Op het Festival van de Gelijkheid ging Antwerps stadsdichter Esohe Weyden in gesprek met rapper Fresku over de betekenis van het uitgesproken woord. In een tijd waarin woorden steeds vaker onder druk staan, draaide het gesprek rond persoonlijke drijfveren en de rol van kunst in een samenleving waar expressie niet altijd vanzelfsprekend is. In een interview met StampMedia vertelt Weyden over twijfel, empathie en waarom schrijven nooit helemaal af is.
Esohe Weyden is 26, dichter, kinderboekenschrijver, maar ook juriste. Ze werkt als doctoraatsonderzoeker familiaal vermogensrecht aan de Universiteit Antwerpen en combineert academisch werk met artistieke expressie. Die dubbele positie bepaalt ook haar kijk op vrijheid van meningsuiting. “De grondwet legt grenzen op aan de vrijheid van meningsuiting”, zegt ze op het Festival van de Gelijkheid op 11 december in Viernulvier in Gent. “Maar binnen die contouren moet je vrij kunnen bewegen, vrij kunnen schrijven, opinies en gedachten kunnen delen.”
Voor Weyden is vrijheid van het woord geen abstract begrip, maar iets wat zich afspeelt in de praktijk van het schrijven. Zeker in poëzie betekent dat volgens haar de ruimte om gevoelens en meningen te uiten zonder voorafgaande rem. “Als ik het koppel aan mijn hoedanigheid als dichter, dan gaat het over je ongeremd voelen om een doordachte mening of een gevoel te delen.”
Gevormd door anderen
Haar stem als maker is niet alleen het resultaat van persoonlijke ervaringen, maar ook van de verhalen van anderen. “Ik doe een heel sociale job”, vertelt Weyden. “Als dichter kom je met heel veel mensen in contact. Na een optreden babbel je met mensen, hoor je hun verhalen.” Ook haar werk aan de universiteit speelt daarin een rol. “Ik sta voortdurend in contact met studenten. Je krijgt heel veel stemmen en ervaringen mee die niet per se die van jou zijn.”
Die nabijheid van andere perspectieven voedt volgens haar niet alleen het schrijven, maar ook empathie. “Veel mensen verliezen soms empathie voor anderen omdat ze de ervaringen van anderen niet even serieus nemen als die van henzelf”, zegt ze. “Ook als dingen ver van je bed lijken, zijn die ervaringen het waard om naar te luisteren.”
Twijfel als motor
Weyden sprak ook over zelfcensuur en twijfel bij jonge makers. Ze herkent die worsteling maar al te goed. “Ik twijfel nog steeds over de dingen die ik schrijf en doe”, zegt ze. “Soms vraag ik me af: zou ik dit publiceren of toch liever voor mezelf houden?”
“Ik twijfel nog steeds over de dingen die ik schrijf en doe. Soms vraag ik me af: zou ik dit publiceren of toch liever voor mezelf houden?” – Esohe Weyden (dichter, schrijfster en juriste)
Toch ziet ze twijfel niet als iets dat vermeden moet worden. Integendeel. “Twijfel en angst moet je soms zien als iets positiefs. Dat betekent vaak dat je buiten je comfortzone gaat”, zegt ze. “En het is net daar dat je mooie dingen kan creëren en echt impact kan hebben.”
Voor jonge makers heeft ze een duidelijke boodschap: neem die twijfel serieus, maar laat je er niet door verlammen. “Probeer onzekerheid niet als iets negatiefs te zien. Je bent waarschijnlijk iets aan het doen dat vernieuwend is. En dat kan iemand anders raken of helpen.”
Wanneer is een tekst ‘af’?
De vraag wanneer een tekst geslaagd is, blijft voor Weyden moeilijk te beantwoorden. “Je kan blijven schrappen en herschrijven”, zegt ze. “Net zoals een schilder altijd nog iets kan toevoegen. Het moeilijke is weten wanneer je moet stoppen.”
“Soms is het beter om iets lang te laten liggen tot het juist aanvoelt, in plaats van onder druk te snel iets naar buiten te brengen” – Esohe Weyden (dichter, schrijfster en juriste)
Dat moment is volgens haar geen rationele beslissing, maar een gevoelskwestie. “Ik zou me nooit laten opjagen door een deadline. Soms is het beter om iets lang te laten liggen tot het juist aanvoelt, in plaats van onder druk te snel iets naar buiten te brengen.”
Voor haar poëzie gebruikt Weyden vaak het podium als klankbord. “Ik lees mijn teksten voor, zonder dat het definitief moet zijn”, vertelt ze. “Aan de reactie van het publiek voel je meteen wat binnenkomt en wat niet.” Fronsende blikken zijn voor haar even waardevol als applaus. “Dat is een teken dat de tekst nog aangepast kan worden.”
Meer gelijkenissen dan verschillen
Wat Weyden hoopt dat het publiek van haar meeneemt, is vooral ruimte voor verbeelding en vertrouwen. “Ik hoop dat mensen alle twijfel loslaten, met een open blik in de wereld staan en durven meegaan met wat hen triggert of inspireert.”
Tijdens het interview reflecteert ze ook op het delen van persoonlijke verhalen in een publieke setting. Wat ooit onmogelijk leek, voelt nu minder zwaar. “Ik heb rust gevonden in het idee dat we allemaal bijzonder zijn, maar ook niet uniek in alles”, zegt ze. “In stukjes herkennen we onszelf in elkaar.”
Die gedachte maakt spreken over persoonlijke ervaringen minder beladen. “Als ik vertel over mijn achtergrond, zit er altijd iemand in de zaal die zich erin herkent. We hebben meer gelijkenissen dan verschillen. Alleen al het feit dat we allemaal mens zijn.”
Op een festival waar gelijkheid centraal staat, klinken die woorden als een uitnodiging: om te blijven spreken, luisteren en twijfelen, maar vooral om ruimte te laten voor elkaars verhalen.
Curieus vzw organiseerde op 11, 12 en 13 december de elfde editie van het Festival van de gelijkheid. Op basis van de gedachte 'The map is not the territory' zochten ze drie dagen lang naar verbinding, onverwachte ontmoetingen en verhelderende inzichten. StampMedia was drie dagen lang aanwezig om sprekers en het publiek te interviewen, reportages te maken, recensies te schrijven, ... Bekijk alle reportages hier.