© Wikipedia
reacties (0)

Volgend jaar opnieuw geen Belgische handballers op een groot landentornooi. Na een vijfde nederlaag op rij bleken de Red Wolves, de nationale mannenploeg, in de EK 2020-kwalificatiecampagne niet veel meer dan kansloos. De campagnes hiervoor leek het Belgisch handbal, met als uitschieter de nipte 37-38 nederlaag tegen toenmalig wereldkampioen Frankrijk in 2016, nochtans een flinke stap vooruit te hebben gezet. Zijn we weer terug bij af?

Met het onverhoopt gelijkspel tegen Europees subtopper Servië, in oktober vorig jaar, was de campagne nochtans hoopgevend begonnen. Maar uiteindelijk zijn de Belgen, met slechts één schamel punt uit zes wedstrijden, voor het volgend EK 2022 zelfs opnieuw veroordeeld tot prekwalificaties.Vandaag  is weer eens gebleken dat wij geen handballand zijn en dat het een werk van lange adem is om dat ooit te worden’, getuigt Red Wolf en speler van het jaar Serge Spooren (25) in juni bij Handbal Xtra, nadat die week met duidelijke cijfers verloren werd van Servië (26-37) en Kroatië (28-19). Die laatste mag dan wel een absolute topploeg heten, de Kroatische bondscoach stelde verre van zijn sterkste ‘zevental’ op. Het was de derde pijnlijke verlieswedstrijd op rij: eerder werd ook met duidelijke cijfers verloren van Zwitserland (36-22). Het zelfvertrouwen, dat na een nipt verlies tegen Kroatië (25-30) – toen overigens wel op volle sterkte – en Zwitserland (25-28) in de heenronde nog in overvloed aanwezig was, werd in de terugronde meedogenloos teniet gedaan. Aan Handbal Xtra laat Sporza-commentator Dirk Gerlo weten dat hij het zo niet leuk vindt. Volgens zijn co-commentator en ex-assistent-bondscoach Michel Kranzen hebben de Belgen, met de veroordeling tot prekwalificaties, weer een stap achteruit gezet, zo vertelt hij aan Sporza. Anderzijds moet in acht worden genomen van waar het Belgisch handbal komt: een paar jaar geleden kwamen de Belgen nog nooit ook maar in de buurt van plaatsing voor een volgende kwalificatieronde, laat staan voor een groot tornooi. Van 2007 tot 2013 wonnen ze, in alle EK-prekwalificatiecampagnes samen, slechts twee wedstrijden. In dat opzicht spreekt er een flinke mentaliteitswijziging uit het feit dat de Belgen een ronde verder, in een groep als deze, überhaupt in hun kansen geloofden. De teleurstelling is vooral te wijten aan de manier waarop er de laatste wedstrijden verloren werd. 

‘Het is weer eens gebleken dat wij geen handballand zijn en dat het een werk van lange adem is om dat ooit te worden’ (Serge Spooren, Red Wolf en speler van het jaar)

De ‘Verlosser’

Voor de komst van Yérime Sylla in 2011 sneuvelden de Belgen steevast (en veelal puntenloos!) in de prekwalificaties. Maar Sylla bouwt geduldig aan zijn team en trekt het uit de absolute kelder van het Europese handbal. In 2014 is België plots dicht bij groepswinst in de kwalificatiepoule voor het WK 2015. Het strandt op twee punten van Griekenland, dat nadien wel kansloos ten onder gaat in de daaropvolgende barragematch. In 2016 stoten de Red Wolves voor de eerste keer door naar de tweede kwalificatieronde voor een EK (2018), na winst tegen Griekenland en Turkije, die zich de jaren voordien steeds te sterk hadden getoond. Daar halen ze geen enkel punt, maar tegen Lithouwen doen ze twee keer goed mee en tegen de vedetten van Frankrijk, die een absoluut recordaantal van 4200 toeschouwers naar de Lange Munte in Kortrijk lokken, zetten ze het Belgisch handbal een eerste keer op de kaart. Les petits Belges stijgen ver boven zichzelf uit en staan haast de hele partij aan de leiding tegen de wereldkampioen, iets wat vijf jaar eerder absoluut ondenkbaar was. Heel de Lange Munte, en bij uitbreiding Europa, kijkt stomverbaasd toe. In België hoopt men dat het handbal tot leven in gewekt.

Aller-et-retour

Onder de vorige bondscoach Yérime Sylla verbeteren de resultaten aanzienlijk. De Fransman heeft de nationale ploeg van 2011 tot 2018 onder zijn hoede, een job die hij vanaf 2014 combineert met die van coach van Franse eersteklasser Cesson Rennes MHB, actief in een van de sterkste competities ter wereld. Hij moedigt zijn spelers aan om voor een profcarrière in het buitenland te kiezen, want in de BENE-leaugue oefenen haast alle spelers naast het handbal gewoon een job uit. Zo volgen vier spelers hem naar Rennes en in hun kielzog worden drie spelers prof in de Franse tweede klasse.

Opvallend is dat het haast uitsluitend om spelers van eenzelfde, talentvolle generatie (1990-1991) gaat, die al van in de jeugdreeksen samen speelt. Een deel daarvan keert volgend seizoen echter al terug. De enige die momenteel lijkt door te groeien naar de top is doelman Jef Lettens (28). Hij trok in 2015 als eerste van zijn generatie naar Franrijk en speelt volgend seizoen voor Fenix Toulouse Handball, een stabiele middenmoter.   

Vraag is dus of de neergang – met Yérime Sylla bondscoach af en een deel van deze ‘gouden generatie’ binnenkort weer in de eigen BENE-leauge – definitief is ingezet en vooral: wat hierna komt. Hoewel de huidige spelerskern nog wel een tijdje meekan, leek huidig bondscoach Arnaud Calbry, die de job combineert met die van sportief directeur en T2 bij Franse eersteklasser Duinkerke, de toekomstige lancune al te willen anticiperen door veel speelgelegenheid te bieden aan jonge(re) spelers uit de BENE-league, zoals Quinten Colman (22), Brian Meulders (25) en Serge Spooren (25), misschien met het oog op een internationale doorbraak voor een van hen. Dat had voorlopig niet het gewenste resultaat. Kende het Belgisch handbal een korte opflakkering of heeft het de fundamenten gelegd voor een verdere opmars? Het zal de komende campagnes moeten blijken.

‘Op papier was er de voorbije kwalificatiecampagne geen land bij waarvan we twee keer konden winnen. Zeker de laatste drie wedstrijden hebben we echter minder gebracht dan verwacht’ (Bart Danhieux, voorzitter Vlaamse Handbalvereniging)

Het verdriet van België

‘De voorbije kwalificatiecampagne was een tegenvaller, want om te groeien moet je resultaten neerzetten’, zegt Bart Danhieux, voorzitter van de Vlaamse Handbalvereniging. ‘Zonder resultaat geen publiek en sponsors, zonder publiek en sponsors geen resultaat: dat is een vicieuze cirkel. Maar we mogen niet vergeten dat we in een erg zware poule zaten. Op papier was er geen land bij waarvan we twee keer konden winnen. Zeker de laatste drie wedstrijden hebben we echter minder gebracht dan verwacht. Nederland wist zich wel te kwalificeren. Zij hebben de laatste jaren misschien iets meer stappen voouit gezet, maar zaten ook gewoon in een veel gemakkelijkere poule.’

Bij Handbal Xtra weet sporteconoom Wim Lagae (KU Leuven) het verschil met Nederland aan het feit dat de Belgische handbalfederatie afhankelijk is van het enveloppesysteem van Sport Vlaanderen, dat jaar na jaar wordt afgebouwd, terwijl de Nederlandse federatie deel is van een koepel van 25 kernsporten die financieel ondersteund wordt door Heineken, Rabobank en de Nederlandse Loterij. ‘Dat klopt. Het grootste probleem in België is dat sport geen federale aangelegenheid is’, aldus Danhieux. ‘Doordat de organisatie van de nationale ploeg op gemeenschapsniveau zit, loopt de ondersteunig niet gelijk in Vlaanderen en Wallonië, waardoor je moeilijker kan investeren in de nationale ploeg.’

‘De Belgische handbalfederatie is afhankelijk van het enveloppesysteem van Sport Vlaanderen, dat jaar na jaar wordt afgebouwd’ (Wim Lagae, sporteconoom KU Leuven)
Ook doelman Jef Lettens, momenteel de beste Belgische handballer, kon de ruime thuisnederlaag tegen Servië niet verhinderen © Wikipedia

‘Bovendien worden we door Sport Vlaanderen niet meer erkend als topsport, wat een grote hap betekent uit onze subsidiepot. In Nederland is de subsidiëring eenduidiger en beter verdeeld over veschillende sporttakken. In België ligt de focus op het voetbal en het wielrennen. Daar speelt de media een belangrijke rol in. Niet alleen het handbal is daar de dupe van.’ Maar sinds 2015 is het aantal artikels over handbal wel sterk toegenomen. Daar doet Eric Dupain, die met zijn communicatiebedrijf De Broodplank, de VHV en de Koninklijke Belgische Handbalbond van de juiste perscommunicatie voorziet, zijn stinkende best voor. ‘De betere resultaten spelen daar een rol in, alsook – en vooral – de continue levering van objectieve, hapklare persberichten en een zekere inventiviteit, bijvoorbeeld met sociale media’, aldus Dupain. ‘Zo zijn de persconferenties, aangezien veel journalisten gewoonweg de tijd niet hebben om die bij te wonen, steeds te volgen en te herbekijken via Facebook Live, iets waar de Koninklijke Belgische Voetbalbond pas na ons mee begonnen is.’

Nationaal uithangbord

‘Met een lichte stijging in het ledenaantal en de start van hier en daar een nieuwe club is handbal nog steeds aan het groeien in Vlaanderen, zij het minder snel dan we zouden willen’, zegt Danhieux. Eind 2013 had de VHV 7001 aangesloten leden, verspreid over een zestigtal clubs. Eind 2018 waren dat er 7902. Samen met de 4000 leden van de Ligue Francophone de Handball brengt dat het aantal op ongeveer 12 000 Belgische handballers. ‘Daarom doen we er, met de middelen die we hebben, alles aan om ons te kwalificeren voor het EK 2022. Dat is haalbaar, want het aantal deelnemende ploegen wordt er uitgebreid. Zo blijven onze spelers gemotiveerd, hopen we ervoor te zorgen dat handbal weer als topsport erkend wordt en kunnen we onze topsportschool heropenen. Om onze beste spelers daar te krijgen, zoals in het verleden soms moeilijk was, kunnen we die geografisch spreiden over twee of drie locaties.’

‘We doen er, met de middelen die we hebben, alles aan om ons te plaatsen voor het EK 2022’ (Bart Danhieux)

‘Niet de competitie, maar de nationale ploeg blijft voor een sport het voornaamste uithangbord. Vergelijk dat met het hockey: na hun olympische medaille en wereldtitel kent haast iedereen de Red Lions, maar wie kan vijf Belgische hockeyclubs opnoemen? Als federatie moedigen we onze talenten daarom aan om op jonge leeftijd de stap te zetten naar een profbestaan in het buitenland. Niet na de studies, zoals een deel van de huidige nationale ploeg dat gedaan heeft, maar tijdens. Met de U17 en U19 hebben we twee talentvolle selecties in aantocht. De trainers proberen hen te overtuigen dat het kan. Dat heeft de huidige nationale ploeg ook aangetoond. Zo zorgen we ervoor dat in de eerste plaats niet de eigen competitie, maar de nationale ploeg sterker wordt. Sommige landen zoals Ijsland, doen het al jaren op die manier, met succes.’

Op de Interpôles, een hoog aangeschreven tornooi in Frankrijk waaraan zowat alle Franse opleidingsploegen deelnemen, toonden de Young Red Wolves (U19) alvast hun kunnen door vier van hun vijf wedstrijden te winnen. Vooral de zege tegen Ile-de-France, de opleidingsploeg van Paris Saint-Germain – in het handbal de sportieve evenknie van het voetbalteam – maakte indruk. Van de selectie waren vier spelers dan al actief in het buitenland, onder meer in de jeugd van Duinkerke en TSV Dormagen, uit de tweede Bundesliga. Anderen speelden zich er in de kijker en konden op heel wat interesse rekenen vanwege de Franse profteams. Vraag is dus of zij, en andere jonge spelers, op tijd de stap naar het buitenland durven te zetten. Intussen hebben de huidige Red Wolves het geloof in deelname aan een groot tornooi alvast aangewakkerd.q

Xenia Smits: topspeelster op eenzame hoogte

Over een uithangbord gesproken: met het Nederlands nationaal vrouwenteam, dat in Rio maar net naast een Olympische medaille greep, is dat bij onze noorderburen allesbehalve afwezig. Dat staat in schril contrast met het Belgische vrouwenteam, de Black Arrows, dat voorlopig zelfs het budget niet heeft om aan kwalificatiecampagnes deel te nemen.  Dat is de reden waarom wereldtopper Xenia Smits (25), geboren Belgische en een van de sterkhoudsters van Metz (waarmee  ze afgelopen seizoen verkozen werd tot beste speelster op de linkse opbouwpositie van de Franse competitie en de Final 4 van de Champions League bereikte), de Duitse nationaliteit aannam. Als het in eigen land niet kan, dan maar grote tornooien spelen voor het land waar ze een groot deel van haar opleiding genoot.  Intussen doen onder andere haar zusjes Aaricia (20) en Munia (19), actief in de tweede en eerste Bundesliga, er alles aan om het jeugdige nationale Belgische vrouwenteam alvast sportief op de rails te krijgen.

De ‘Gouden Generatie’

Van hen legt Arber Qerimi (28) het opvallendste parcours af. Als uitblinker in de befaamde wedstrijd tegen Frankrijk leidt hij de Belgen bijna naar een stuntzege en komt hij in de aandacht te staan van verschillende Europese topploegen. Yérime Sylla haalt hem daarom naar Rennes. Aan het begin van afgelopen seizoen verkast hij naar de Kroatische landskampioen RK Zagreb. Daar wordt hij de eerste Belgische man ooit die een doelpunt scoort in de Champions League. Tegen SG Flensburg-Handewitt, de Duitse landskampioen, heeft hij met vier doelpunten zelfs een belangrijk aandeel in de overwinning. Een half jaar later vertrekt hij echter, om onduidelijke redenen, en na een passage bij het Luxemburgse Berchem zal hij volgend seizoen gewoon weer in Tongeren aantreden, de club waarbij hij het seizoen voor zijn vertrek speler van het jaar werd. Met hem keert naast Nathan Bolaers (28) ook Jeroen De Beule (28) terug. Niet omdat het sportief niet meeviel: hij had, ondanks de aangeboden contractverlenging bij Frans tweedeklasser Sélestat, op voorhand bepaald dat hij maar twee jaar zou blijven, omdat hij zich wil settelen met zijn vriendin. Tom Robyns (28) kreeg vorig jaar de toestemming van zijn werkgever Decathlon Belgium voor een Frans avontuur van drie jaar, bij tweedeklasser Strasbourg, waarna hij zijn functie als afdelingsmanager zal hervatten. Het schetst een treffend beeld van de huidge Belgische handbalcultuur, waaraan deze generatie zich nog niet geheel heeft kunnen ontworstelen. Hopelijk dient ze als wegbereider voor de komende generaties.

vorige volgende

Reacties

Plaats een reactie