Een onderzoek naar de attitudes over migratie en mediagebruik bij jongeren in Vlaanderen

Het volledige rapport vind je hier.
Informatie voor de pers vind je hier.
Wil je een gedrukte versie van het onderzoeksrapport? Bezorg ons dan hier je gegevens.

StampMedia voerde in 2020 een kwantitatief onderzoek bij scholieren uit heel Vlaanderen, gecombineerd met focusgroepen in 16 Vlaamse scholen. Dat kadert binnen Other Talk, een programma van 11.11.11 en Vluchtelingenwerk Vlaanderen, dat meer nuance in het debat rond migratie wil brengen.

Migratie en diversiteit zijn maatschappelijke fenomenen waarrond heel wat standpunten ontwikkeld worden. Navigeren tussen al die meningen en visies is voor iedereen uitdagend. Door de sterke polarisatie in het debat is het niet vanzelfsprekend om op een veilige manier van gedachten te wisselen. Dat is voor volwassenen zo, maar ook voor jongeren. Zij bevinden zich nochtans in een groeifase waarin gesprek, aftoetsen van meningen en dialoog cruciaal zijn om zich te ontwikkelen tot bewuste burgers.

Voor jongeren is het extra belangrijk om voldoende de mogelijkheid te krijgen om hun ideeën over migratie te ontwikkelen, erover te discussiëren, te onderzoeken vanwaar hun ideeën komen en te kijken welke andere ideeën er bestaan over dit thema. Maar op welke manier kan het gesprek nog gevoerd worden? Hoe gaan we opnieuw naar een constructieve uitwisseling van ideeën en standpunten met jongeren?

Om die vragen te beantwoorden, was er meer wetenschappelijk inzicht nodig in de actuele attitudes van jongeren. Dit onderzoek levert dat inzicht.

 

Hieronder vind je enkele opvallende resultaten uit het onderzoek.

 

Kernconclusie 1: Jongeren hebben genuanceerde posities

Jongeren zijn kritisch over het effect van migratie op België, maar lijken minder gepolariseerd dan volwassenen. De helft van de jongeren vindt de invloed van migratie op België noch positief, noch negatief. Er zijn meer jongeren die de invloed van migratie op België negatief vinden dan jongeren die dit positief vinden. Vluchtelingen worden door 56% van de jongeren met eerder positieve kenmerken beschreven, door 16% met neutrale kenmerken en door 28% met eerder negatieve kenmerken.

 

Kernconclusie 2: Sociale samenhang

Hoe jongeren de posities van ouders en vrienden inschatten ten opzichte van migratie en vluchtelingen, zijn sterke voorspellers voor de posities van de jongeren ten opzichte van die groepen.

 

Kernconclusie 3: Overschatting van de cijfers

78% van de jongeren overschat het percentage van de Vlaamse bevolking met een migratieachtergrond. De grootte van die overschatting heeft geen effect op attitudes. 


72% van de jongeren overschat het aantal vluchtelingen dat jaarlijks asiel vraagt. Er is een duidelijk verband tussen de grootte van de overschatting en een meer negatieve positie ten opzichte van migratie.

 

Kernconclusie 4: 3 dominante frames

Uit de focusgesprekken komen drie frames naar voor die dominant zijn bij leerlingen uit het secundair onderwijs, namelijk het problematiserend frame ‘Kosten en baten’, het deproblematiserende counterframe ‘Het onschuldige slachtoffer’ en het deproblematiserende counterframe ‘We zijn allemaal mensen’.

 

Kernconclusie 5: Jongeren spreken graag over het thema

Jongeren kunnen goed om met onderlinge meningsverschillen over het thema. Hoe vaker jongeren met anderen over migratie spreken, hoe positiever ze vluchtelingen lijken te beschrijven. Het gaat daarbij om een samenhang waarbij niet helemaal duidelijk is wat oorzaak is en wat gevolg. Jongeren ervaren dat er op school niet altijd evenveel ruimte is om hun mening te uiten over het thema van migratie, vluchtelingen en nieuwkomers en dat er een vermijdingscultuur is ontstaan. De mening van leerkrachten is in het algemeen niet extreem belangrijk voor leerlingen. Ze willen die mening wel graag horen, maar niet opgedrongen krijgen.

 

Kernconclusie 6: Sociale media zorgen voor activisme en multiperspectiviteit

Jongeren krijgen informatie en nieuws hoofdzakelijk binnen via meldingen op hun smartphone. Het nieuws dat zo bij hen binnenkomt, bepaalt vaak waar ze onder elkaar over spreken. Jongeren gebruiken het delen van berichten op sociale media als een vorm van activisme. De combinatie van klassieke media en sociale media lijkt jongeren een meerzijdige kijk te geven op de actualiteit.

 

Kernconclusie 7: Stedelijke jongeren zijn positiever

Jongeren die in een stedelijke context wonen, beschrijven vluchtelingen significant positiever dan jongeren die op het platteland wonen en hebben ook een iets positievere algemene houding t.o.v. migratie. Dit geldt ook voor jongeren die in een gemeente met bovengemiddelde tot hoge diversiteit wonen.

 

Kernconclusie 8: Verband tussen mediagebruik en posities

Er is een verband tussen het mediagebruik van jongeren en hoe ze vluchtelingen beschrijven:

Gebruik van Facebook, YouTube, Snapchat, Discord en Belgische televisiekanalen om het nieuws te volgen (maar niet de krant lezen), hangt samen met een negatieve beschrijving van vluchtelingen.

Gebruik van Twitter, WhatsApp en buitenlandse televisiekanalen om het nieuws te volgen, hangt samen met een positieve beschrijving van vluchtelingen.

 

Het onderzoek kwam tot stand in samenwerking met Porticus België en KU Leuven, en kreeg input en feedback van Mediawijs, Caritas België, IOM, School zonder Racisme, Pax Christi, Djapo, UNHCR, Vluchtelingenwerk Vlaanderen en Kazerne Dossin.

vorige volgende