©Liselotte Nyberg
reacties (1)

Geen klassieke eerste schooldag na de paasvakantie, maar wel een onderdompeling in de wereld van pre-teaching en het online onderwijs. Helaas zijn niet alle leerlingen evenveel gebaat bij deze alternatieve manier van lesgeven. 

Voor de leerlingen uit de lagere en middelbare scholen gingen de lessen weer van start. Een creatieve vorm van pre-teaching zou de remedie moeten zijn voor de aanslag die corona pleegde op ons vertrouwde schoolsysteem. 

Waar pre-teaching dan normaal enkel in het remediërend onderwijs van toepassing is, mogen nu alle studenten proeven van deze aanpak. Leerlingen zullen in dit uitzonderlijke geval geen extra middelen en studievaardigheden aangereikt krijgen ter verbetering van hun leerproces, maar wel nieuwe leerstof die ze later op de schoolbanken zullen herhalen. Die schoolbanken ruilen ze voorlopig nog even in voor hun eigen woning en de leerstof verwerken ze al dan niet zelfstandig vanop hun computerscherm. 

Het spreekt voor zich dat de jongeren hiervoor op z’n minst een computer nodig hebben, net als een gunstige thuissituatie. Ontbreekt één van beiden of loopt er gaandeweg iets mis? Dan valt de leerling jammerlijk uit de boot. 

Beter voorkomen dan genezen

Zo’n 20 tot 30 procent van de jongeren in de basisscholen van Stad Antwerpen blijft onbereikbaar. Schepen van Onderwijs Jinnih Beels (SP.A) liet begin deze week in De Afspraak weten dat dit haar zorgen baart. Met het initiatief ‘Iedereen in contact’ hoopt ze samen met OCMW en jeugdwerkers zoveel mogelijk gezinnen en schoolgaande jeugd te benaderen. Toch vreest ze dat een klein percentage hen nog steeds zal ontglippen. 

Zo’n 20 tot 30 procent van de jongeren in de basisscholen van Stad Antwerpen blijft onbereikbaar.

Het lijkt daarom belangrijk om te voorkomen, eerder dan te genezen. De scholen spelen op dit vlak een grote rol. Het is aan hen om de contacten met hun leerlingen zo goed mogelijk te onderhouden, zo merkt ook de Onderzoeksgroep Ontwikkelingsstoornissen aan de UGent op. Zij bestudeerden het reilen en zeilen van het thuisonderwijs bij de Vlaamse gezinnen gedurende de periode van 16 maart tot 3 april - tot het begin van de paasvakantie dus. Ook toen al ontvingen leerlingen lesmateriaal en taken, waaronder ook nieuwe materie. Uit de hoge respons van overwegend (hoogopgeleide) moeders blijkt nu dat hun kinderen vooral motivatie tonen voor het schoolwerk wanneer dit uitgaat van een verplichting. 

De UGent adviseert scholen om in te zetten op vrijwillige motivatie. De onderzoekers wijzen daarbij op het belang van duidelijke en opbouwende feedback. In ieder geval lijkt een blijvend contact tussen leerkracht en leerling bijzonder waardevol. De fysieke afstand die zich de afgelopen weken heeft opgebouwd, wordt best zo snel mogelijk overbrugd. 

Laptop-gate

Voor leerkrachten komt dit nieuws niet als een verrassing. Zij hebben als de besten zicht op welke leerlingen zij bereiken, welke niet en welke redenen hiervoor aan de basis liggen. Het is vaak meer dan een gebrek aan motivatie. 

Zo is er de kwestie van de laptops. Niet iedereen heeft thuis toegang tot de nodige technologie en middelen om optimaal deel te nemen aan de lessen en opdrachten. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) maakte daarom eind maart al bekend dat hij 200.000 euro zou vrijmaken om laptops in te zamelen en te doneren. Begin april trok hij dat bedrag op naar één miljoen euro. “We richten ons bewust op de kansarme leerlingen die de mogelijkheid niet hebben om een computer aan te kopen”, zegt woordvoerder Michaël Devoldere. “Zij kunnen de laptops afhalen op de scholen, waar ze tevens een gesprek kunnen aangaan met de leerkracht.” 

Ik maak extra geld vrij voor het laptopproject, vier keer meer dan aanvankelijk beloofd. Zo geef ik gehoor aan de grote vraag vanuit de scholen. Ik wil op termijn ook kijken naar de noden in de basisscholen.Meer info via: https://t.co/VwwZwWFCdG.#Covid_19#WarmVlaanderen pic.twitter.com/TTdjWiAOO3— Ben Weyts (@BenWeyts) 10 april 2020
"We hadden onmiddellijk een aanvraag ingediend. Toch kregen we te horen dat er mogelijks geen laptops zullen volgen."

Zo’n 10.000 laptops werden verzameld, al verloopt de levering ervan minder vlot. Zo getuigt onder anderen Karen Van de Cruys, leerkracht en graadcoördinator op het Groenendaalcollege in Merksem. “We hadden onmiddellijk een aanvraag ingediend. Toch kregen we te horen dat er mogelijks geen laptops zullen volgen.” De school waarop Karen lesgeeft, scoort nochtans hoog op de onderwijskansarmoede-indicator. “Als men echt van die cijfers uitgaat, dan vraag ik mij af welke scholen er nog vóór ons aan bod zijn geweest.”

Technologische beperkingen

De frustraties bij de scholen zijn terecht. Een leerling zonder laptop, is een leerling zonder toegang tot het lesmateriaal. Het is alsof men wel in de klas zit, maar dan met de oren en ogen gesloten. Papieren lespakketten kunnen hiervoor een tijdelijke oplossing bieden, al is dat niet voor iedereen even evident. 

Neem Yassin, een 14-jarige jongen uit Antwerpen die in zijn derde jaar secundair onderwijs zit. Hoewel hij van zijn pleeggezin een laptop kreeg, vergt zijn studierichting Publiciteit en Etalage aan het H. Pius X-Instituut het gebruik van Photoshop. “Maar mijn laptop is daar veel te traag en te oud voor”, vertelt hij. “Het is dan ook een van de goedkoopste, want het is niet evident om zomaar een beter en duurder model te kopen.” Ook tijdens de videogesprekken met zijn leerkrachten laat het toestel het vaak afweten.

De leerkrachten van Yassin bekijken momenteel of ze op eigen initiatief laptops kunnen verdelen. Daarin staan ze niet alleen. Wachtend op de bestelde laptops gaan vele scholen creatief te werk om zelf zo goed en zo snel mogelijk te voorzien in de noden van hun leerlingen. Het is ook de grootste bekommernis van leerkracht Karen. “Het gaat er niet om dat mijn leerlingen al dan niet een achterstand oplopen, maar wel hoe we ze kunnen geven wat ze nodig hebben. Het aantal weggevallen lesuren valt mee, het is die volledig andere aanpak die we niet gewoon zijn.”

Stress neemt de bovenhand

Niet alleen technologie speelt een grote rol bij pre-teaching, maar ook de omgeving waarin de leerlingen zich bevinden. Niet iedereen vertoeft in een ideale thuissituatie of kan zonder slag of stoot zelfstandig aan het werk. 

Ook Yassin heeft moeite met zijn huidige thuissituatie. “Ik heb zelf beslist om momenteel bij mijn pleeggezin te gaan wonen. Normaal woon ik bij mijn oma, maar dat is geen ideale situatie.” Nu leeft hij samen met zijn jonge pleegbroers- en zussen. Die maken dat hij zich vaak niet goed kan concentreren op zijn schoolwerk. “Het is niet altijd even gemakkelijk, ook op mentaal vlak niet. Het levert stress op en ik ben van nature al een heel emotioneel persoon.” 

“Voor de coronacrisis zat ik al niet goed in mijn vel, nu is dat alleen maar erger geworden."

De strikte begeleiding valt weg, net als de vertrouwde schoolomgeving. Het leidt tot extra stress. Voor wat er nog komen zal en voor wat er van hen verwacht wordt. Dat vertelt ook Charlene, een 19-jarige studente Thuis- en Bejaardenzorg aan het KTA in Brugge. Ze zit in haar zevende en dus laatste jaar, maar zou dit jaar soms liever opnieuw doen. “Ik heb veel stress voor de periode die er nu aan komt, omdat het allemaal nieuwe leerstof zal zijn. Dat zie ik niet goedkomen. Voor de coronacrisis zat ik al niet goed in mijn vel, nu is dat alleen maar erger geworden.” 

©Charlene VDK

Charlene heeft vooral moeite met de online tools die ze moeilijk kan beheersen, waardoor ze vaak niet kan volgen. Daarbovenop komen de vele opdrachten en lessen die haar via verschillende platformen bereiken. Ze heeft nood aan structuur. “Maandag kregen we een hoop mails van leerkrachten, die nog eens allerlei zaken inplanden op diverse platformen. Er was geen overzicht en ik merk aan mezelf dat ik niet overweg kan met die chaos.”

Het onderzoek van de UGent bevestigt deze problematiek. “Ouders gaven aan dat opdrachten niet gebundeld werden, niet dezelfde structuur hadden, en dat deadlines niet op elkaar afgestemd waren. Algemeen willen we de scholen dan ook adviseren om te zorgen voor duidelijkheid en structuur, vooral in het middelbaar onderwijs.”

Heropening van de scholen

Al is ze slechts tijdelijk en biedt ze onmogelijk een volwaardig alternatief voor de klassieke lesweken, voor vele jongeren is pre-teaching een goede oplossing. Maar voor anderen blijkt afstandsonderwijs verre van ideaal. Gaan de schoolpoorten effectief open op 15 mei? De vraag brandt op ieders lippen.  

Voor Amber, leerkracht in het secundair onderwijs, gaat de gezondheid voor. “Ik ben er geen voorstander van om de scholen nu al te openen, want afstand behouden zal moeilijk zijn, zeker bij jongere kinderen.” 

"De leerlingen hebben er baat bij dat wij hen nog wat langer kunnen begeleiden."

Toch ziet Amber een oplossing voor diegenen die de nodige middelen niet hebben of meer ondersteuning vragen. “Ik ben er voorstander van om die leerlingen al terug naar de schoolbanken te halen. En dat zijn er dan een paar. Zij die zelfredzaam genoeg zijn, kunnen dan thuis verder studeren.” 

Leerkrachten plaatsen het welzijn van de jongeren voorop. Zo ontstond ook het idee om nog een of twee weken extra les te geven in juli. Niet elke leerkracht staat hiervoor te springen, maar Amber ziet er alvast de voordelen van in. “Het is niet zo gemakkelijk om dat te bolwerken, maar de leerlingen hebben er baat bij dat wij hen nog wat langer kunnen begeleiden. Als het schooljaar daardoor wat langer duurt, dan is dat maar zo.”

vorige volgende

Reacties (1)

Kilien Natens

Knap stuk, Léonie. Je hebt heel interessante stemmen aan het woord gelaten!

Plaats een reactie