© Mustafa Körkükçü
reacties (0)

De politieke toekomst, die zit nu op de schoolbanken en vindt stilaan een eigen stem. Volgens Naomi Izabela Kimuena (16) uit Antwerpen is het slecht gesteld met de mediawijsheid van kinderen. Nochtans is er veel nood aan informatie over de gevaren van het internet en sociale media. “Er is dringend nood aan  een vak mediawijsheid toevoegen aan het curriculum in het basisonderwijs.”

Ik ontmoet Naomi een aantal weken geleden, bij de presentatie van haar onderzoeksrapport over mediawijsheid bij StampMedia, het Vlaamse jongerenpersagentschap in Antwerpen. Zestien jaar, schoolgaand, lid van de Antwerpse jeugdraad en vastberaden om zich te laten horen bij politici: sinds mei 2019 doet Naomi onderzoek naar de mediawijsheid van kinderen en tieners. “Ik vraag me af waarom kinderen wel lessen seksuele voorlichting en verkeersveiligheid krijgen, maar niet leren omgaan met sociale media,” zegt ze strijdvaardig. “Sociale media zijn niet meer weg te denken uit onze levens. Jongeren geven ook toe dat ze niet meer zonder hun gsm kunnen. Ze maken op jonge leeftijd – jonger dan toegestaan (de minimumleeftijd is wettelijk vastgelegd op 13 jaar, red.) – een account aan op sociale media, maar zijn niet voldoende geïnformeerd over de mogelijke gevaren ervan.” Haar beleidsvoorstel: basisscholen moeten een vak mediawijsheid toevoegen aan het curriculum, want de lessen in het secundair onderwijs komen te laat aan bod.”

© Mustafa Körükçü

Hoe kwam je op het idee voor dit onderzoek? 

Naomi: “Op school kwam er iemand van de universiteit langs met een onderzoek waar we aan konden meewerken. We moesten een enquête invullen over sociale media. Ik keek rond en zag veel twijfel op de gezichten van de andere leerlingen. Achteraf praatte erover met hen en ik merkte dat mijn leeftijdgenoten niet zoveel nadenken over de mogelijke gevaren van sociale media. Door erover te praten met kinderen en jongeren, ontdekte ik veel verhalen over naaktfoto’s en pestgedrag online. Ook mijn jongere zusjes en familieleden maakten zich zorgen over wat er zich afspeelt op populaire apps als Instagram en Snapchat. Daar wou ik iets aan doen.”

Hoe heb je je onderzoek aangepakt?

“Ik heb veel gesprekken gehad met negen-, tien- en elfjarigen, maar ook met leeftijdsgenoten, en met professoren en doctoraatsstudenten van de Universiteit Antwerpen. Zo kwam ik tot de bevinding dat kinderen van negen of zelfs zes jaar oud al accounts hebben op sociale media. Ze zien daar vanalles, maar zijn totaal niet geïnformeerd. Ik vertelde de tenniscoach van mijn zus over mijn idee en hij stelde meteen voor om me te begeleiden.”

"Achter je schermpje kan je je heel extravert voordoen, terwijl je in het echt stil bent. Je kan heel gekwetst zijn, maar alsnog reageren met een lachende emoji."
© Mustafa Körükçü

Volgens jou moet het basisonderwijs het vak mediawijsheid toevoegen aan het curriculum. Waarom is dat zo belangrijk?

“We kunnen er niet omheen dat kinderen al media beginnen te consumeren wanneer ze nog niet in het secundair onderwijs zitten. We moeten hen wijzen op gevaren als cyberpesten en dus moeten we preventief werken. Achter je schermpje kan je je heel extravert voordoen, terwijl je in het echt stil bent. Je kan heel gekwetst zijn, maar alsnog reageren met een lachende emoji. Je kan je makkelijk verstoppen en dan kan het heel snel foutlopen. Door preventief te werken, zullen jongeren zich hopelijk meer bewust zijn van die emoties.”

Je focust vooral op de verantwoordelijkheid van het onderwijs. Spelen ouders geen rol in het online gedrag van kinderen?

“Ouders hebben ook een belangrijke rol, maar zij weten zelf niet goed hoe ze ermee moeten omgaan. Het zou hen dus ook helpen wanneer hun kinderen al op jonge leeftijd leren over sociale media en de risico’s ervan. De overheid moet ons beschermen via het onderwijs. De school is uiteindelijk de plek waar we ons ontplooien. Volgens mij moeten scholen vooral jongeren informeren, zodat zij op hun beurt hun ouders kunnen vertellen wat ze geleerd hebben. Scholen zouden ouders ook kunnen betrekken bij dit proces en hen tonen wat de jongeren leren. Tijdens oudercontacten kunnen leerkrachten en ouders bijvoorbeeld praten over het mediagebruik van hun kinderen.”

"Je bent mediawijs als je goed geïnformeerd bent en goed met sociale media kan werken. Je houdt bijvoorbeeld je privacy-instellingen in het oog en waakt erover dat je geen onnodige informatie doorgeeft."

Wanneer is iemand volgens jou mediawijs?

“Je bent mediawijs als je goed geïnformeerd bent en goed met sociale media kan werken. Je houdt bijvoorbeeld je privacy-instellingen in het oog en waakt erover dat je geen onnodige informatie doorgeeft. Winacties en advertenties zijn heel verleidelijk, maar zo geven we onze privégegevens door aan verschillende mensen. En dan heb je nog de mensen die zich voordoen als iemand anders, bijvoorbeeld een man met slechte bedoelingen die zich voordoet als een jong meisje. Daar wil ik jongeren echt tegen beschermen.”

Ben je zelf altijd even mediawijs?

“Ik heb mezelf al eens vergeleken met anderen op sociale media en dat maakte me onzeker. Mijn familie en vrienden vertelden me dat ik me niet mocht vergelijken met wat ik op die platformen zag. Misschien waren die foto’s niet eens echt en authentiek? Toen ik tien jaar was en in het vierde leerjaar zat, had iedereen de app Musical.ly, de voorloper van TikTok. Had je de meeste likes op een video, dan was je de populairste van de klas. We maakten iedere dag een filmpje, reageerden op die video’s en beoordeelden elkaar. Het deed pijn dat je daar zo hard je best voor moest doen. Daar kwam zeker ook pestgedrag bij kijken. Ik vraag me nu af waarom leerkrachten niet hebben opgetreden tegen dat cyberpesten.”

“Mijn ouders steunen mij en mijn ideeën. Het Vier-programma ‘Help! Mijn borsten staan online’ bevestigt voor hen dat ik met iets nuttigs bezig ben."

Heb je dat toen verteld aan je leerkrachten?

“Ik had niet het gevoel dat ik bij hen terecht kon, omdat ze het toch niet zouden begrijpen. De leerkrachten zagen het ook niet, want het gebeurde allemaal thuis. In tegenstelling tot wat we nu zien, zetten de online pesterijen zich toen niet verder op de speelplaats. We mochten geen smartphones gebruiken op school, waardoor het leek alsof er niets was gebeurd.”

Heb je zelf ooit les gehad over sociale media op school?

“Tot nu toe hebben we alleen een paar klasgesprekken gehad over sociale media tijdens het vak Project Algemene Vakken (PAV). Maar dat onthoud je niet en daarna ga je weer verder met je wiskundetoetsen. Achteraf hebben we er niet meer over gepraat.”

Je bent net zestien en al je vrije tijd gaat naar het investeren in het belang van jongeren. Wat vinden je familie en vrienden hiervan?

“Mijn ouders steunen mij en mijn ideeën. Het Vier-programma ‘Help! Mijn borsten staan online’ bevestigt voor hen dat ik met iets nuttigs bezig ben. Ook mijn vrienden en leerkrachten geven me gelijk wanneer ik zeg dat we onze sociale media niet zomaar moeten verwijderen, maar dat we erover moeten leren.”

“Jongeren hebben het gevoel dat politici niet naar hen luisteren en daarom zijn ze niet geïnteresseerd."

Jouw generatie staat bekend als eentje dat eerder een afkeer heeft van politiek, maar dat lijkt bij jou niet het geval te zijn.

“Jongeren hebben het gevoel dat politici niet naar hen luisteren en daarom zijn ze niet geïnteresseerd. Ze denken dat politiek niet over hen gaat, maar dat is natuurlijk niet waar. Politici maken plannen voor de komende vijf jaar en daar dragen ook wij, de jongeren, de gevolgen van. Maar ik geloof in de kracht van politiek. We moeten samenwerken en naar elkaar luisteren. Ik geef om mijn naasten en ik heb een luisterend oor. Mijn omgeving maakte zich ook zorgen over dit onderwerp. Het is niet alleen omdat ik jongere zusjes heb dat ik me inzet voor kinderen. Ik merkte dat er een probleem was en daar wou ik me voor inzetten. Als niemand het doet, waarom ik dan niet, dacht ik. Politiek vind ik interessant sinds de laatste presidentsverkiezingen in Frankrijk. Er zijn nu ook jonge politici die zich inzetten voor onze generatie en dat vind ik mooi om te zien.”

Hoe is het gesteld met je eigen politieke ambities? Vinden we je over een paar jaar terug op een kieslijst?

“Als ik het nodig vind om mijn stem te laten horen, zal ik mij kandidaat stellen, ja. Ik zou graag iets doen in de ontwikkelingssamenwerking, en de jeugd ondersteunen. Misschien word ik ooit minister van ontwikkelingssamenwerking. Wij, jongeren, moeten elkaar blijven motiveren, zoals we ook hebben gezien met de klimaatprotesten. Het is leuk om te zien dat jongeren op straat komen en hun stem laten horen. Ik heb niet mee gespijbeld, maar ik steun de acties wel.”

"In het bso zijn er ook veel mensen met ideeën, die grote dingen willen bereiken."

Wie of wat inspireert jouw engagement?

“Ik haal inspiratie uit jonge politici zoals de Amerikaanse Alexandria Ocasio-Cortez en uit andere jongeren die me motiveren. Ik hoop dat ik later hetzelfde mag doen. Ik krijg vragen van leeftijdsgenoten over hoe ze zo’n onderzoek moesten aanpakken. Er zijn zoveel jongeren met ideeën, maar die niet weten hoe ze het moeten aanpakken en die bang zijn dat er niet naar hen geluisterd zal worden. Ik hoop een inspiratiebron te zijn voor hen.”

Hoe combineer je je ambities met je schoolwerk?

Het is nu prioritair voor mij om dit onderzoek te voeren, en gehoor te krijgen bij politici. Ik wil absoluut mijn generatie beschermen. Ik werk ’s nachts en spendeerde al uren aan afspraken met professoren, en uiteindelijk is het gelukt om dat te combineren met mijn schoolwerk. Ik zit nu in het vierde jaar Kantoor. Dat is een beroepsrichting, maar ik laat me daar niet door demotiveren. In het bso zijn er ook veel mensen met ideeën, die grote dingen willen bereiken. En wanneer het bij PAV over politiek gaat, behaal ik altijd tien op tien (lacht).”


Dit artikel werd gepubliceerd door Het Nieuwsblad op 04/03/20202

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie