Minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) heeft nieuwe einddoelen voor alle scholen in Vlaanderen geïntroduceerd, met een sterke focus op kennis en studeren. Veel studenten en leerkrachten zijn het hier niet mee eens en stellen vragen bij dit nieuwe beleid. Maar wat houdt dat beleid juist in, en welke impact heeft het op het leven van studenten?
Misschien heb je leerkrachten er al over horen zuchten: het niveau van het Vlaamse onderwijs gaat achteruit. Uit het bekende internationale PISA-onderzoek blijkt dat Vlaamse leerlingen nog nooit zo slecht scoorden op begrijpend lezen, wiskunde en wetenschappen sinds de start van de metingen in 2003. Ook de onderwijsinspectie trekt aan de alarmbel. Uit zijn nieuwste rapport blijkt dat het beleid op veel scholen tekortschiet. Meer dan de helft van de basisscholen en middelbare scholen haalt de doelstellingen niet. De boodschap van de experts is duidelijk: scholen moeten opnieuw focussen op de essentie van het lesgeven met duidelijke afspraken en goede begeleiding voor leerkrachten.
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) bepaalt nu de spelregels voor alle scholen in Vlaanderen. Zowel katholieke scholen als GO!-scholen krijgen de ruimte om hun onderwijs zelf in te richten, maar moeten zich wel houden aan vastgelegde einddoelen van de overheid. De minister heeft die via een regeerakkoord en beleidsnota vastgelegd. Zo komen er 'minimumdoelen' voor basisscholen en moet in het hele onderwijs het grootste deel van de tijd naar wiskunde en Nederlands gaan.
Ook moeten anderstalige ouders verplicht Nederlandse les volgen, anders verliezen hun kinderen de schooltoelage. Daarnaast wil de minister gsm's verbieden, pedagogische studiedagen afschaffen en zogenaamde tuchtscholen oprichten. Dat zijn speciale, strengere scholen voor leerlingen die meer dan twee keer van school zijn gestuurd door grote overtredingen. Volgens VRT is de Kinderrechtencommissaris geen voorstander van die tuchtscholen, omdat dit op jongeren een stempel drukt in plaats van hen echt te helpen door te zoeken naar achterliggende oorzaken.
Proefkonijnen van een chaotisch beleid
De nieuwe onderwijsplannen brengen flink wat concrete veranderingen met zich mee voor de dagelijkse realiteit van scholieren op basis- en middelbare scholen. Zo wordt de evaluatieperiode ingekort van 60 naar 45 halve dagen, de pedagogische studiedagen worden afgeschaft, de tijd voor deliberaties wordt korter, smartphones moeten aan de schoolpoort worden ingeleverd.
Wat de situatie extra zorgwekkend maakt, is het hoge tempo waarin die regels worden doorgevoerd. Zo dreigen leerlingen ongewild de proefkonijnen te worden van een chaotisch beleid. Onderwijsexperts plaatsen grote vraagtekens bij deze aanpak en vrezen voor de effecten daarvan op leerlingen.
Nele Van Hoyweghen, voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Studenten (VVS), maakt zich ook zorgen om studenten in het hoger onderwijs: “Ze zijn niet tevreden met de veranderingen. De prestatiedruk wordt verhoogd en studenten voelen zich gereduceerd tot economische termen, waarbij er weinig ruimte overblijft voor maatschappelijke ontwikkeling of een kritische blik. Baseer het beleid op echte cijfers, evalueer het voorgaande beleid en betrek de jongeren. Zij zijn immers de experts in het jong zijn.”
Studenten moeten nu verplicht minstens 54 studiepunten opnemen in het hoger onderwijs. Wie niet slaagt, moet de toelage terugbetalen. De VVS waarschuwt dat dit kwetsbare jongeren zal afschrikken. Uitzonderingen worden alleen gemaakt voor wie een medisch attest kan voorleggen. Maar diagnoses kunnen oplopen tot duizend euro, dat werpt een extra drempel op voor studenten die het financieel al moeilijk hebben. Studentenraden in steden als Gent, Brussel en Antwerpen voerden in maart acties tegen deze besparingen en de hervormingen.
Stijgende prestatiedruk
Demir is de laatste tijd enorm veel in het nieuws, haar naam werd meer dan 6.000 keer genoemd in Nieuwsblad. Dat is veel meer dan andere ministers. Waarom? Door haar uitgesproken, 'ouderwetse' visie op onderwijs: theorie herhalen en veel testen. Er is dan minder ruimte voor praktische vakken en persoonlijke ontwikkeling. Experts maken zich daar zorgen over. Er zijn veel externe factoren die invloed hebben op het onderwijs. Niet iedereen leert op dezelfde manier, en door maar op één manier les te geven, vallen leerlingen die een andere aanpak nodig hebben uit de boot. Denk aan leerlingen met een leerbeperking of een moeilijke thuissituatie.
De minister had een oproep gedaan aan onderzoekers om een expertisecentrum op te richten. Veel professoren en experts werkten hier hun hele zomervakantie aan. Eind vorig jaar trok de minister het project plots in. Later kende ze zo'n 8 miljoen euro toe aan het expertisecentrum van onderzoeker Tim Surma, wiens visie van onderwijs goed aansluit bij die van haar. Dit riep logischerwijs veel vragen op, en zo liet Vlaams Parlementslid Kim Buyst (Groen) de term 'vriendjespolitiek' vallen. Demir gaf later zelf toe dat de gang van zaken niet getuigde van goed beleid.
De minister benadrukt nochtans dat ze regelmatig in gesprek gaat met de jeugd. Ze plant overleggen met de Kinderrechtencommissaris, spreekt minstens twee keer per jaar met jongeren zelf, gaat in dialoog met de Vlaamse Scholierenkoepel en maakt bij elk nieuw beleid een 'JoKER-rapport' op over de effecten op jongeren.
De grote vraag blijft echter in hoeverre deze meningen en bezorgdheden écht in het beleid worden meegenomen en hoe representatief de gehoorde jongeren werkelijk zijn. Zo toont een recente open petitie dat veel jongeren zich niet gehoord voelen en dat de prestatiedruk alsmaar toeneemt. Velen vragen zich dan ook af of kortere examens, het afschaffen van pedagogische studiedagen en het verbieden van smartphones de problemen in het onderwijs zullen oplossen.
Meerdere experts die we contacteerden wilden enkel off-record reageren.