© Jari Maes

Jongeren van Jeugdhuis Josto, Formaat en StampMedia deelden donderdagavond soep uit aan daklozen en mensen met een verslavingsproblematiek op het De Coninckplein in Antwerpen. Op het eerste gezicht lijkt het een klein gebaar, schrijft Jarne Buysse, EU-jongerenvertegenwoordiger van de Vlaamse jeugdraad: een paar jongeren, een grote pot soep en vrijwilligers die eten uitdelen aan al wie het nodig heeft. Tegelijk vertelt zo’n actie ook iets over de stad.

Wie regelmatig door Antwerpen-Noord wandelt, ziet hoe zichtbaar de problematiek rond het De Coninckplein geworden is. Dakloosheid, verslaving en armoede zijn er jammer genoeg geen abstracte beleidsdossiers meer, maar de dagelijkse realiteit op straat.

Volgens de meest recente dak- en thuislozentelling leven in Antwerpen 3.454 mensen zonder stabiele woonplek, onder wie 910 kinderen. Het gevolg wordt zichtbaar op plekken zoals, maar zeker niet uitsluitend, het De Coninckplein.

Buurtbewoners botsen op moeilijke situaties. Mensen met verslavingsproblemen blijven zonder voldoende begeleiding achter. En steeds vaker zijn het vrijwilligers, buurtinitiatieven en jeugdorganisaties die proberen een stukje van de nood op te vangen.

Vicieuze cirkel

Veel van die organisaties zijn er net om jongeren een veilige plek te geven. Hun dagelijkse werking bestaat uit jongeren opvangen, vertrouwen opbouwen en hen weg te houden van situaties die hen richting overlast of criminaliteit kunnen duwen. Maar precies die werking komt vandaag onder druk te staan.

Wanneer een plein structureel onveilig aanvoelt door open druggebruik, geweld of intimidatie, wordt het voor jeugdwerkers en vrijwilligers steeds moeilijker om er met jongeren te blijven werken. Jongeren haken af, activiteiten worden vermeden en de publieke ruimte wordt stukje bij beetje opgegeven.

Dat is niet alleen een sociaal probleem, maar ook een veiligheidsprobleem. Want wanneer jongeren geen veilige plekken en begeleiding meer hebben in hun eigen buurt, groeit net de kans dat ze wél in problematische circuits terechtkomen. Preventie begint in de publieke ruimte, bij organisaties die jongeren bereiken nog vóór problemen escaleren. Deze actie is bewonderenswaardig. Maar het roept tegelijk een ongemakkelijke vraag op.

“Steden worden beoordeeld op economische groei, nieuwe (prestige)projecten of grote investeringen. Minstens even belangrijk is hoe een stad omgaat met haar meest kwetsbare inwoners”

Wanneer jongeren en hun jeugdorganisaties met hun beperkte middelen en verminderde subsidies soep beginnen uitdelen aan mensen op straat, zegt dat ook iets over wat er structureel ontbreekt.

Een kom soep kan een moment van warmte bieden, maar ze lost dakloosheid of verslavingsproblematiek natuurlijk niet op. Mensen in zulke situaties hebben nood aan meer: opvang, begeleiding, zorg en perspectief.

Solidariteit met beperkte middelen

Steden worden vaak beoordeeld op economische groei, nieuwe (prestige)projecten of grote investeringen. Maar minstens even belangrijk is hoe een stad omgaat met haar meest kwetsbare inwoners.

De jongeren die donderdag soep uitdelen op het De Coninckplein tonen hoe sterk de solidariteit in Antwerpen kan zijn. Ze doen dat vrijwillig, in hun vrije tijd en met beperkte middelen. De vraag is alleen of solidariteit uitsluitend van onderuit moet komen.

Een stad die wil dat haar pleinen leefbaar blijven, kan zich niet beperken tot het beheren van overlast. Ze moet ook investeren in oplossingen voor de problemen die erachter schuilgaan.

De vraag die boven en rond het De Coninckplein blijft hangen, is groter: wie zorgt er structureel voor de mensen met een verslavingsproblematiek en de dak- en thuislozen die daar elke dag leven?


Dit artikel werd gepubliceerd door Zuurstof op Zaterdag op 14/03/2025.

vorige volgende