Federaal minister van Asiel en Migratie Anneleen Van Bossuyt (N-VA) staat te glunderen in haar spreekstoel wanneer ze aankondigt dat ze de asielstroom heeft kunnen inperken in het afgelopen jaar. Van Bossuyt ziet dat percentage liefst zo snel mogelijk kleiner worden, maar lijkt te vergeten dat achter de cijfers mensen schuilen met doelen, dromen en goede intenties.
Eén van de richtlijnen die het beleid van de minister typeert, is dat ze geen opvang wil voor mensen die al een Europees statuut hebben. Dat is vaak het geval bij Palestijnse vluchtelingen, die in hun tocht uit Gaza eerst in Griekenland aanmeren en daar een statuut verkrijgen. Mohammed, een 19-jarige vluchteling uit Khan Younis, is één van deze – vaak jonge – mensen. Hij vertrok twee jaar geleden toch richting België, omdat hij hier enkele verre familieleden heeft.
Over een maand vieren we het feit dat ik al twee jaar zijn buddy ben in ons land. Als buddy hielp ik Mohammed al met Nederlands leren, een vast werkcontract, en de zoektocht naar een appartement. Ik ben enorm trots op alles wat hij verwezenlijkt heeft de afgelopen twee jaar, en onze connectie is me dierbaar. Helaas is ze ook broos, omdat hij elk moment uitgewezen kan worden. Ik mag er niet aan denken, maar elke dag wordt de situatie reëeler.
Mohammed zijn dossier ligt intussen al twee jaar bij het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS) zonder dat hij hierover een beslissing kreeg. Volgens het beleid van Van Bossuyt zou zijn dossier automatisch geweigerd worden, tenzij kan aangetoond worden dat de persoon zich in een kwetsbare positie bevond in het eerste land van aankomst.
“Mohammed is een modelburger, meer dan ik ooit was op zijn leeftijd, en wordt hiervoor gestraft. Zijn pogingen om te integreren klasseren hem als niet-kwetsbaar, en verlagen zijn kans op Belgische erkenning”
Griekenland was allesbehalve veilig voor Mohammed, toen amper zestien jaar oud. Alleen kan hij dat niet aantonen. Zo sliep hij een maand buiten op het strand omdat men in het asielcentrum drugs en alcohol gebruikte. Hij heeft geen bewijs van een dokter of een agent om zijn asielaanvraag in België te legitimeren. Praktisch gezien is het vaak ook niet mogelijk om deze papieren te verkrijgen, omdat men de taal niet machtig is of omdat de politie weerbarstig ten opzichte van de asielstroom staat. Geweld is daarbij zeker geen uitzondering. De absurditeit van de situatie spreekt dus voor zich, lijkt me.
De uitzonderlijke gevallen waar iemand met een eerder goedgekeurde asielaanvraag in België mag blijven, is wanneer de persoon zodanig kwetsbaar is dat men nood heeft aan bescherming en ondersteuning in België. Iemand onderneemt een zelfmoordpoging, bijvoorbeeld, en kan dat voldoende staven met medische documenten. Maar moet het echt daartoe komen? Is het systeem dan zo onmenselijk geworden?
Deze 19-jarige jongen werkt zich elke dag te pletter, zonder zekerheid dat hij hier mag blijven. Hij wil graag Nederlands leren na zijn werkuren, hij wil graag een opleiding volgen om zijn rijbewijs te halen. Mohammed is een modelburger, meer dan ik ooit was op zijn leeftijd, en wordt hiervoor gestraft. Zijn pogingen om te integreren klasseren hem als niet-kwetsbaar, en verlagen zijn kans op Belgische erkenning. België vindt het immers niet per se positief dat hij werk en woonplaats gevonden heeft in het land. Men is van mening dat hij dit ook evengoed in Griekenland kon doen, hét land van opportuniteiten bij uitstek.
Mohammed moet trouwens verplicht een verblijfadres hebben. Zonder verblijfadres kan zijn post niet komen, en weet hij niet of hij een positief antwoord zal krijgen van CGVS. Maar welke verhuurder neemt hem aan wanneer men weet dat hij mogelijks moet weggaan na enkele maanden? Het heeft ook maanden geduurd voor we iets vonden, en enkel en alleen omdat ik op de vriendelijkheid en het begrip kon vertrouwen van mijn eigen netwerk. Ik hoop dat mevrouw de minister dezelfde uitzichtloosheid ziet die ik zie. Ondanks alles klaagt Mohammed niet, hij klaagt nooit. Altijd is hij dankbaar.
Waarom voelt men zich steeds zo genoodzaakt om deze jongeren te straffen, enkel en alleen omdat ze iets willen opbouwen? België bouwt mee aan de vicieuze cirkel en maakt ze ingewikkelder. Het sluit één voor één de wegen naar een toekomst en demotiveert iemand die meer wil bijdragen aan onze samenleving dan het gros van de 19-jarigen tegenwoordig.
“Het gaat hier niet over gevoelloze pionnen die her en der geplaatst en verplaatst kunnen worden naar de grillen van beleidsmakers en ministers. We spreken over opgeleide (vaak) jongvolwassenen met dromen en groeipotentieel”
Kan er in het nieuwe migratiebeleid geen clausule bestaan die – hoe broos ook – garandeert dat jonge mensen die effectief hun best doen, vaak een knelpuntberoep uitoefenen en na hun werkuren nog proberen integreren in onze maatschappij, hier effectief beloond voor worden? Uiteindelijk vragen zij slechts basisrechten. Hoog zijn hun eisen niet.
Ik verzoek mevrouw Van Bossuyt dus om vast werk en een stabiele verblijfplaats wél te zien als een reden om een statuut – eventueel arbeidsstatuut – in ons land te verkrijgen, in plaats van een reden tot terugkeer naar het Europese land van aankomst. Je houdt niet voor mogelijk hoe demotiverend dit anders is. Deze mensen zijn vaak getraumatiseerd, gestresseerd en veel te vroeg aan het volwassen leven begonnen. Laat ze alsjeblieft de weinige stabiliteit die ze hebben behouden.
We moeten af van de denkfout dat migranten een last zijn die liefst zo snel mogelijk weggewerkt wordt, en beginnen nadenken over de verschillende manieren waarop zij wel degelijk bijdragen aan onze economie. Het gaat hier niet over gevoelloze pionnen die her en der geplaatst en verplaatst kunnen worden naar de grillen van beleidsmakers en ministers. We spreken over opgeleide (vaak) jongvolwassenen met dromen en groeipotentieel.
Mohammed zijn vrienden zijn allemaal intensief op zoek naar een job, maar krijgen daar vaak de mogelijkheden niet toe. Ze werken in shiften bij fabrieken zonder vaste contracten, en als ze te veel verdienen en inwonen in asielcentra, geven ze veel van hun loon af aan Fedasil. Het loon dat ze overhouden, storten ze door via via naar familie in Gaza. Er is geen sprake van sparen of opbouwen. Er is enkel sprake van bijdragen aan een samenleving die hen uitspuwt.
In tijden van ministers die hun beloften niet nakomen over sancties voor Israël en eeuwig weifelachtig zijn over de erkenning van de genocide in Gaza, kunnen we op z’n minst de veiligheid garanderen van enkele Palestijnen door ze het recht op een toekomst te gunnen in België. Dat zijn we ze verschuldigd.