© Mauro Maiolo
reacties (0)

In december en januari hield de VRT-reeks ‘Over Water’ liefst 1,4 miljoen kijkers aan hun televisie gekluisterd, en ondertussen staat ook het tweede seizoen in de startblokken. In het voorjaar van 2020 wordt het lot van voormalig tv-presentator John Beckers, die in het havenbedrijf van zijn schoonvader in steeds onguurdere praktijken verstrikt raakt, duidelijk. Een gesprek met co-scenarist en auteur Paul Baeten Gronda, die samen met Tom Lenaerts de reeks bedacht en uitwerkte. Over chef-koks, slechte recensies en ‘The Matrix’. En over water, natuurlijk.

Paul Baeten Gronda

  • Geboren op 8 oktober 1981 in Mol als Paul Baeten. Groeit op nabij Leuven.
  • Studeert scenario aan Sint-Lukas in Brussel.
  • Gaat in 2006 aan de slag bij productiehuis Woestijnvis. Tekent een contract bij uitgeverij De Bezige Bij in Amsterdam.
  • Debuteert met het succesvolle Nemen wij dan samen afscheid van de liefde (2008).
  • Nog vier romans volgen: Kentucky, mijn land (2009), Onder Vrienden (2011), Straus Park (2013) en Wanderland (2015).
  • Woont sinds 2012 afwisselend in Leuven en het Italiaanse Borgosesia.
  • Columnist voor het weekblad Focus Knack en de krant De Morgen.
  • Schrijft samen met Tom Lenaerts het scenario voor de tv-reeks ‘Over Water’, uitgezonden door de VRT.  Het tweede seizoen verschijnt in het voorjaar van 2020.

Een kalme woensdagochtend in een Leuvens café. Er zijn geen haveloze studenten te bespeuren, en er wordt tijdens het gesprek slechts één keer 2 Fabiola gedraaid. De iets minder bekende helft van het duo Lenaerts-Gronda is een man die vijf romans en talloze columns op zijn conto heeft staan. In het najaar van 2006 leverde een originele sollicitatiebrief hem niet enkel een stage en een job bij Woestijnvis op, maar zelfs een contract bij de gerenommeerde Nederlandse uitgeverij De Bezige Bij. “Er waren een paar momenten in mijn leven waarop ik echt de kracht van taal heb ervaren, en dat was er zo een.” Tussen het klaarzetten van de flessen drank voor De Laatste Show en het bedenken van quizvragen voor De Pappenheimers, smeedde hij een aantal waardevolle vriendschappen, niet het minst met Tom Lenaerts. Het idee voor een tv-reeks over de Antwerpse haven ontstond zes jaar geleden.

Hoe vordert het tweede seizoen van ‘Over Water’?

PAUL BAETEN GRONDA: Alles is gefilmd, en de reeks zit nu in de montage. Hier en daar moeten er nog wat details aangepast worden, maar ik heb onlangs de eerste aflevering bekeken, en ik ben razend enthousiast. Laat dit maar zien. Persoonlijk vond ik het eerste seizoen wat aan de trage kant – hoewel ik wel fan ben van trage reeksen – maar het hele verhaal komt nu in een stroomversnelling, de grote pay-off. Het gaat breder, het gaat meer over andere personages, en het gaat specifieker over de hele war on drugs-historie. De actualiteit speelt trouwens ook mee: toen we begonnen, vroegen we ons nog af of het geloofwaardig was om iemand te laten doodschieten op straat in Antwerpen. Ondertussen bewijst het nieuws over de granaten dat we eigenlijk nog braaf geweest zijn.  

© Mauro Maiolo

In het eerste seizoen speelden enkele scènes zich backstage af bij een tv-quiz. Was het de ervaring achter de schermen bij Woestijnvis die terugkwam?

BAETEN GRONDA: Ja, in die zin dat ons hoofdpersonage, John Beckers, eerst een chef-kok was. Dat had ik ooit bedacht, al weet ik niet meer precies waarom. We zaten in ons verhaal al met de wereld van de drughandel, die niet onze wereld is. Omdat we na een tijd beseften dat we ook van koken niet al te veel kenden, zochten we naar een beroep waar we wel vertrouwd mee waren. Dus werd Beckers een tv-presentator. We vonden het ook wel leuk dat hij dan in een wereld terechtkomt waar bekendheid totaal niet gewenst is. John Beckers is voor de duidelijkheid helemaal niet op Tom Lenaerts gebaseerd, hij is eerder een amalgaam van anekdotes van mensen die we echt kennen.

Lag er een concreet verhaal aan de basis van de reeks? Elke aflevering begon met de aankondiging ‘dit is gebaseerd op waargebeurde feiten tussen 2014 en 2017’.

BAETEN GRONDA: Het is niet zo dat we echt iemand kennen die drugs is gaan dealen. We hebben echte anekdotes gebruikt om die tot fictie te verweven, eerder dan dat we een echt verhaal hadden en daar fictie van maakten. Gek genoeg is er tijdens de release van het eerste seizoen het verhaal naar boven gekomen van een Nederlandse tv-presentator (Voormalig NCRV-presentator Frank Masmeijer, die in 2017 veroordeeld werd tot acht jaar cel voor cocaïnesmokkel, nvdr.). Dat is zuiver toeval, ook al denken ze in Nederland misschien van niet. De dingen die John Beckers meemaakt, zijn lappendekens tussen verschillende anekdotes. Bij personages in romans heb je dat ook. Ik ga zelden iemand die ik ken zomaar in een boek opvoeren, maar ik kan wel vanuit die persoon vertrekken en hem andere karaktertrekken geven.

Hoe verliep het schrijfproces?

BAETEN GRONDA: De eerste twee à drie jaar dat we met het idee rondliepen, waren we nog niet aan het werk. We hebben heel veel gewandeld en gebabbeld, zodat we op voorhand al een duidelijk beeld van de personages en het verhaal hadden. Eens we begonnen te schrijven, stelden we een lijst op van zo’n vijftien dingen die moesten gebeuren per aflevering, maar daarbuiten gunden we elkaar ook heel wat vrijheid. We wilden elkaar ook verrassen, want we zijn allebei heel competitief. Op dit moment hebben we een idee voor een nieuwe reeks, met een meer whodunit-achtige plot. Voordat we beginnen te schrijven, willen we die reeks punt voor punt uitgedacht hebben. Het is een werkwijze die ik zelf geleerd heb door romans te schrijven: in tegenstelling tot vroeger ga ik nu pas aan mijn laptop zitten als ik weet wat ik ga schrijven. Dat wil niet zeggen dat alles woordelijk klaar zit, maar wel dat je weet welke scène je gaat schrijven, en waar je rekening mee moet houden. Maar alleen schrijven is soms eenzaam, een sparringpartner hebben is fijner. Ik ben nu een novelle aan het schrijven, en het is precies alsof ik van een vijfsterrenhotel terug naar het leger ga. De samenwerking met Tom verliep heel vlot, ook omdat we vrienden zijn. Er is een enorm vertrouwen tussen ons, ik zou alles aan hem durven vertellen. En omgekeerd ook, denk ik.

Was u betrokken bij de casting van de acteurs?

BAETEN GRONDA: Tom en ik waren daar redelijk bij betrokken, maar het was ook niet heel officieel. Meestal wandelden we, en stelde een van ons twee iets voor als ‘zeg, ik had gedacht aan Van Dyck voor de Carl’ (Acteur Tom Van Dyck vertolkt havenarbeider Carl Dockx, nvdr.). Dat gebeurt eigenlijk het meest, zeker bij grote rollen. Mensen zeggen soms – en ik begrijp die kritiek – dat ze altijd dezelfde acteurs zien. Maar veel bekende acteurs zijn door mensen als Tom Lenaerts en Jan Eelen uit het theater gehaald, en dat zijn de beste van hun generatie. Er is geen ‘The Voice van Vlaanderen’ voor acteurs. We hebben het geluk dat we er in een kleine regio eigenlijk veel goede hebben. Daarnaast hebben we bij ‘Over Water’ ook jonge gezichten een kans gegeven.

 

 

“Ik ben een novelle aan het schrijven, en het is precies alsof ik van een vijfsterrenhotel terug naar het leger ga”

 

Als u weet dat een bepaalde acteur een rol gaat spelen, heeft dat dan invloed op de tekst?

BAETEN GRONDA: Enorm. Zeker bij iemand als Tom Van Dyck, die je echt ziet spelen terwijl je schrijft. Er is een scène in de eerste aflevering, in de lift, waar Van Dyck een anekdote vertelt over hoe hij een hond heeft doodgeschopt. Ik heb die scène geschreven, maar wel gebaseerd op een verhaal dat Tom (Lenaerts, nvdr.) mij heeft verteld. Ik vond dat zo’n goed verhaal dat ik dat herschreven heb naar de stem van Carl Dockx, maar ik zag en hoorde Van Dyck dat vertellen. Het eindresultaat was een wonderlijke ervaring, want het was alsof ze een camera in mijn geestesoog hadden gezet. Het beeld, de klank en het ritme van die scène waren exact zoals ik het mij had ingebeeld. Ik denk dat het ook om die reden is dat regisseurs of schrijvers zoals Wes Anderson zo vaak met dezelfde acteurs samenwerken. Niet dat ik mezelf met hem wil vergelijken, uiteraard, maar vaak schrijf je een rol specifiek voor een bepaalde acteur, omdat je perfect weet hoe hij die zal invullen.

Door de grote namen zat er ook veel druk op de reeks. Hoe ging u daarmee om?

BAETEN GRONDA: In de weken voordat de reeks op tv kwam, heb ik niet geslapen. Tom en ik zijn eeuwige twijfelaars, we zien ook altijd alleen de dingen die beter konden. Je moet als maker een soort megalomanie hebben om te doen alsof het normaal is dat je een reeks maakt die miljoenen kost en een topcast heeft, want anders blokkeer je en gebeurt er helemaal niets.

En reacties, komen die aan? ‘De Standaard’ was bijvoorbeeld niet tevreden. Die recensie kwam er ook al na twee van de tien afleveringen.

BAETEN GRONDA: Dat is niet leuk, daar ga ik niet over liegen. Daar lig ik een nacht wakker van. Nog los van de inhoud, want dat is nog een andere discussie. Je wil recensies lezen en meteen vergeten, maar het is wel helemaal anders om een goede recensie te lezen en die te relativeren, dan om een slechte recensie te lezen. Bij het begin van mijn literaire carrière werd ik wel eens binnengehaald als een literaire prins op een wit paard, al ging ik daar niet in mee. Mijn debuut kreeg één negatieve recensie, van Mark Cloostermans – terwijl het op dat moment, twee maanden na de release, al in achtentwintigste druk was – en ik was daar echt kapot van. De dag erna las ik dan weer iets positiefs, en was ik onredelijk blij. Na twee of drie boeken heb ik mij voorgenomen om recensies niet meer persoonlijk te nemen.

Het enige wat mij nog echt kwetst, is als ik het gevoel heb dat er ergens iets onrechtvaardigs wordt gezegd. Veel recensies vandaag worden geschreven alsof ze echt gaan zoeken naar dingen die bijvoorbeeld niet feministisch zijn. En als er dan staat dat het vrouwonvriendelijk is omdat we ergens een scène hebben met een blote vrouw, dan kan ik daar kwaad om zijn. Want naarmate de reeks groeit, en zeker in het tweede seizoen, gaat het over sterke vrouwen die op een bepaald moment zeggen dat het genoeg is geweest.

Nu, onze kijkcijfers waren heel goed en bijna alle recensies waren positief, dus daar trek ik me wel aan op. Zeker in tijden waarin één iemand op Twitter iets kan schrijven dat blijft hangen. Je weet dat het maar één persoon is op 1,4 miljoen mensen, maar toch ga je slapen met de vraag waarom die dat gezegd heeft. Een week of twee geleden heb ik dan ook eindelijk mijn Facebook- en Twitteraccount gedeletet.

In een van uw columns schreef u dat u uw gebruik van sociale media beperkt had. Nu is het helemaal weg?

BAETEN GRONDA: De eerste stap was inderdaad om sociale media van mijn telefoon te halen, maar dan merkte ik dat ik er nog steeds te veel tijd mee verloor. Als schrijver heb je uitstelgedrag en verveling, en dan is het zo verleidelijk. Op Facebook kreeg ik ook geen positieve stimuli. Je moet het relativeren: niemand zit te wachten op die link naar je column – de Knack heeft een half miljoen lezers, dat aantal gaat door een link niet stijgen of dalen. Twitter was anders. Dat heb ik een hele tijd wel leuk gevonden, en stimulerend, omdat dat wel een plek was waar je ideeën tegenkwam. Vandaag is alles zo gepolariseerd, maar wat mij interesseert als mens en als schrijver is de nuance. En Twitter ging daar naar mijn gevoel te weinig op in. Ik kon er niet meer mee lachen, er was veel zuurheid en veel zelfpromotie. Ik gebruik nu enkel nog Instagram, omdat ik dat een leukere omgeving vind. Dat kan je ook nog redelijk goed afschermen, je volgt wie je wil.

Lukt het dan nog om de Belgische actualiteit goed te volgen? U verblijft immers vaak in Italië.

BAETEN GRONDA: Ik denk dat het net beter lukt, omdat ik het vanop een afstand kan bekijken. Voordat ik naar Italië verhuisde, kon ik het nieuws niet meer volgen zonder constant metagedachten te hebben. Het was zoals in ‘The Matrix’, ik zag plots alleen nog maar cijfertjes, om het zo te zeggen. Vanuit Italië zie ik het nieuws veel meer door een natuurlijke filter, waardoor ik me minder laat meeslepen. Ik bekijk wel weinig Vlaamse tv-programma’s, maar ik ben goed op de hoogte van de actualiteit.

 

“De laatste twee maanden was het schrijven zonder olie in het systeem”

Komt er ook een derde seizoen van ‘Over Water’?

BAETEN GRONDA: Misschien. Drie seizoenen was ons oorspronkelijke plan, maar we zijn al heel lang met deze reeks bezig. Nu wachten we af: seizoen twee heeft een einde, maar sluit een vervolg niet uit. We wilden natuurlijk ook zien wat het publiek ervan vond. Los van het feit dat de VRT moest willen meegaan, vonden we het ook wel ver gaan om te zeggen dat we nóg een seizoen gingen maken, dat nog veel later op tv zou komen. Stel dat de kijkcijfers in elkaar waren gezakt en iedereen de reeks haatte, en je dan nog twee jaar te gaan hebt …

Het schrijfproces was ook heel vermoeiend. Aan de laatste afleveringen van het tweede seizoen heb ik zelf in samenspraak harder gewerkt, omdat Tom het intussen drukker had, en toen heb ik gezien hoe mensen in een burn-out terecht kunnen komen. Ik kwam tot een punt dat ik door romans te schrijven heel goed ken, een punt waarop je fysiek en mentaal last begint te krijgen. De laatste twee maanden was het schrijven zonder olie in het systeem. Ook al was de waardering groot toen het uiteindelijk af was, ik merk wel dat het een heel diepe vermoeidheid in mij teweeg heeft gebracht. Ik voel ook dat ideeën en energie eindig zijn in dit vak. Ik kan misschien nog drie of vier van dat soort seizoenen schrijven in mijn hele leven, geen tien. Misschien nog vijf romans, geen vijftien. Er is ergens wel een eindpunt.


Dit artikel werd gepubliceerd door Het Nieuwsblad op 03/04/2019

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie