© Konstantinakos Tsanakas

In tijden van oorlog staat de deontologie van journalisten en fotografen onder druk, ziet reporter Alexandro Yaramis. Gruwelijke, vaak zeer expliciete beelden van de slachtoffers in Gaza gaan de wereld rond. Maar is dat wel de beste aanpak om mensen te informeren? 

In de maand december schrijven drie StampMedia-reporters onder begeleiding van Stamp-hoofdredacteur Marjorie Blomme een column voor MO*. Dit is de bijdrage van Alexandro Yaramis.

Er moet mij iets van het hart. De oorlog in Gaza is nu meer dan twee maanden bezig en ik ben gefrustreerd. Want terwijl de raketten heen en weer vliegen, hebben influencers met hun feeërieke kiekjes op Instagram plaatsgemaakt voor ontelbaar veel expliciete video’s van dode baby’s, kapotgeschoten huizen, wanhopige ouders die hun dode kinderen in de armen dragen en overal is er bloed, veel bloed. Het is belangrijk dat we weten wat er zich in Gaza afspeelt, begrijp me niet verkeerd. Maar moet dat per se aan de hand van bloederige beelden van dode kinderen? 

Sinds de oorlog in Gaza uitbrak op 7 oktober bevind ik me online in een onophoudelijke loop van 24 uur aan bloed en gruwel. Die begint bij het ontwaken en gaat door tot ik ‘s avonds mijn telefoon naast me neerleg en ga slapen.

Van alle beelden is er één dat blijft nazinderen: een video van een Palestijnse vader in Gaza die twee plastic zakjes in de lucht houdt, met daarin de ledematen van zijn dode zoon. Hij schreeuwt het uit van machteloosheid, verdriet en pijn. De video ging de wereld rond: elke zender, elk nieuwsmerk en iedereen in mijn omgeving had hem gedeeld. Ik bleef achter met de vraag: waarom toch?

Trauma als commercieel model

Het is via een vriendin dat ik de term ‘traumaporno’ ontdekte. Het is de expliciete of (zeer) gewelddadige content (van het trauma van anderen) delen via massamedia. Soms kan dat leiden tot het commercialiseren van het trauma voor winst of zelfs amusement. Maar voor mij is het niets minder dan de digitale visualisering van slachtoffers op hun meest pijnlijke momenten. De frustratie werd des te groter toen ik zag dat vrienden zich schuldig maakten aan dit fenomeen. Het delen van dergelijke beelden draagt niets bij aan de oplossing van conflict. Integendeel, het zorgt zelfs voor meer stress.

“Het zien van gruwelijke beelden heeft een grotere impact op de psyche van mensen dan de eigenlijke beleving van die gruwel”

Hardnekkige, gruwelijke beelden hebben een grote impact op ons mentaal welzijn. Dat blijkt uit een onderzoek uit 2013 van The National Academy of Sciences of The United States. Daarin gingen de onderzoekers na of mensen die herhaaldelijk of dagelijks blootgesteld werden aan berichtgeving over de bomaanslagen van de Boston Marathon in 2013 hogere acute stress ervoeren dan de mensen die effectief aanwezig waren tijdens dezelfde bomaanslagen.

Een maand lang hielden ze een steekproef bij van ongeveer 4.600 mensen uit New York en Boston. De uitkomst was verrassend. De herhaaldelijke blootstelling aan de beelden bleek hogere acute stress op te leveren dan de directe blootstelling. Het zien van gruwelijke beelden heeft een grotere impact op de psyche van mensen dan de eigenlijke beleving van die gruwel. 

De American Psychiatric Association paste in datzelfde jaar haar richtlijnen rond posttraumatische stressstoornis aan. Daarbij erkende het dat werken met traumatische beelden een risicofactor is voor journalisten, politieagenten en anderen die in hun werk regelmatig met expliciete content in aanraking komen.

Dode baby’s om empathie te voelen

Is dat dan de prijs die we moeten betalen om geïnformeerd te worden over conflicten in een steeds complexer wordende wereld? Natuurlijk moeten journalisten hun werk kunnen doen: ze hebben een verantwoordelijkheid naar de samenleving. Het is hun maatschappelijke taak om verslag uit te brengen van wat er zich in die samenleving afspeelt.

Als er ergens een oorlog uitbreekt, moeten zij daar onafhankelijk over kunnen berichten. Nieuws over gruwel, het schenden van mensenrechten en internationale (oorlogs)verdragen maakt daar onlosmakelijk deel van uit. Alleen stel ik me de vraag: moeten reguliere media dat doen aan de hand van zulke expliciete, grafische beelden? Of kan dat ook op een andere manier?

“Toen vrienden me vroegen of ik nog iets kwijt wilde over de situatie in Gaza, antwoordde ik: ‘Het interesseert me niet meer’”

Moeten we beelden zien van dode kinderen om empathie te voelen met mensen die behalve hun woonplaats niet veel verschillen van ons? Meer nog, het lijkt wel alsof hoe meer gruwelijke beelden we zien, hoe minder het ons doet.

Ik weet in ieder geval dat ik het in het begin van deze oorlog — maar ook die in Oekraïne — heel erg vond om die beelden te zien, maar dat er na een paar weken van non-stop gruwelbeelden in mijn feed al snel een soort gewenning optrad. Het deed me niets meer. En toen vrienden me vroegen of ik nog iets kwijt wilde over de situatie in Gaza, antwoordde ik: ‘Het interesseert me niet meer’.

Deontologie onder druk

Anderen pakken het anders aan. De weinige journalisten die nu nog actief zijn in Gaza verontschuldigen zich voor het delen en verspreiden van de gruwelijke beelden die ze maken. De woorden van de Palestijnse fotograaf Motaz Azaiza, die verslag doet vanuit Gaza, gaan door merg en been. “Het spijt me enorm dat ik jullie film in deze omstandigheden en toon in de zwaarste momenten. Ik wil ook dat jullie weten dat ik niet geboren wilde worden om dit met jou te zien gebeuren.”

Hij is zich bewust van hoe hard de deontologie van journalisten en fotografen onder druk staat in tijden van oorlog, en hoe het leed van kwetsbare mensen gebruikt kan worden door commerciële media om meer clicks en views te genereren.

Mijn vrienden die deze beelden delen, hebben niet die commerciële logica. Zij willen hun mening ventileren, hun onmacht uitroepen over de situatie. Ze zoeken een manier om zich online te positioneren in een wereld waarin je alsmaar explicietere content nodig hebt om te kunnen zeggen wat je vindt of denkt.

Ik geloof wel dat de gruwelijke beelden van doodgeschoten kinderen, platgebombardeerde huizen, baby’s die vanonder het puin worden gehaald, verkrachte vrouwen, ontvoerde jongeren en stervende kinderen met smekende ogen veelal het doel van de oorlogsvoerders dienen, niet van de slachtoffers.


Dit artikel werd exclusief gepubliceerd door MO* op 01/12/2023.

vorige volgende