik wil islamiseren. Dat is niet het geval.”

Pieter: “Er zijn nu eenmaal mensen die een hoofddoek dragen en we moeten daar mee leren omgaan. Dat is realpolitik en heeft niets te maken met het willen opdringen van de identiteit. Ik zie mensen om verschillende redenen hoofddoeken dragen en ik erken dat. Maar hoe gaan we daar ooit mee omgaan als we die identiteit blijven problematiseren?”

Montasser: “Het is dan toch begrijpelijk dat sommige meisjes besluiten naar het Kalifaat te gaan. Ze nemen de wapens niet op, maar willen daar gewoon leven. Waarom moet ik juist dat veroordelen in plaats van de oorzaak? Weet je hoeveel energie het kost om elk jaar van school te veranderen? Enkel en alleen omdat de schoolpolitiek steeds verandert met betrekking tot de hoofddoek.”

“Nu zijn er plannen voor een islamitische school in Mechelen. Dat neigt meer naar segregatie, maar ook dat is hun volledig recht. Moslims hebben het recht om geen onderdeel meer te willen zijn van het systeem, net zoals joden dat recht ook hebben. Ik begrijp niet waarom we de mensen gewoon niet in hun waarde kunnen laten. Waarom laten we jongeren niet zelf beslissen in plaats van hogere instanties die weinig tot geen voeling hebben met wat zich afspeelt in een klas. Als mensen worden aangevallen in hun identiteit, dan komt het onrechtvaardigheidsgevoel in hun naar boven.”

Erkenning en jihad

Pieter: “Montasser verwachtte eigenlijk nooit medelijden met Palestina, maar begrip. Hij wou niet dat de Vlaamse jongeren zegden dat ze het erg vonden, maar dat ze begrepen wat hij voelde. En toch kan het hunkeren naar begrip van anderen ook gevaarlijk zijn. Montasser heeft heel lang gehunkerd, gewacht op begrip dat niet kwam, en dat heeft hem kapot gemaakt. Het was zo erg, dat hij de momenten waarop het begrip dan effectief wél kwam niet meer kon herkennen. Hij verwachtte van iedereen dat ze hem tot in het diepste van zijn ziel zouden begrijpen.”

Montasser: “Dit gevoel kan verlammend werken. Ik zat met zoveel frustraties waarover ik niet kon spreken. Ik mocht geen foto van Arafat in mijn klasagenda hebben. Ik mocht soms geen Palestijnse sjaal rond mijn hals dragen. Ooit plakte ik een kleine Palestijnse vlag op de basketring, gewoon om een beetje erkenning te krijgen op de speelplaats, maar ik kreeg vooroordelen. En toch, als je aangevallen wordt omwille van je identiteit moet je niet weglopen, zoals sommige mensen zouden willen.”

"Neem nu Filip De Winter. Hij maakt eerst de Belgische moslimjongeren gek en gaat vervolgens naar Assad om te vragen diezelfde jongeren af te maken en te bombarderen."

“Neem nu Filip De Winter. Hij maakt eerst de Belgische moslimjongeren gek en gaat vervolgens naar Assad om te vragen diezelfde jongeren af te maken en te bombarderen. Daarom vraag ik de jongeren sterk te zijn en hier te blijven. Kom positief op voor je rechten. Vecht voor wat je waard bent. Ik kom van heel diep en weinigen hebben begrip getoond voor wie ik ben. Na alle pijn, onbegrip en miserie was ik kleiner dan een hobbit. Frodo slaagde er nog in om de ring in de Doemberg te gooien. Ik was daar niet eens.”

“Maar tijdens onze boekvoorstelling zat ik wel als Palestijn mijn identiteit te verdedigen naast een minister. En toch is dat geen wraak. Zoals Etty Hillesum, een Nederlandse joodse vrouw die in de gaskamers van Auschwitz stierf ooit gezegd heeft, is het zwak om toe te moeten leven naar dat ene moment van wraak. Ik beschouw het als een stimulans voor jongeren. Als je dromen hebt, kan je deze waarmaken. Falen is deels je eigen verantwoordelijkheid en deels omdat de omstandigheden niet mee zitten. Daarom hamer ik er bijvoorbeeld op dat imams hun verantwoordelijkheid moeten opnemen. Wanneer hij zijn verantwoordelijkheid niet opneemt om jongeren te stimuleren, wie gaat het dan wel doen? Ouders hebben vaak ook hun eigen problemen.”

Pieter: “Figuren met autoriteit binnen de gemeenschap zouden moeten benadrukken dat de strijd voor je identiteit in België een krachtigere jihad is dan toe te geven en te vertrekken om ergens anders een gewelddadige strijd te gaan voeren. Anders geef je toe aan zij die vinden dat jouw plaats niet in deze samenleving is. Je ben wél deel van deze samenleving, dus voer je strijd hier. Doe het op een manier die bijdraagt aan constructieve verandering. Bewijs dat de samenleving het bij het verkeerde eind heeft als ze lage verwachtingen van jou koestert.”

Tussen vrijheid en geluk

Montasser: “In de Arabische wereld zijn de krachten van constructieve verandering ook nog steeds aanwezig. Alleen zijn ze minder zichtbaar geworden. Geef je vijand niet de luxe om te zeggen dat je ‘te achterlijk’ bent voor vooruitgang. Bewijs het tegendeel. Zodat de wereld zou inzien dat het Midden-Oosten weer in zijn gebruikelijke plooi viel door buitenlandse inmenging, niet omdat Arabieren niet ‘klaar zouden zijn voor democratie’.”

Pieter: “De Arabische Lente was een uitzonderingsperiode waarbij we op een andere manier naar de Arabische wereld keken. Zij inspireerden ons omdat wij ooit ook in opstand kwamen tegen het Ancien Regime. We voelden dat wij vergeten waren wat het is om voor vrijheid te strijden. Maar als wij teveel empathie hebben voor hen, dan ontstaat een nieuwe wereldorde. Die nieuwe wereldorde is een bedreiging voor vele krachten in de wereld. Assad, Saoedi-Arabië, Sisi, zij vernietigen niet enkel mensen en gebouwen, maar vooral de kracht van verbeelding.”

“Tahrir en Tunesië waren eigenlijk de verbeelding van verandering in de hoofden en harten van de Arabieren. Je kunnen inbeelden dat het anders kan, is een bedreiging voor de macht. Daarom verwijzen we in het boek naar “1984” van George Orwell. De figuur Big Brother vernietigde de kracht van verbeelding. 2+2=5. Het maakt niet uit of het klopt, dat wordt je waarheid. De kracht om je iets anders in te beelden wordt afgebroken.”

“Als een miljoen Arabieren zich verandering kan inbeelden, is het gedaan met al die dictaturen. Gedaan met het machtsevenwicht waar het Westen belang bij heeft. De opstand van Tunesië en Egypte was een keuze voor vrijheid en die is massaal de kop ingedrukt. Dictators drukken de vrijheidswens zo hard de kop in, ze drijven de prijs van vrijheid zo hoog op, dat de meeste mensen zich terugtrekken uit de vrijheidsstrijd en kiezen voor hun gezin en het geluk van dag tot dag.”

‘De Jihadkaravaan. Reis naar de wortels van de haat door Montasser AlDe’emeh en Pieter Stockmans’ is uitgegeven door Lannoo en ligt vanaf 30 mei in de boekhandel. Hier vind je alle informative over het boek. Lees hier de voorpublicatie.

© 2015 - StampMedia - Hayat El Khattabi


Dit artikel werd gepubliceerd door De Wereld Morgen op 05/07/2015


Reacties

Plaats een reactie