reacties (0)

Wie in de stad woont, moet het doen zonder al te veel natuur. Althans, dat denken we. Wij gingen op safari in Antwerpen en ontdekten de mooiste wilde plantjes, kruiden en dieren.

Een overzicht per locatie:

Vogels in de stad

Bij vogels in de stad komt de stadsduif, ook wel vliegende ratten in de volksmond, waarschijnlijk als eerste in de gedachte bovenvliegen. Dankzij de terugkeer van de slechtvalk is hun aantal de afgelopen jaren drastisch gereduceerd. Maar door de bestudering van hun uitwerpselen weten stadsvogelaars nu ook dat er zeldzame trekvogels boven de stad vliegen zoals de kwartel, geoorde fuut, waterral en kwartelkoning.

Alleseters als kraaien en meeuwen vinden veel voedsel in de stad. Dat maakt hun verenkleed echter minder glanzend. Kraaien krijgen er zelfs witte pennen en veren van.

De warmte in de stad zorgt voor overwinterende soorten als de vuurgoudhaan, grote gele kwikstaart, koperwieken, stormmeeuw, tafeleend en kuifeend. Ze verdwijnen rond april om rustige broedplekjes op te zoeken. Onder invloed van stadslawaai en licht zingen vogels vroeger en hoger 
om zichzelf beter te 
laten horen, dat laatste maakt de mannetjes wel onaantrekkelijker voor de vrouwtjes.

 

Insecten

Niet alle dieren hebben groen nodig om te overleven of zich voort te planten. Denk aan insecten en vogels die leven in rotsachtige gebieden. Die wilde natuur is ook in de stad terug te vinden, en zelfs van belang voor het welzijn van de mens in de stad.

In Antwerpen leeft veertig procent van alle spinsoorten in België.
 Ze zijn belangrijk in de stad: veel mensen zorgen voor veel afval wat een verhoogd risico met zich meebrengt voor plaaginsecten, zoals vliegen, motmugjes, kakkerlakken, muggen, houtetende insecten en dergelijke. Vaak zijn 
in huis levende spinnen de enige ’opruimers‘ van die plaaggeesten.

Zelfs volgens zeer voorzichtige berekeningen bedraagt de consumptie van insecten door spinnen in Antwerpen (binnen de Singel) jaarlijks ettelijke tonnen. Andere in de stad levende ‘insectenverdelgers’ zijn de gewone dwergvleermuis en de gierzwaluw. Van de gierzwaluw is wel eens berekend dat die een insect per 6,8 seconden vangt.

 

Diversiteit door de haven?

De geschiedenis van het Lobroekdok en de vegetatie zijn nauw met elkaar verweven. De slachterijen en leerlooierijen van vroeger zorgen voor de zoute grond. Je vindt er zoutminnende planten, zoals hertshoornweegbree en zilte schijnsmurrie.

Ook de havenfunctie heeft zijn sporen achtergelaten. Het liefdesgras dat er groeit, is meegenomen
 door de zeelieden en heeft 
zich vanuit Antwerpen over
 heel Europa verspreid. Een soortgelijk verhaal geldt voor klein varkenskers en Canadese fijnstraal. Beide plantensoorten werden na WOII meegebracht en raakten verspreid door de legertransporten via de Antwerpse haven.

Dierlijke exoten migreerden zelf naar het Lobroekdok. Een koppel nijlganzen waggelt er rond met een tiental kuikens, en dat in goede harmonie met de prachtig gekleurde wilde eenden. Een nieuwe soort, de soepeend, door kruising van wilde en gedomesticeerde eenden, zwemt er ook rond.

 

RIP stijf vergeet-me-nietje

De oude spoorbaan langs
 de Noordersingel was de grootste van zes overgebleven vindplaatsen in België
 van het zeldzame stijf vergeet-me-nietje. Dat akkeronkruid was afkomstig uit de zanderige Kempen, maar werd daar verdreven door het toenemende gebruik van kunstmest.

Het overleefde echter eeuwenlang aan de voedselarme rand van Antwerpen. Door de herinrichting van de Noordersingel is deze plantensoort verdwenen uit Antwerpen. Ook het riempje, een andere zeldzame
soort, werd
 afgegraven 
door de
 bulldozers.

 

Foerageren in de stad

Laat je tuin en omgeving verwilderen en je krijgt er gezond voedsel voor terug. Verrassend veel groene ingrediënten zijn op loop- of eetsafstand te vinden: brandnetels, dovenetels, kleine veldkers, madeliefjes, weegbree en vogelmuur. Allemaal onkruiden die we niet moeten wegschoffelen maar opeten, zegt Natalie Schauwen van Kookcollectief Les Odettes. Volgens haar is er ook in de stad zeer veel aanbod. Beginnende wildplukkers kunnen op zoek naar een assortiment van madelief, brandnetel en paardenbloemblaadjes.

Enkele pluktips: plukken op openbaar domein is enkel toegestaan voor persoonlijk gebruik. Pluk enkel op niet-vervuilde plekken. Op plekken waar honden of vossen langskomen, pluk je niet onder kniehoogte en pluk ook niet dichter dan vijf meter van een autoweg. Laat minstens twee derde van de plant of populatie over zodat die zich kan herstellen.

© 2016 – StampMedia -  Marjet Bruijnse


Dit artikel werd gepubliceerd door Het Nieuwsblad - online op 05/08/2016
Dit artikel verscheen eerder in PIDMAG jg.5, nr.16 op p. 8-9


Reacties

Plaats een reactie