(Verrekijkers) De laatste tien jaar geraakten miljoenen mensen gewend aan een overvloed aan informatie door een simpele muisklik. Snelle connecties en permanente internetverbindingen zijn in het westen de norm geworden. Jammer genoeg kwam deze Copernicaanse revolutie niet overal tot stand. In minder ontwikkelde landen dreigt een groeiende kloof op gebied van toegang tot internetverbindingen. Ook de vrijheid van informatie wordt bedreigd. Het internet zou een bron van politieke vrijheid moeten zijn, maar blijkt in werkelijkheid bij te dragen tot repressie.

Uit de tabel hieronder wordt meteen duidelijk dat internet veel minder toegankelijk is in landen die nog in ontwikkeling zijn. Dit heeft verschillende oorzaken. Eerst en vooral is het verbeteren van internetverbindingen geen prioriteit in ontwikkelingslanden. De kosten die verbonden zijn aan de uitbouw van een betere infrastructuur lopen erg hoog op. Daarnaast mag men ook niet vergeten dat in vele landen slechts weinigen een computer bezitten.

Toegang tot internet in 2007In de ontwikkelde wereld:
- 64% van de bevolking heeft toegang tot internet.
- 22% van de bevolking heeft een breedbandverbinding.
- $28 is de gemiddelde maandelijkse prijs voor internet per persoon.

In de ontwikkelende wereld:
- 13% van de bevolking heeft toegang tot internet.
- 2,4% van de bevolking heeft een breedbandverbinding.
- $289 is de gemiddelde maandelijkse prijs voor internet per persoon.

Bron: VN End Poverty 2015

In Noord-Afrika stelt het infrastructurele probleem zich minder. Dankzij de nabijheid tot Europa hebben locale internetproviders toegang tot een netwerk van onderzeese kabels. Bovendien zijn de energiemarkten in deze landen vaak al geliberaliseerd, wat de prijs van de verbindingen ten goede komt. In Oost-Afrika heeft men daarentegen geen onderzeese kabelnetwerken die hen met de rest van de wereld verbinden. Dat maakt dat breedbandverbindingen hier vrijwel onbestaande zijn. Trage inbelverbindingen komen wel voor. De locale providers zijn daardoor aangewezen op dure en onbetrouwbare satellietverbindingen voor snel internet. Internetverbindingen zijn bovendien duur omdat de plaatselijke regeringen er niet in slagen de energiemarkten te liberaliseren.

Nochtans hebben goede internetverbindingen heel wat voordelen. ICT kan belangrijke bijdragen leveren aan ontwikkeling en mensenrechten. Het internet vergemakkelijkt de research van studenten en is een gedroomd forum om nieuws te verspreiden en schendingen van de mensenrechten aan te klagen. Zelfs economische groei wordt gelinkt aan internettoegang. Thaise onderzoekers ontdekten dat de verkoopcijfers van bedrijven die actief zijn op het net per werknemer 4% hoger liggen in vergelijking met bedrijven die op geen enkele manier aanwezig zijn op het net.

Censuur

De beschikbaarheid van goede internetverbindingen is soms echter niet voldoende om ongelimiteerde toegang tot het net te garanderen. In verschillende landen legt men via internetcensuur de vrije verspreiding van informatie aan banden.

Cuba: In Cuba heeft bijna niemand toegang tot internet. Enkel artsen, partijleden, ambtenaren en burgers met toestemming van de communistische partij krijgen toegang.
Iran: Volgens het Iraans ministerie van Informatie worden honderdduizenden sites in Iran geblokkeerd, vooral als deze over seks gaan of onafhankelijk nieuws brengen. Bloggers die kritische teksten publiceren belanden er in de gevangenis.
Myanmar (Birma): Internetaansluitingen zijn in Myanmar zo duur dat gewone burgers ze niet kunnen betalen. Het militaire regime moet daarom enkel internetcafés in de gaten houden. In deze cafés worden alle geraadpleegde pagina's elke vijf minuten opgeslagen.
Nepal: Ook hier wordt zwaar gecensureerd. In februari 2005 (toen koning Gyanendra de macht greep) werd alle telefoon- en internetverkeer een week platgelegd om georganiseerde opstanden te onderdrukken.
Noord-Korea: Dit land weigerde lange tijd aangesloten te worden op het net. Ondertussen kunnen enkele duizenden bevoorrechte burgers wel terecht op een zwaar gecensureerde versie.
Saudi-Arabië: Bij benadering 400.000 sites worden door het regime geblokkeerd, naar verluid om de burgers te beschermen tegen sites die beledigend zijn of de islamitische principes en sociale normen schenden.
Turkmenistan: Hier zijn internetaansluitingen thuis verboden. Internetcafés zijn er evenmin.
Vietnam: De inhoud van websites wordt in dit land systematisch gefilterd, internetcafés worden bespioneerd en opposanten gearresteerd.
China: China spant de kroon op gebied van internetcensuur. In samenwerking met grote (westerse!) bedrijven wordt informatie op grote schaal gefilterd, doorgespeeld, gewijzigd en gecensureerd. Kritische journalisten en internetactivisten belanden regelmatig in de cel. Meer dan 30.000 speciale politieagenten houden internetgebruikers en -cafés in de gaten. En de publieke opinie wordt op internetfora massaal gemanipuleerd.
Bron: Amnesty International

De regimes die censuur toepassen worden vaak geholpen door grote westerse bedrijven zoals Yahoo!, Google, Microsoft en Cisco. De Chinese journalist Shi Tao werd zo veroordeeld tot tien jaar cel. Omdat hij een e-mail vanuit zijn Yahoo-account had verzonden, speelde Yahoo! zijn identiteitsgegevens door aan de Chinese autoriteiten. Daarop werd Shi Tao veroordeeld omwille van 'het lekken van staatsgeheimen aan andere staten'.

Naast Yahoo! wordt ook Microsoft genoemd als het gaat over inbreuken op de privacy en vrije meningsuiting. Amnesty International verwijt Microsoft en Yahoo! medewerking aan de Israëlische regering bij het opsporen van Mordechai Vanunu, de nucleaire technicus die met buitenlandse journalisten had gecommuniceerd over het kernwapenbeleid van Israël. In China censureert, filtert en verwijdert Microsoft overigens ook de veelgebruikte MSN Spaces. Verschillende woorden en uitdrukkingen resulteren systematisch in foutmeldingen.

Ook de overbekende zoekrobot Google blijft niet buiten schot. Google heeft immers een censurerende versie van zijn zoekrobot ontwikkeld, die aan de noden van de Chinese regering voldoet.

Zowel Yahoo!, Microsoft als Google hebben op verschillende manieren censuur mogelijk gemaakt. Werden zij botweg verblind door de lucratieve opportuniteiten die de Chinese markt te bieden heeft? De bedrijven geven toe dat ze bepaalde maatregelen hebben getroffen en stellen in hun verdediging dat ze verplicht zijn de plaatselijke wetten te respecteren. Verder beweren ze dat hun aanwezigheid op de Chinese markt – zij het dan in gecensureerde vorm – vanuit het oogpunt van hun Chinese gebruikers nog steeds te verkiezen valt boven het links laten liggen van China.

Welke hun argumenten ook mogen zijn, het wordt tijd dat de verschillende westerse bedrijven en ngo's de handen in elkaar slaan en werken aan een beleid dat de mensenrechten en de vrije meningsuiting vooruithelpt.

Meer weten over het censureren van het internet? Amnesty International houdt een grootschalige campagne om de internetcensuur en schendingen van de mensenrechten tegen te gaan. Op http://irrepressible.info/ vind je meer informatie over de campagne, je kan er ook online de 'Pledge of Internet Freedom' ondertekenen.

© 2009 - Verrekijkers - Karolien Berger