Bree © Stad Bree

Stad Bree ligt in het Noordoosten van Limburg. Een plek in Limburg waar geen autostrade of treinstations in de buurt liggen. Met de ambitie van het Regionaal Mobiliteitsplan Limburg om 40% van de Limburgse verplaatsingen duurzaam te maken tegen 2030, staat Bree voor een grote opdracht. “Als we de reistijden van het openbaar vervoer en de auto bekijken in onze regio, dan is de auto op gebied van reistijd nog altijd de voornaamste keuze”, zegt schepen van mobiliteit Mario Knippenberg (N-VA).

Openbaar vervoer

Ook het Spartacusplan behandelt Bree wat stiefmoederlijk. Geen tramverbinding in de buurt, enkel een paar snellere bussen waaronder een snelle lijn tussen Genk en Bree. Al gaat het aanbod openbaar vervoer er wel op vooruit volgens Knippenberg: “We hebben nog een redelijk nieuw busstation dat goed verbonden is met de scholen voor de studenten. Ook de lijnen naar Hasselt en Genk zullen uitgebreid worden. Alleen de reistijd blijft een probleem. Een student die naar Neerpelt of Genk moet, is al snel een half uur tot 45 minuten onderweg.”

Dries Tyskens, fractieleider van oppositiepartij Verjonging vindt het wel storend dat er dankzij dit nieuwe busstation het stadscentrum minder goed bereikbaar is met de bus. “Het was misschien een beter idee geweest om ook een klein soort station in het centrum te laten.”

Fiets in het centrum

Ook de fiets wordt een steeds belangrijker alternatief voor de auto. Vooral in stadscentra is het een efficiënte en vlotte manier om je te verplaatsen. De stad Bree speelt daar op in door het autoverkeer zo veel mogelijk te weren in het centrum en fietsstraten in te leggen. Op die manier kunnen fietsers het hele wegdek van de straten gebruiken. “Het doel is om steeds meer auto’s uit het centrum te houden, al is een volledig autovrij centrum voorlopig niet aan de orde”, aldu s de schepen. Hij hoopt wel dat de Breeënaar in de toekomst meer gebruik gaat maken van autodelen in de stad. Op de kleine ring zijn ook enkele laadpalen geïnstalleerd voor elektrische voertuigen. Al is oppositiepartij Verjonging wel vragende partij voor meer laadpalen. “We hebben momenteel ongeveer tien laadpalen in Bree’, zegt Tyskens, “In een stad met 15.000 inwoners stelt dat niet zoveel voor.”

Deelfietsen zijn er voorlopig niet in Bree. Er is volgens schepen Knippenberg wel sprake van een mobipunt aan het busstation. Dat is een plaats waar verschillende vormen van mobiliteit elkaar ontmoeten om zo de connectie met het centrum te optimaliseren.

Parkeerplaatsen weg

Nu de stad steeds meer auto’s weert uit het centrum, zijn veel parkeerplaatsen overbodig. Ook daar komt de stad met een alternatief. “De grond onder het centrum is zo voorzien dat er op elke parkeerplaats een boom kan geplant worden, bij wijze van spreken”, zegt Knippenberg. “Mensen willen steeds meer groen zien. Daarom hebben we ervoor gekozen om elke parkeerplaats op termijn in te richten als groene zone.”

Verschillende wegen in het centrum zijn zo ingedeeld dat er geen apart fiets- of voetpad is. Heel de weg is op hetzelfde niveau, met het idee dat als die wegen later autovrij worden, dat voetgangers en fietsers er zich overal van gevel tot gevel kunnen voortbewegen.

Industrie blijft weg

Volgens de stad is het door het gebrek aan een goede bereikbaarheid voor bedrijven ook steeds minder interessant om zich in Bree te komen vestigen. “Doordat er geen autostrade of treinverbinding in de buurt ligt, is het voor bedrijven niet interessant om zich hier te komen vestigen”, vertelt de schepen. Naast het industriedomein ligt wel de Zuid-Willemsvaart, dat ook kan dienen als duurzaam transportmiddel. Alleen zijn de sluizen niet groot genoeg voor grote vrachtschepen, horen we van de schepen.

Veel knelpunten

Bree staat in de regio bekend voor enkele knelpunten die al tot gevaarlijke situaties hebben geleid. Zo staan er vaak files aan het kruispunt aan de Gruitroderkiezel tijdens het drukke woon-werkverkeer. Een gevaarlijk punt dat schepen Knippenberg zelf aanhaalt is de Gruitroderkiezel zelf. “Het is een drukke gewestweg met een apart fietspad aan slechts één kant. Dat betekent dat fietsers die aan de andere kant moeten zijn die gevaarlijke en drukke weg moeten oversteken. Er is ook geen alternatieve route voor die fietsers. Daarnaast staan er bomen aan beide kanten van de weg die het fietspad van de autoweg moeten scheiden. Het wegdek zelf is al redelijk smal waardoor er regelmatig spiegels van lijnbussen sneuvelen tegen bomen wanneer ze elkaar moesten kruisen”, vertelt Knippenberg. Hij wijst naar Agentschap Wegen en Verkeer die in de knoop liggen met het weghalen van de bomen. “Zij willen natuurlijk niet zomaar groen kappen. Maar naar mijn mening zorgen die bomen voor een gevaarlijke situatie, dus moeten we toch kunnen overwegen om het anders aan te pakken”.


Dit artikel werd gepubliceerd door Limburgnieuws.be op 05/01/2022.

vorige volgende